Blog

Sonic Boom – All Things Being Equal (2020)

Dit is het eerste nieuwe album van Pete Kember alias Sonic Boom in twintig jaar. Kember was mede oprichter van Spacemen 3. Bracht een aantal albums uit onder de naam Spectrum en was ook actief in Experimental Audio Research. Dit is in feite zijn tweede album als Sonic Boom. Op een van de nummers, Just A Little Peace Of Me, verzorgd Panda Bear de achtergrondzang, en speelt Britta Phillips (Luna, Dean & Britta) bas op I Feel A Change Comin On. Kember is ook bekend als producer van Panda Bear, Beach House en MGMT. All Things Being Equal doet me een beetje denken aan Spiritualized (van Spacemen 3 collega Jason Pierce) en eigenlijk ook aan een aantal krautrock bands uit de jaren zeventig. Verrassend? Gedeeltelijk! Het is een sonische geluidsexplosie, maar ook een minimalistisch space avontuur. Een psychedelische trip, versterkt met hypnotiserende synthesizers. Van de tien nummers zijn er een paar de moeite waard. Zoals Spinning Coins and Wishing on Clovers, I Can See Light Bend en My Echo My Shadow and Me, gebracht met een stem van de Schepper himself die al het leven verklaard van het grote niets. Deze nummers zijn wat donkerder van toon. Uitgebracht op 3 maart 2020 door Carpark Records (Beach House, Cloud Nothings).

Contemporary Records

Een jazz label, gespecialiseerd in West Coast jazz, opgericht in 1951 door Lester Koenig. Koenig, geboren in 1917, was een screenwriter en filmproducer. Tijdens de tweede Wereldoorlog diende hij bij de United States Army Air Corps, waar hij verantwoordelijk was als schrijver voor films als Memphis Belle: A Story of a Flying Fortress (1944) en Thunderbolt (1947). In 1947 kwam hij op de blacklist van de House Un-American Activities Committee, die toen op communisten jaagde. Koenig kwam daarna weer bij Jazz Man Records terecht (had er in de jaren dertig al eerder gewerkt) en richtte daarna Good Time Jazz Records op. In 1952 verkocht Nesuhi Ertegun (oprichter van Crescent Records) zijn label aan Koenig, die hij vervolgens op liet gaan in zijn eigen label. In het midden van de jaren zestig raakte Contemporary ietwat in verval, maar bracht het label sporadisch toch nog een aantal albums uit. Na de dood van Koenig, in 1977, nam zijn zoon de leiding over, die zelf ook albums produceerde van onder andere George Cables, Joe Farrell, Joe Henderson en Chico Freeman. In 1984 werd Contemporary gekocht door Fantasy Records. In 2004 werd de Fantasy catalogus, samen met Contomporary, Good Time Jazz Records, Society for Forgotten Music en Contemporary Composers Series vervolgens weer verkocht aan Concord Records. Er hebben heel wat muzikanten bij het label gezeten, zoals Lionel Hampton, Sonny Rollins, Harold Land, Ornette Coleman, Ray Brown en Ben Webster. Albums van Red Mitchell met Presenting Red Mitchell, Art Farmer met Portrait Of Art Farmer, The Cecil Taylor Quartet met Looking Ahead zijn een aantal voorbeelden van Contemporary uitgaves. Contemporary was het eerste jazz label dat stereo albums uitbracht.

De onderstaande albums zijn in mijn 1760 lijst door Contemporary uitgebracht:

  • (279) Benny Carter – Jazz Giant (producer Lester Koenig)
  • (280) Art Pepper – Art Pepper Meets The Rhythm Section (producer Lester Koenig)
  • (323) Shelly Manne – The Three & The Two (producer Lester Koenig)
  • (325) Hampton Hayes Trio – Hampton Hawes Trio, Volume 1 (producer Lester Koenig)
  • (1160) Pepe Romero – Flamengo Fenomeno (producer Lester Koenig)

