Recensies 1493 – 1623

Los Fabulosos Cadillacs – Fabulosos Calavera (1997)

Los Fabulosos Cadillacs is een Argentijnse ska band. Opgericht in 1985 in Buenos Aires door Gabriel Fernandez Capello, Flavio Oscar Cianciarulo, Mario Siperman, Anibal Rigozzi en Fernando Ricciardi. Los Fabulosos Cadillacs is in de eerste periode actief geweest tot 2002, en daarna van 2008 tot 2018. De band wordt gezien als een van de invloedrijkste rock en espanol en alternative latin groepen van Argentinie en in de Latijnse rock wereld. Fabulosos Calavera uit 1997 was hun negende album, waarop gitarist Anibal Rigozzi niet meer te horen is en is vervangen door gitarist Ariel Minimal. De muziek is een uiterst plezierige mengeling van ska, rock, funk, tango, salsa, reggae en punk. Met mooi gitaarwerk van Ariel Minimal (echt een goede gitarist) op vooral het nummer Il Pajarito, die hierop een beetje doet denken aan John Frusciante van de Red Hot Chili Peppers. En op andere nummers hoor je veel saxofoons en trompetten. Calaveras y Diablitos en Nino Diamante (Brubeck) is zelfs jazz. Op Hoy Llore Cancion is Ruben Blades te horen (acteur en salsa muzikant uit Panama). Sabato is een hommage aan Ernesto Sabato en Piazzolla is een hommage aan Astor Piazzolla. Fabulosos Calavera is absoluut een album waarbij je je op je gemak kunt voelen. En ook al gaan al die nummers over de de dood: El Muerto, slagers: El Carnicero de Giles/Sueno, skeletten en schedels: Surfer Calavera, en duivels: Calaveras y Diablitos: de muziek ademt leven. Je voelt de zon schijnen. Het is vrolijke muziek. Opgenomen in studio’s op de Bahama’s en in Argentinie. Uitgebracht door Sony BMG Argentina.

Freudiana – Freudiana (1990)

Ondanks dat er een aantal bekenden van The Alan Parsons Project aan dit album meedoen, zoals John Miles (Tales Of Mystery And Imagination Edgar Allan Poe, Pyramid, Stereotomy, Gaudi), Chris Rainbow (Eve, The Turn Of A Friendly Card, Eye In The Sky, Ammonia Avenue, Vulture Culture, Stereotomy, Gaudi) en Graham Dye (Stereotomy) en ook zangers als Leo Sayer, Marti Webb, Eric Stewart en Kiki Dee, kan Freudiana me niet helemaal bekoren. Goed, Eric Woolfson en Alan Parsons van The Alan Parsons Project hebben weer allemaal “aardige” nummers op dit album in elkaar weten te zetten. Maar dit album is toch een beetje een teleurstelling (vergeleken met wat ik van TAPP ken in ieder geval). Het is een popalbum en een conceptalbum: een rockopera waar een musical van is gemaakt. Andrew Lloyd Webber meets Sigmund Freud. Het is niet zo goed als de drie albums waar ik zelf iets mee heb: de eerste drie albums Edgar Allan Poe, Pyramid, en I Robot. Freudiana ligt meer in het verlengde van latere albums als Turn Of A Friendly Card, Gaudi en Eye In The Sky, albums die me stukken minder aanspreken. En ik moet zeggen zelfs die albums zijn beter. Er staan maar liefst achttien nummers op Freudiana. De enige nummers die de moeite waard zijn, zoals I Am a Mirror, Little Hans, Funny You Should Say That, You’re On Your Own, Let Yourself Go en Sects Therapy, zouden echter misschien wel of op Pyramid of op I Robot hebben kunnen staan. Die zijn namelijk wel van enige kwaliteit. De andere nummers zijn namelijk allemaal nogal middelmatig. Hoewel, binnen het genre van de musical, is een nummer als Don’t Let The Moment Pass op zich wel een knap gecomponeerd liedje. Misschien is het daarom maar goed ook dat Freudiana van Freudiana is en niet van The Alan Parsons Project. Het had makkelijk het slechtste album van het project geweest kunnen zijn. Creatieve meningsverschillen tussen Woolfson en Parsons hebben schijnbaar verhinderd dat het onder die naam is uitgekomen. Misschien maar goed ook. Beste nummer is wat mij betreft Little Hans, gezongen door Graham Dye. Maar dat is dan weer Beatles en de rest van het album Andrew Lloyd Webber (ja, ahum, ook die staat in mijn 1760 lijst). Helaas.

Crowded House – Woodface (1991)

Na het uiteenvallen van Split Enz (Message To My Girl, I Got You, Sweet Dreams, I Hope I Never) kwam Neil Finn in 1985 met Crowded House op de proppen. Woodface was in ’91 het derde album. Geproduceerd door Tim Finn en Mitchell Froom (ALBUM TOP 1760 – Los Lobos, Ron Sexsmith). Er staan maar liefst vijf singles op die in Nederland wel bekend zijn: Chocolate Cake, Fall At Your Feet, It’s Only Natural, Weather With You en Four Seasons In One Day. Vijf nummers zijn geschreven door Neil Finn, zes nummers zijn geschreven door de gebroeders Finn samen, en een nummer is geschreven door drummer Paul Hester (die door zelfmoord tragisch om het leven is gekomen), namelijk Italian Plastic. De meeste nummers waren eigenlijk allemaal bedoeld voor een Finn Brothers album. Het zijn allemaal prettig in het gehoor liggende liedjes. Zitten knap in elkaar. En je hoort in de nummers de lol van het samenzingen en het maken van muziek. Dat klinkt misschien logisch, maar vaak is dat geen voorwaarde voor het maken van goede muziek. Maar in dit geval dus wel. Hier en daar moet je soms zelfs aan The Beatles denken. Het album komt dan wel alweer uit 1991, maar de muziek zou zomaar nog dit jaar gemaakt kunnen zijn. Het is een tijdloos album. Wat beslist niet wil zeggen dat alle nummers even sterk zijn. En het is ook geen vernieuwende muziek. Misschien moet je het vergelijken met Venice, maar dan beter. Met o.a hulp van David Hildago (ALBUM TOP 1760 – Paul Simon, Ramblin’ Jack Elliott, John Lee Hooker) van Los Lobos op accordeon op het nummer As Sure As I Am. Opgenomen in vijf verschillende studios. A&M Studios in Hollywood (ALBUM TOP 1760 – Joni Mitchell, The Flying Burrito Brothers, Carole King, Melissa Etheridge), Platinum Studios in Melbourne, The Sound Factory in Hollywood (AT1760 – Warren Zevon, Linda Rondstadt), Ocean Way Recording ook in Los Angeles (AT1760 – Red Hot Chili Peppers, John Hiatt, Beck, Blake Mills, Chris Stills) en Periscope Studios, ook in Melbourne. Uitgebracht door Capitol Records.

Mary Black – Babes In The Wood (1991)

Babes In The Wood is een celtic folk album. Het zijn voornamelijk allemaal romantische liefdesliedjes. Goed gezongen met Black’s mooie stem. Misschien is het allemaal een beetje te zoetjes, te gladjes en te lief. Het heeft toch allemaal iets van de hoedenmeisje met een jurk die met een gieter haar bloemen op het balkon maar weer eens water gaat geven. En normaal houd ik ook niet van zangeressen met een perfecte zuivere stem. Meestal vind ik dat nep. Maar daar kun je aan wennen. En soms moet je daar ook een uitzondering voor maken, vind ik. Want ik heb wel respect voor deze vrouw. Hoewel ze geen enkel nummer zelf geschreven heeft en alleen maar zingt, komt ze wel oprecht over. Wat mezelf betreft vind ik dit een album dat ik nog net goed vind. Sommige nummers zijn dan ook wel een beetje saai en klefferig, zoals Bright Blue Rose, Golden Mile, Prayer For Life, Adam At The Window, Just Around The Corner, en nog een paar anderen, helaas. Maar een aantal nummers zijn ook wat spannender, zoals het titelnummer Babes In The Wood en Brand New Star. Dimming Of The Day doet aan Eva Cassidy denken, en is een cover van Richard Thompson. Beste nummers zijn Still Believing en The Urge For Going, een mooie cover van Joni Mitchell.

Majek Fashek – Rainmaker (1997)