Songtekst

MAN DIE BAKT

Het begint eerst met een aantal constateringen. De schrijver lijkt trots te zijn dat hij nu ook nog eens iets in de keuken doet. “Man die bakt. Zon op de huid. De man vangt aan. De man die bakt.” Hij lijkt het zelf ook fantastisch te vinden. Dan vraagt de persoon blijkbaar aan zichzelf. “Man die bakt?” En voor de zekerheid zegt hij nog maar een keer. “Nee, die man die bakt. Man die bakt.” Hij is trots op zichzelf en praat in zijn gedachten nu tegen zijn vrouw. “Man die bakt bakt bakt bakt bakt. Die man die bakt.” Dan wordt het humoristisch en neemt hij zichzelf op de hak. “Nee, de koekenbakker bakt.” En verklaard hij dat hij dit eigenlijk nooit doet en dat hij er in feite ook helemaal niets van kan. “De koekenbakker bakt wat de man niet bakt.” Dan valt hij weer in herhaling “Man die bakt. Man die bakt.” Dan valt de schrijver iets op en ziet hij de waterkraan “Puts water. Puts Puts. Man die bakt.” En constateert weer “Die bakt ze bruin zeg.” Hij lijkt nu in zichzelf tegen zijn vrouw te praten “De vrouw zegt: de man die bakt. Ja, de man die bakt. Nee, de man die bakt.” En dan irriteert hij zich “Bak bak bakt.” Dan komt er een buitenstaander bij “De vrouw doet open. Het is de koekenbakker.” En herhaald nog maar een keer “Nee, de man die bakt. Bakt bakt bakt bakt bakt bakt bakt.” En weet ook wel dat dit niet zo is “Het hele jaar door. Bakbakbakbakbakbakbakbakbakbak.” En dan maar weer voor de laatste keer “Man die bakt. En zegt bedankt voor de aandacht “Trimakassie.”

Artiest: Jiskefet Album: Bull Nummer: Man Die Bakt Compositie: Hein Offermans Tekst: Jiskefet

De keuze van een Album van een bepaalde Band of Artiest

(5) Fairport Convention – Liege & Lief

Om het kort samen te vatten: Fairport Convention staat met een album op de vijfde plek in mijn 1760 lijst. En dat is dus Liege & Lief. Een wonderschoon album. Met een uniek eigen geluid. In feite is dit album een soort moederschip van alles wat in Groot-Brittannie in het verleden met folk en folk rock te maken heeft gehad. Wie dit album kent hoef ik maar een paar nummers te noemen. Come All Ye, Mattu Groves, Farewell Farewell, Tim Lin, Crazy Man Michael, Het is kunst met een hoofdletter K. Het hele album heeft iets ondefinieerbaars en tegelijkertijd staat het als een huis. Het is triest en vrolijk tegelijk. En Sandy Denny zingt als een engel die op aarde is gekomen om met haar zalvende en zuivere stem de mensheid genot te brengen. Ik heb maar drie albums van Fairport Convention. Die andere twee zijn Nine en What We Did On Our Holidays. Natuurlijk nogal magertjes voor een band met nogal wat albums die ik dan zo goed moet vinden. Maar ja, je kunt niet alles kopen. Op What We Did On Our Holidays staan een paar covers I’ll Keep It With Mine van Dylan en Eastern Rain van Joni Mitchell. Er staan een paar eigen nummers op en een paar bewerkte traditionals. Ook geen slecht album dus. Maar vergeleken met Liege & Lief is het gewoon minder goed. Het is over het algeheel wat voorzichtiger, wat behoudender, en heeft een duidelijk minder eigen geluid, maar dan alleen vergeleken met Liege & Lief. De muziek op Holidays zelf is ook prachtig (als ik er voor had gekozen om van elke band of artiest twee albums te nemen, had Holidays ook hoog in mijn 1760 lijst gestaan). Nine, het derde album dat ik heb, is ook een goed album. Maar er doen, behalve Dave Swarbrick verder allemaal andere muzikanten op mee. Wel Trevor Lucas, David Pegg (John Martyn, Richard & Linda Thomas), die ook een Jethro Tull verleden heeft, Dave Mattacks (o.a. The Proclaimers, Steeleye Span en Chris Rea), Dave Swarbrick (Martin Carthy) en Jerry Donahue (Fotheringay). Allemaal goede muzikanten. Maar dus geen Sandy Denny. En zonder de stem van Denny is het dan al gewoon sowieso minder uniek. Er staan wel mooie traditionals op zoals The Hexhamshire Lass en Polly On The Shore. Maar Nine is voor mijn gevoel meer een Trevor Lucas album.