Reggae uit Nigeria. Fashek, geboren als Majekodunmi Fasheke, is op 1 juni 2020 overleden. In Nigeria was hij het meest bekend van het nummer Send Down the Rain en zijn album Prisoner of Conscience uit 1988. Na King Sunny Ade en Fela Kuti was hij de derde belangrijkste artiest uit Nigeria. In 1989 won hij zes Performing Musicians Association of Nigeria awards. In 1990 tekende hij voor Interscope Records en maakte Spirit Of Love, een album geproduceerd door Steven Van Zandt. En in 1992 was hij bij David Letterman te bewonderen. Fashek is beinvloed door Bob Marley, Jimi Hendrix en Fela Kuti. Hoewel Rainmaker een prettig in het gehoor liggend reggae album is, zonder echte politieke boodschap, staan er hier en daar maar een paar maatschappijkritische teksten op. Zoals in de nummers African Unity en Promised Land. Maar in het algemeen is de boodschap toch vooral alleen maar vrede, liefde en begrip. Onschuldige teksten waar niemand echt wakker van ligt. Iedereen wil in een betere wereld wonen. En wie is er niet tegen onrecht. Er staan ook twee covers op dit album: Hotel California van The Eagles en Hey Joe van Jimi Hendrix. Toch is deze muziek aangenaam om naar te luisteren. Kpangolo, LA, Prostitute Destitute, I Wanna Know. Prima nummers. Het is allemaal dan wel geen ska, roots & political reggae, rocksteady, juju, dessert blues, afrobeat of afropop. Laat staan dat het iets met Jamaica te maken heeft. De muziek zwingt absoluut, maar dan niet van het niveau van bijvoorbeeld landgenoot Fela Kuti. En als je het dan toch moet vergelijken dan is Fela Kuti rock. King Sunny Ade blues en dit pop. Maar dat maakt niet uit. Rainmaker is een goed album. En Faskek zeer beslist de Bob Marley van Afrika. Zijn stem klinkt ook als Marley. Radiovriendelijke reggea, zonder Babylon, Zion of een Pan-Amerikaanse boodschap. Send down the rain, Rainmaker! En met ook een paar goede gitaarsolo’s.

Albums 1611 – 1620

I Am Oak – On Claws (2010)

De uit Bergeijk afkomstige Thijs Kuijken heeft in 2010 met zijn Utrechtse band een prachtplaat afgeleverd. Ik kan niet anders zeggen. Indie folk met veertien liedjes van zo’n twee minuten. On Trees and Birds and Fire, Wolves in the Yard, Don’t I Know Enough, Hearth, Trumpets : het zijn allemaal nummers waarvan je denkt waarom heeft iemand hier dit nog niet eerder gemaakt. Voor Nederlandse begrippen heeft I Am Oak namelijk een uniek geluid. Het zijn emotionele klaagzangen, haast religieus. Muziek voor bij het knapperende haardvuur. Muziek voor als je na een lange boswandeling koud bent geworden en met een kop warme chocolademelk intens gelukkig wordt als je deze plaat hoort. Het is pure schoonheid. Breekbaar. Met ziel blootleggende ontboezemingen en vooral met zachtaardige en stemmige vocalen, die je onmiddelijk doen denken aan wijdse Amerkaanse landschappen, waar de mens ondergeschikt is aan de natuur. Er staan maar een paar nummers op die afwijken van de rest. Under Sun klinkt wat geforceerd. Storm lijkt wat zeurderig. En op sommige andere nummers begint het getokkel op de gitaar en de banjo wat te vervelen. Dan lijkt deze muziek wat te traag waar weinig afwisseling in zit. Maar dat zijn kortstondige momenten. Murmur is zelfs als enige nummer wat irritant. Maar de laatste twee nummers On Crest en Clavicles zijn weer prachtig. De meeste nummers lijken echter niet helemaal goed uitgewerkt te zijn, hoe kort ze eigenlijk ook duren. Het is meer sfeer dan dat het kant en klaar gemaakte folkliedjes zijn. Maar waarschijnlijk was dat ook juist de bedoeling. En gelukkig maar. Voor de rest is dit namelijk gewoon een mooie plaat. Van internationale allure.

Jerry Garcia – Garcia Plays Dylan (2005)

Jerry Garcia en Grateful Dead hebben altijd een sterke connectie gehad met Dylan. The Dead heeft een hele geschiedenis met Dylan. Denk bijvoorbeeld ook aan Dylan’s album Dylan & The Dead uit 1989. Garcia heeft op dit album de meest voor de hand liggende nummers verzameld. Maar waarschijnlijk was het juist moeilijker kiezen welke hij hier niet op deze live verzamelaar zou zetten. De nummers zijn allemaal live opgenomen van 1973 tot 1995 op verschillende locaties. Samen als Garcia & Saunders, Jerry Garcia Band en samen met Grateful Dead. De meesten zijn opgenomen in The Keystone in Berkeley, namelijk Tough Mama, Positively 4th Street en Knockin’ on Heaven’s Door (staat ook op Dylan & The Dead). Twee nummers zijn opgenomen in de Warfield Theatre in San Francisco, namelijk I Shall Be Released en Forever Young. De rest is opgenomen op negen andere locaties in de Verenigde Staten. De nummers zijn dus niet echt een verassing. En dat is jammer. Gaat het er dan misschien meer om hoe hij deze nummers brengt? Want hij heeft ze in ieder geval wel eigen gemaakt. En dat is wat me eigenlijk een beetje dwars zit. Misschien ook omdat hij deze nummers zo makkelijk brengt. Het kost hem geen enkele moeite. Maar ikzelf luister door dit album eigenlijk automatisch naar The Dead. Dat is geen schande natuurlijk, verre van dat zelfs, want ik ben een groot liefhebber van de Dead. Maar toch bedoel ik het in dit geval niet als een compliment. Hoe goed dit album ook is. Want er staan mooie uitvoeringen op. Maar geen verassende. Alleen She Belongs To Me, Tough Mama en When I Paint My Masterpiece, zijn nummers die in mijn dylancoveralbumverzameling niet door anderen zijn gedaan. En als ik toch een paar mooie uitvoeringen moet noemen: Senor (Tales Of Yankee Power), The Mighty Quinn (Quinn The Eskimo) en When I Paint My Masterpiece hebben mijn voorkeur. Garcia heeft beslist betere albums gemaakt. De Dead heeft beslist betere albums gemaakt. En ook zijn er andere artiesten die interessantere albums gemaakt hebben met Dylan covers. Hier komt het eigenlijk op neer.

Caesar – No Rest For The Alonely (1998)

Tweeentwintig jaar geleden alweer kwam dit tweede album van Caesar uit. Geproduceerd door Frans Hagenaars (ALBUM TOP 1760 – Johan, Anne Soldaat, Alamo Race Track, Tangarine, Moss, Tim Knol), die twee jaar eerder nog zijn Nothing sucks like Electrolux label had veranderd in Excelsior Recordings. Het debuutalbum van Caesar was zelfs de allereerste release van Excelsior (ALBUM TOP 1760 – o.a. Johan, Moss, zZz, Tim Knol). Dit Amsterdamse trio was in de jaren negentig bijzonder succesvol. En jammer eigenlijk dat ze maar zo kort hebben bestaan. Want misschien is deze band wel een van de interessantste gitaar bandjes van Nederland geweest. Zanger Roald van Oosten zingt met zijn karakteristieke stem op alle nummers met veel geklaag, verbazing en verwondering: hij gaat de wereld te lijf met eenvoud en noodzaak. Wat hij zingt moet gezongen worden. Er staan nogal wat pakkende gitaarliedjes op No Rest For the Alonely. Zoals My Loss, Before My Head Explodes, Slavesong, Visions of Mars, Stains, Situations Complications, This Ain’t a Song en Lifesupport. Horrorscope, waarop Marit de Loos de leadvocals voor haar rekening neemt, heeft iets innemends. Er staat in principe geen enkel zwak nummer op dit album. Maar als je toch iets negatiefs zou moeten schrijven, zou je kunnen zeggen dat over het algemeen genomen twee of drie nummers (van de veertien) iets minder melodieus zijn en misschien ook wel een beetje gaan vervelen. Maar dat is het dan ook. Van al die andere nummers kun je alleen maar constateren dat het niet verwonderlijk is waarom ze zo populair waren in die tijd. No Rest For The Alonely is natuurlijk niet het beste album dat er ooit gemaakt is door een Nederlandse band, maar je moet van de stem van Roald van Oosten houden om dit gewoon een Nederlands Klassiek album te vinden. En dat doe ik. No Rest For The Alonely is een Nederlands Klassiek Album!

Po’ Girl – Follow Your Bliss (2010)

Po’ Girl komt uit Vancouver. En bestaat uit Allison Russell, Awna Teixeira, Benny Sidelinger en Mikey August. Follow Your Bliss is het zesde en laatste album van deze band, alweer uit 2010. Daarna is er niets meer vernomen van dit gezelschap. Zangeres Allison Russell heeft een album gemaakt met Our Native Daughters, een project met Rhiannon Giddens, en is ook nog lid van een andere band genaamd Birds Of Chicago. Awna Teixeira, de andere zangeres, heeft in 2015 nog haar tweede soloalbum uitgebracht. Po’ Girl maakt op Follow Your Bliss gospelachtige jazz, americana, zydeco, bluegrass en world roots. En dat is inderdaad een brede schakering van muzikale kleuren die je hoort. Maar toch is het moeilijk om te bepalen welke kant het steeds op gaat met al deze nummers. Op zich is het wel interessante muziek. De muzikanten beheersen meerdere instrumenten, zoals banjo, clarinet en accordeon. Er staan een paar sterke nummers op, zoals Kathy, Montana, het Franstalige Maudite Guerre en Kiss Me In The Dark. Er is niets mis met Follow Your Bliss. Het is uitstekende muziek, de teksten zijn allemaal nogal persoonlijk, maar er staan helaas net iets teveel nummers op die je zo weer vergeet. Ze zijn eigenlijk net iets te oppervlakkig. Wel met goede intenties gemaakt. En dat is jammer. Want de muziek klinkt alsof het bij je thuis is opgenomen. Wat ikzelf dan weer een pluspunt vind.