Uitgebrachte Singles van de 1760 Albums #11

  • (1705) Bill Hicks – Rant In E-Minor (Geen Singles)
  • (1706) Eddie Murphy – Comedian (Geen Singles)
  • (1707) Jerry Seinfeld – I’m Telling You For The Last Time (Geen Singles)
  • (1708) Hans Teeuwen – Dat Dan Weer Wel (Geen Singles)
  • (1709) Richard Pryor – Is It Something I Said? (Geen Singles)

De uitklaphoes van de LP #16

Word Salad van Fischer-Z

Ik heb altijd een zwak gehad voor Fischer-Z, ook al heb ik dan nauwelijks iets van deze band gekocht. Melodieuze gitaar muziek met die typische raspende stem van John Watts (heb ook een solo LP van hem The Iceberg Model). Word Salad komt uit 1979, en heb deze band altijd in het rijtje gezien met The Police, Talking Heads, Elvis Costello en Joe Jackson. Weet ook niet waarom. Ik heb deze LP niet op CD, maar heb Red Skies Over Paradise in mijn 1760 lijst staan, want daar staan namelijk betere nummers op zoals Berlin, Marliese, In England en vooral You’ll Never Find Brian Here. Op Word Salad staan wel een paar goede songs, zoals The Worker, Lies, Pretty Paracetamol en Remember Russia. Op de hoes van de LP zelf staat niet veel informatie. Ook niet op de binnenhoes waar alleen maar afbeeldingen staan van LP’s van andere artiesten (in feite gewoon reclame van platenwinkel Fame uit Amsterdam). Maar wel dat het is uitgebracht door Liberty/EMI/United Artists. Op Discogs echter staat dat de Graphic Designer George Hardie (Hipgnosis) is, ook wel verantwoordelijk voor de hoezen van Pink Floyd’s The Dark Side Of The Moon en Wish You Were Here en van het debuutalbum van Led Zeppelin. De LP is opgenomen in Eden Studios (Madness, Scritti Politti, Squeeze), waar o.a. ook The Lion And The Cobra van Sinead O’Connor en Riding With The King van John Hiatt zijn opgenomen.

Snowgoose – The Making Of You (2020)

Who Will You Choose staat op het album The Making Of You van het Schotse folk rock gezelschap Snowgoose. Hun debuutalbum Harmony Springs kwam alweer uit in 2012. En dit album is acht jaar later pas de opvolger. Muzikanten op dit album zijn zangeres Anna Sheard, Jim McCulloch (The Soupdragons), bassist Dave McGowan, gitarist Raymond McGinley (Teenage Fanclub), Stuart Kidd. Stevie Jones, Chris Geddes van Belle & Sebastian op keyboards, en Ken McCluskey van The Bluebells, harmonica op het nummer Leonard. Niet het hele album is voor mijn gevoel echter pure folk rock, maar is ook een beetje indie folk. Maar op het laatste nummer Gave Up Without A Sound doet zangeres Anna Sheard wel wat denken aan Sandy Denny van Fairport Convention en aan Annie Haslam van Renaissance. Maar doet het hele album dus ook een beetje denken aan het Primrose Green album van Ryley Walker en ook aan het album Albion Heart van The Albion Band. Maar dat is allemaal geen belediging. Mooi dat er anno 2020 nog steeds dit soort muziek gemaakt wordt.

Alligator Records

Alligator Records is een blues en bluesrock label. Opgericht in 1971, in Chicago, door de toen bijna drieentwintig jarige Bruce Iglauer, een voormalige werknemer van Delmark Records. Begon zijn eigen label om zijn favoriete artiest Hound Dog Taylor in Sounds Studios mede te produceren (die Delmark weigerde uit te brengen), en werd van hem op een gegeven moment de producer, manager, promotor en roadie. Ging bij Delmark weg en begon zich alleen op zijn eigen label te concentreren, opererend vanuit zijn eigen huis, waar hij tot 1985 zou blijven zitten. In de eerste jaren (1971, 1972, 1973) bracht Iglauer een album per jaar uit. Elk volgende album moest worden gefinancierd met de opbrengsten van het vorige album. Al In 1975 kreeg Koko Taylor, de Queen of the Blues, met het album I Got What It Takes een Grammy nominatie. Sinds het uitbrengen van Hound Dog Taylor heeft Alligator Records bijna driehonderd albums uitgebracht, Met een stal van blues artiesten als Lonnie Mack, Marcia Ball, Robert Cray, Professor Longhair, Otis Rush, Elvin Bishop, Koko Taylor, Lonnie Brooks, Charlie Musselwhite en Eric Lindell. In 1982 won het label hun eerste Grammy Award met het album I’m Here van Clifton Chenier. Twee jaar later tekende Johnny Winter een contract en debuteerde voor Alligator met het album Guitar Slinger. Tegenwoordig is Alligator Records het grootste onafhankelijke blues label in de wereld, en staat het met drie Grammy Awards en eenenveertig nominaties, dus behoorlijk op de kaart. In 2016 kwam de Alligator Records 45th Anniversary Collection uit. Een verzamelalbum met meer dan dertig nummers. Showdown! van het trio Albert Collins, Robert Cray en Johnny Copeland, uit 1985, is een van Alligators best verkochte albums. In 1986 werd dat album uitgeroepen als beste Traditional Blues Recording.