Julien Clerc – Niagara (1971)

Julien Clerc had vroeger vooral veel haar. En hij speelde ook ooit in de musical Hair. Dat verzin ik natuurlijk niet. Julien Alain August Leclerc, was de Franse zanger waar veel meisjes vroeger voor vielen. Knappe kerel die mooie gevoelige liedjes zong. Waarschijnlijk kennen de meeste mensen alleen Helene en This Melody. Ik moet zeggen dat ik dat zelf draken van nummers vind. Gelukkig staan die niet op dit album. En jammer genoeg staat Elle Voulait Qu’on L’appelle Venise er juist niet op. Wat ik dan weer wel een goed nummer vind. Wat er wel op staat is Ce n’est rien, een andere bekende hit van Clerc, en wat ik dan ook wel weer goed vind. Net als Les Tout Petits Details. Van de liedjes van Clerc wordt je best wel vrolijk. Ze zijn luchtig zonder dat ze gemakkelijk gemaakt lijken te zijn. De meeste teksten zijn geschreven door Etienne Roda-Gil en van twee nummers, Chanson Pour Memere en Coeur-De-Dieu, zijn de teksten van Maurice Vallet. L’Elephant Est Deja Vieux is een mooi gedragen nummer, net als La Fille De La Veranda en Et Surtout. Het laatste nummer Les Enfants Et Les Fifres is een mooie afsluiting met een kinderkoor. Niagara is dan wel geen baanbrekend album, maar het heeft wel zeker hier en daar interessante arrangementen. En de stem van Clerc bevalt me ook wel.

Michel Sardou – Les Lacs Du Connemara (1981)

Jawel, ook Sardou zat in TopPop. Met het titelnummer van dit album: Les Lacs Du Connemara (als je hem in dat filmpje ziet staan moet je meeteen aan Bilbo Ballings denken en de beelden van Connemara zouden zomaar Hobbitstee kunnen zijn). Als je dat nummer zo beluisterd krijg je een beetje de kriebels. Het is absoluut een meezinger en was in Nederland dus een hit. Maar het is niet echt bijzonder, en eigenlijk is het een vreselijk nummer. Maar gelukkig maakt de rest van dit album alles gedeeltelijk wel weer goed. Die nummers zijn allemaal wat ingetogener dan dat bombastische vehikel. Zoals L’Autre Femme. En Le Mauvais Homme lijkt zomaar achtergrondmuziek te kunnen zijn van een Franse misdaadfilm met Jean Paul Belmondo en Alain Delon uit de jaren zeventig. Over het algemeen zijn het allemaal Franse liedjes zoals je die als Nederlander zou willen horen. Vraag me niet waarom. Les Mamans Qui s’en En Vont is een mooi nummer. Preservation is een liedje over Bourbon Street, en hoor je zowaar een beetje jazz. Musica is echter vergelijkbaar met Les Lacs Du Connemara: ook een beetje een meezinger, en dus zeker ook niet mijn favoriet. Etre Une Femme (zo’n typish Radio Tour de France nummer) is om aan te horen. Maar Je Veins Du Sud is gewoon prachtig. Is een van de mooiste stukken van het hele album. In het laatste nummer hoor je de acteur Sardou en is alleen gesproken woord. Les Noces De Mon Pere. En dit is samen met Je Veins Du Sud, L’Autre Femme, Les Mamans Qui s’en En Vont het hoogtepunten van het album.

Brigitte Fontaine & Areski Belkacem – L ‘Incendie (1974)

De samenwerking tussen Fontaine en Belkacem gaat helemaal terug naar ’69. Dit duo heeft tussen 1969 en 1980 zes albums met elkaar gemaakt. Beiden zijn in de jaren zeventig belangrijk geweest in de Franse undergroundscene. Beiden hebben zonder elkaar ook albums uitgebracht, en beiden ook los van elkaar met Jacques Higelin (Franse pop zanger). Fontaine is behoorlijk actief geweest vanaf 1988, waarin ze in deze periode zo’n tien albums heeft uitgebracht. In 2020 kwam het album Terre Neuve nog uit. En Belkacem heeft twee soloalbums uitgebracht in 1970 en 2010. L’Incendie uit 1974 was hun enige album voor het Franse BYG label (ALBUM TOP 1760 – Gong), en het derde album dat ze samen maakten. Strikt genomen ligt deze muziek dicht tegen de kleinkunst aan. De minimale muzikale begeleiding staat in dienst om de twee stemmen van Fontaine en Belkacem optimaal tot hun recht te laten komen. Je hoort een soort van echo door alles heen. Het is soms wat afstandelijk, alsof ze zich soms voorzichtig inhouden. En soms heb je de indruk dat ze niet samen zingen, maar naast elkaar. Af en toe gaan hun stemmen tegen elkaar in en dan vinden ze elkaar weer. Zoals in de nummers Le 6 Septembre, Il Pleut Sur La Gare en Les Murailles. En dankzij dit, is het een mooi album met etnische, experimentele, psychedelische en folk invloeden. Het is poezie en proza gezet op muziek. Een aantal andere nummers zijn daar ook mooie voorbeelden van zoals Apres La Guerre. Het album is opgenomen in Studio Herouville (vlakbij Parijs), waar ook dat Gong album Camembert Electrique in mijn 1760 lijst is geproduceerd, en waar onderandere ook The Idiot van Iggy Pop, Mirage van Fleetwood Mac en Pin Ups van David Bowie zijn opgenomen.

Juliette Greco – La Valse Brune (2008)

Juliette Greco heeft iets onaantastbaars. Ze was een godin die nedergedaald was om de wereld te verheffen. Stijlicoon voor de intelligentsia. Prachtige vrouw, onbereikbaar, maar toch een heldin van het volk. Actrice, chansonniere, vertolkster van het exstentialisme, vechtster voor de vrijheid, een muze voor het artistieke avant-garde wereldje. Ze was een vrouw in het zwart. Op dit verzamelalbum uit 2008 (een van de ontelbare die er van haar zijn verschenen) hoor je eenentwintig chansons die al zijn opgenomen tussen 1954 en 1957. Met nummers van onderandere Brel, Sagan en Brassens. Chanson Pour L’Auvergnat, Coin de Rue, Le Diable, Mefiez-Vous de Paris, Sans Vous Aimer en La Marche Nuptiale. Dat soort muziek. Het is allemaal bitterzoet en wonderschoon. Het doet je smachtend verlangen naar iets wat niet meer lijkt te bestaan: naar een tijd van onschuld, naar een soort van helderheid, eenvoud, zekerheid en duidelijkheid, dat je ook terug hoort in de muziek van Piaf, Aznavour, Brassens en Brel. Het zijn allemaal kleine slagroomgebakjes, kleine poetische miniatuurtjes over het dagelijkse leven. Als je hiernaar luisterd, zie je van die kleine keuterboertjes door het Franse platteland lopen, zie je stokbrood, wijn en Parijse cafeetjes. Maar zie je ook al die kunstenaars en mensen in die Parijse wijk Saint-Germain-des-Pres, waar zij in haar leven zo mee verbonden was. Zie je Satre, Camus en Prevert voor je geest opdoemen. Deze muziek is niet sentimenteel, Ze laten de waarheid horen en zijn fijnbesnaard en ook krachtig. Juliette Creco had vele bewonderaars. Michelle van de Beatles is op haar gebaseerd. Lennon, McCartney en Marianne Faithfull adoreerden haar. Ray Davies heeft een nummer over haar geschreven: Art School Babe. Juliette Greco is in september 2020 op drieennegentig jarige leeftijd overleden. Juliett Greco was een heldin. Onaantastbaar en vooral ook mysterieus.

Roscoe Mitchell – Sound Songs (1997)

De enige muzikant die je op dit album hoort is Mitchell zelf. De man heeft blijkbaar niemand nodig om zijn expressionele kunst te vertonen. Je moet nogal open staan voor iets anders dan je gewend bent. Maar als je er een aantal keren naar geluisterd hebt kom je tot de ontdekking dat dit kunst met een grote K is. Avant garde jazz en free jazz is niet mijn favoriete jazz maar deze man kan spelen. Je moet helemaal teruggaan naar 1966 om te ontdekken dat Mitchell op z’n minst uitgeroepen kan worden als een icoon, als een frontman van de avantgarde en de free jazz. Sound Songs bestaat uit 26 nummers met vrije improvisatie jazz. Op veel van de nummers is gebruikt gemaakt van overdubs en iets van drie stukken zijn live opnames. Er zit geen enkele richting in de muziek. En dat is zeer prettig om naar te luisteren. Op het eerste gehoor denk je de man doet maar wat, maar dat is niet zo. De kracht van dit album is namelijk dat die verscheidenheid van emoties die je hoort, muziek is waar geen grenzen aan zijn te bespeuren. Het is een ware ontdekkingstocht, en dat met een verbazingwekkende ademhalingtechniek. De man kan moeiteloos minuten lang zijn tonen blijven halen. Mitchell speelt de meeste nummers op sopraan en alt sax, maar speelt soms ook fluit op met name het stuk Fallen Heroes. Maar ook percussie en triangel. Full Frontal Saxophone is een prachtig staaltje van technisch vernuft, een tien minuten durende explosie van improvisatie, poezie gemaakt door geluid, en live opgenomen ergens Madison in Wisconsin. En de 4:50 Express, For Madeline en First Sketches of Leola zijn niets anders dan harmonische staaltjes van expressie, durf en emotie. Misschien is Mitchell niet mijn favoriete saxofoonspeler. Maar hij is er wel een die lef heeft om buiten de paden te willen treden. Sound Songs bestaat niet zozeer uit songs die alleen maar simplistisch geluid zijn, maar is gewoon muziek dat geluid gebruikt om mee te kunnen communiceren. Uitgebracht door Delmark (ALBUM TOP 1760 – Junior Wells, Sleepy John Estes, Magic Sam, Sun Ra).