Ik heb vier albums die door Alligator zijn uitgebracht:

  • (52) Big Walter Horton with Carey Bell – Big Walter Horton with Carey Bell
  • (86) Hound Dog Taylor – Hound Dog Taylor and The House Rockers
  • (469) Albert Collins – Ice Pickin’
  • (933) Buckwheat Zydeco – Lay Your Burden Down

De keuze van een album van een bepaalde Band of Artiest

(146) Paul Simon – Graceland

Ook van Simon heb ik wel het een en ander. Paul Simon, Still Crazy After All These Years, Graceland, The Rhythm of the Saints, Songs From The Capeman, You’re The One, Surprise en So Beautiful Or So What. Simon heb ik door de jaren heen altijd wel een beetje gevolgd, ben altijd een liefhebber geweest van zijn muziek. Ik denk door zijn manier van zingen, zijn stem (ik heb dat ook met James Taylor) en zijn originaliteit. Ook al in de periode met Simon & Garfunkel natuurlijk. Op de een of andere manier is zijn stem een soort rustgevend medicijn. Je voelt je op je gemak, hij laat je nadenken, hij geeft zijn mening, hij observeerd, hij is gevoelig, hij is je vriend. Zoiets. Ik heb dan wel niet alles van hem: The Paul Simon Somgbook, There Goes Rhymin’ Simon, One-Trick Pony, Hearts And Bones, en zijn laatste albums Stranger To Stranger en In The Blue Light, uit 2016 en 2018, maar ik moet bekennen dat ik hem na So Beautiful Or So What, niet meer zo gevolgd heb. Maar goed, Waarom Graceland mijn favoriete album van Simon is? In ieder geval is alles na Graceland minder interessant voor me. Songs From The Capeman komt er nog een beetje bij in de buurt. Met nummers als Adios Hermanos, Born In Puerto Rico en Bernadette en vooral The Vampires. The Rhythm Of The Saints, vier jaar na Graceland, is wel een prima album, maar vind ik, hoewel dit album lovende kritieken heeft gekregen, toch een beetje teveel als Graceland klinken. Nummers als The Coast, Proof, Born At The Right Time en Spirit Voices, hebben wel erg veel weg van Graceland. Op You’re The One staan een paar sterke nummers Darling Lorain, Old, You’re The One en Senorita With A Necklace Of Tears, Pig Sheep and Wolves. Ik denk dat dit mijn vijfde favoriete album is. Op Surprise staat Everything About It is a Love Song en Wartime Prayers. Maar dat is het dan ook. So Beautiful Or So What, bevat het mooie kerstliedje Getting Ready For Christmas Day, ook nog The Afterlife, Dazzling Blue, Rewrite, het werkelijk prachtige Love And Hard Times, Amulet, en ook het mooie Questions For The Angels. Tenslotte de twee albums die voor Graceland uitkwamen, Paul Simon en Still Crazy After All These Years. Deze zijn eigenlijk ook mijn favoriete albums na Graceland. Staan allemaal sterke nummers op wat mij betreft. Eenentwintig nummers en allemaal klassiekers. Om er een paar te noemen: Mother And Child Reunion, Duncan, Run That Body Down, Armistice Day, Me And Julio Down By The Schoolyard, Papa Hobo, Still Crazy After All These Years, My Little Town, en 50 Ways To Leave Your Lover. Ook al voor Graceland was Paul Simon al een genie. Maar Graceland echter is een muzikale wereld op zich, met een volstrekt eigen geluid, met een eigen identiteit, grote muzikaliteit, originaliteit, levensvreugde, plezier, liefde voor muziek, en zelfs humor. Steeds weer opnieuw blijft dit album je verbazen en verrassen, alsof het een soort religieuze openbaring is. Ik weet niet wat ik er nog meer over moet zeggen. Voor Graceland was er voor mijn gevoel nog nooit zoiets gemaakt. Simon had bovendien een groot risico genomen door met Zuid-Afrikaanse muzikanten samen te werken, door zelfs naar Zuid-Afrika te gaan en de culturele boycot van Zuid-Afrika te doorbreken. Maar het album voelt alsof het het einde van de Apartheid van Zuid-Afrika in een spetterende muzikaal feest markeerde. Luister naar nummers als The Boy In The Bubble, Graceland, Diamonds on the Soles of Her Shoes, Homeless, Under African Skies, Crazy Love, Vol. II en naar All Around the World or the Myth of Fingerprints, en je bent verkocht.