White Lies – Ritual (2011)

Dit indierock trio uit Londen kwam in 2011 met hun tweede album Ritual. Nadat hun debuut To Lose My Life uit 2009 een groot succes bleek te zijn, kon deze opvolger natuurlijk niet uitblijven. Al eerder in 2008 maakte de band hun televisiedebuut bij Later with Jools Holland voorat er ook maar iets was verschenen. Hadden optredens op het Reading and Leeds Festival, Glastonbury, Rock Werchter en Pinkpop. Het publiek sloot deze band zonder morren in hun armen. Kortom het is met deze band toen hard gegaan. Tegenwoordig is het wat stiller geworden rondom White Lies. In 2019 kwam hun laatste CD uit genaamd Five, niet bepaald een wereldschokkend album. En Ritual, uit 2011, klinkt ook niet bepaald vernieuwend. In feite zit er weinig variatie in de tien nummers. Misschien moet je wel zeggen dat ze allemaal hetzelfde klinken: vaak saai, monotoon, en vooral behoorlijk deprimerend (wat heel wat wil zeggen als men in aanmerking neemt dat hun eerste album pas echte depressieve muziek was). In de meest gunstige zin kun je het misschien wel melancholish noemen. Er staan maar een paar interessante nummers op. Streetlights en Holy Ghost zijn aardig. Turn The Bells is gewoon Depeche Mode. Eerlijk gezegd gaan alle nummers snel vervelen en is het allemaal wat zeurderig. Dit soort muziek is al jaren geleden gedaan door bijvoorbeeld Joy Division. En dan vele malen beter. Daarbij vergeleken mist White Lies gewoon een eigen geluid. Het is emotieloos: bombastisch zonder enige diepgang en zonder enige betekenis. En zonder boodschap. White Lies was een hype. Was het nieuws in 2011 dat dit een belangrijke release zou worden alleen maar een leugentje om bestwil? White Lies zijn er blijkbaar altijd! Uitgebracht door Fiction Records (ALBUM TOP 1760 – Tired Pony, The Maccabees, Elbow), geproduceerd door Max Dingel en Alan Moulder (AT1760 – Smashing Pumpkins), en opgenomen in Assault & Battery 2, eigendom van Moulder en Flood. Flood was betrokken als producer van albums in mijn 1760 lijst van Sigur Ros, Depeche Mode en Nine Inch Nales. Als je jezelf afvraagd wat voor soort muziek dit is: ik zou zeggen kijk in de ogen van de twee vrouwen op de hoes. Die zijn namelijk nogal leeg.

Albums 1621 -1630

Roger Taylor – Happiness? (1994)

Drummer Roger Taylor van Queen heeft in het verleden een aantal nummers van Queen geschreven die er voor deze band toe hebben gedaan, zoals Modern Times Rock ‘n’ Roll, The Loser in the End, Tenement Funster, I’m in Love with My Car, Drowse, Sheer Heart Attack, Fight from the Inside, Fun It, A Kind of Magic, The Invisible Man en Heaven for Everyone. Voor Queen fans zijn dat allemaal bekende songs. Taylor wordt uiteraard ook gezien als een goede drummer. En ook is hij natuurlijk een verdienstelijke zanger. Het is moeilijk om niet van zijn stem te houden. Hij had voor dit album al twee soloalbums op zijn naam, en ook al drie albums uitgebracht met zijn eigen band The Cross. Op dit album wordt Taylor bijgestaan door Phil Spalding (ALBUM TOP 1760 – Talk Talk, Terence Trent D’Arby), Phil Chen (ALBUM TOP 1760 – Jeff Beck) en Jim Cregan (ALBUM TOP 1760 – Katie Melua). Op zich is Happiness? niet echt bijzonder. Je moet denk ik een Queen fan zijn om dit te kunnen waarderen. En dat valt niet mee. Maar een paar nummers zijn het luisteren de moeite waard. Voor de rest is het behelpen. Happiness, You Had To Be There, The Key. Foreign Sand en Old Friends (over Freddie Mercury). Maar een kritisch nummer zingen over Robert Murdoch, Dear Mr. Murdoch, en in het verleden een album uitbrengen dat News Of The World heet, is dan weer wat hypocriet. En met zijn voor de hand liggende politieke nummers, met wat simplistische teksten over nazis en de derde wereld, Nazis 1994 en Revelations, valt Taylor als protestzanger echter door de mand. Dat zijn niet meer dan platidudes die hij hier bezingt. Uitgebracht in 1994 en uiteraard opgedragen aan de in 1991 overleden Freddie Mercury, zoals het hoort. Is dit inderdaad happiness? Gelukkig staat er een vraagteken achter.

Maria Muldaur – Heart Of Mine: Love Songs Of Bob Dylan (2006)

Maria Muldaur is niet de enige die een album met nummers van Dylan heeft uitgebracht. Zij is geen uitzondering. Meestal zijn dat albums met nummers die iedereen wel eens een keer heeft gedaan. Soms werkt dat en soms ook niet. Het gaat er dan om hoe je die nummers vertaald naar iets anders, dat nog niet is gedaan. Het moet natuurlijk niet teveel als Dylan klinken, en je moet er iets in horen wat Dylan misschien zelf niet heeft willen overbrengen. Veel artiesten trappen in de valkuil van het gemakzuchtige. Iedereen met hun eigen oorzaken. Maria Muldaur, geboren in Greenwich Village in New York City, trapt denk ik ook in die valkuil. Ook al is de keuze van de nummers op dit album dan weer wel origineel, met nummers van Time Out Of Mind, Love And Theft en Shot Of Love, met allemaal liefdesliedjes van de man. En Dylan heeft heel wat liefdesliedjes geschreven. Op dit album hoor je er een aantal die wel verassend zijn (van de coveralbums die ik zelf heb althans), zoals Golden Loom, Moonlight, Wedding Song en You’re Gonna Make Me Lonesome When You Go. Wat dat betreft krijgt Muldaur een compliment. En van de bekendere nummers mogen Buckets of Rain, To Be Alone With You en Heart of Mine ook een compliment krijgen. Muldaur zelf klinkt als een zangeres met een doorleefde stem. Daar ontbreekt niets aan. De vrouw is net als Dylan in de Heer gegaan; ook zij liep in de jaren zestig in Greenwich Village rond; heeft waarschijnlijk samen met hem op dezelfde avonden opgetreden in de verschillende coffeehouses in het coffehouse cicuit van The Village, en zat zelfs in de film No Direction Home. Dus ze weet over wie ze zingt. Maar Lay Baby Lay (Lay Lady Lay) en Make You Feel My Love, klinken helaas uitermate saai. On A Night Like This is ook niet interessant. Net als I’ll Be Your Baby Tonight. Hier zit geen bezieling in. Dit jazz georienteerde album, met het country uitstapje You Ain’t Goin’ Nowhere, zit qua muzikanten echter wel goed in elkaar. Prima voor de bakker dus. Dit sleept je er dan ook doorheen. Aangenaam om naar te luisteren. Alleen is het (net als dat album van Judy Collins dat ik heb, en ook een vrouw met een Greenwich Village verleden) niet het ultieme coveralbum van Dylan, wat mij betreft. Helaas.

Styx – Cornerstone (1979)

Ik heb nooit veel met Styx gehad. Vond deze band eigenlijk altijd maar niets. Het was dan wel een prog rock band, maar voor mij hoogstens in dit genre te vergelijken met bijvoorbeeld Kansas, Saga, en andere stadion rock bands als Boston, Foreigner, Cheap Trick, Journey en UFO. Styx was en is voor mij dan wel geen Yes, Genesis, Jethro Tull of Pink Floyd, maar ze horen wat mij betreft wel in mijn 1760 lijst thuis. Net als Kansas trouwens. De reden dat ik juist dit album van ze gekocht heb is eigenlijk alleen om Boat On The River. Dat ik wel een aardig nummer vind. Babe, het andere bekende nummer, is echter het tegenovergestelde. Dit is eigenlijk een verschrikkelijk misseljikmakend liedje, maar zit wel knap in elkaar, maar dus niet mijn cup of tea. Net als dat andere nummer First Time, wat hemeltergend sentimenteel is. Babe is eigenlijk het Dust In The Wind van Styx. Maar als je het gaat vergelijken met die andere nummers is het misschien qua compositie wel het beste nummer, maar niet perce waar ik zelf dan dus warm voor loop. Love In The Midnight, is het meest prog rock achtige nummer. Op Why Me hoor je een saxofoon. Borrowed Time, Love In The Midnight en Eddie; dat over Edward Kennedy gaat (eddy now don’t you run, you know you are a bootlegger’s son), klinken wat steviger. Misschien moet je dit album geen prog rock meer noemen. Maar meer melodieuze rock in een dun prog jasje. Sommige nummers hangen nog net tegen de prog rock aan. Maar ik moet zeggen dat het geen slecht album is. Maar het is in ieder geval geen belangrijk prog rock album.