Uitgebrachte Singles van de 1760 Albums #10

  • (1710) Enya – Watermark (Orinoco Flow, Evening Falls…, Storms In Africa, Exile)
  • (1711) Norah Jones – Come Away With Me (Don’t Know Why, Feelin’ the Same Way, Come Away with Me, Turn Me On)
  • (1712) Tim Hecker – Konoyo (This Life, Keyed Out)
  • (1713) Mark Pritchard – The Four Worlds (Geen Singles)
  • (1714) Gas – Rausch (Geen Singles)

De uitklaphoes van de LP #15

Love van The Cult

Is wat mij betreft een klassiek album, en spettert muzikaal gezien op allebei de kanten van de naald. Staat ook ergens in mijn lijst van 1760 CD’s, (heb ook nog twee andere LP’s van ze, Electric en Live at the Lyceum). Maar Love van The Cult is zonder twijfel het beste album wat mij betreft (wat ik dan van hen heb) dat ze gemaakt hebben. Bekendste nummer is misschien She Sells Sanctuary (ronduit bedwelmende muzak), maar er staan meer goede nummers op, zoals Nirvana, Love, Revolution, Brother Wolf Sister Moon en Rain. Love komt uit 1985, en staat bij mij op de tiende plek in de album top tien van dat jaar. De groepsfoto op de uitgeklapte binnenkant is van Andrew Macpherson, die onder andere ook de hoezen van Days Like This van Van Morrison, Mind Bomb van The The, en First Comes The Night van Chris Isaak heeft gedaan. Op de versie die ik heb zijn de teksten van de nummers (Astbury en Duffy) er allemaal mooi bijgeleverd, met mooie witte letters op een zwarte achtergrond, dat de muziek voor m’n gevoel extra waarde geeft, al moet je er wel moeite voor doen om het te lezen. De LP is uitgebracht door Virgin en Beggars Banquet (onder deel van The Beggars Group waartoe ook 4AD, Rough Trade, Matador XL Recordings en Young Turks behoren). Opgenomen in twee studios waarvan ik ook een aantal albums van andere bands in mijn 1760 lijst heb staan die daar ook zijn opgenomen, namelijk in Jacobs Studios in Farnham (Au Pairs en U.K. Subs) en Olympic Studios in Londen (o.a. Scott Walker, Procal Harum en Buzz Cocks). Love van The Cult is zwarte doom, zo zwart als het maar kan.

Brendan Benson – Dear Life (2020)

Singer-songwriter, gitarist, bassist, keyboardist en drummer Brendan Benson is bekend als lid van The Reconteurs. Maar hij heeft inmiddels ook al heel wat solo albums achter zijn naam staan. Good To Be Alive staat op zijn zevende album Dear Life. Hij is zelf verantwoordelijk voor alle muziek. Heeft alleen hulp gekregen van bassist Jon Estes en drummer Jon Radford (beiden Robyn Hitchcock) op een enkel nummer Baby’s Eyes. Hij heeft het hele album ook zelf geproduceerd. Alle nummers zijn gemixed bij Hansa Studios in Berlijn (Nina Hagen Band, Iggy Pop, Marillion). Uitgebracht door Jack White’s Third Man Records (Margo Price, The Reconteurs, White Stripes, Jack White). Valt het best te omschrijven als power pop. Je moet een paar keer luisteren naar Dear Life wil je het waarderen. Zijn stem klinkt een beetje als Jack White. Maar vind dit album bijvoorbeeld in ieder geval nu al beter dan Blunderbuss van White, die ik ook ergens in mijn lijst heb staan (als we het toch over connecties hebben). Een aardig album dus.

Jagjaguwar

Is een onafhankelijk Amerikaans platenlabel, opgericht in 1996 in Charlottesville, door Darius Van Arman. In 1999 is het verhuisd naar Bloomington. Tegenwoordig heeft het kantoren in New York, Los Angeles, Chicago, Austin, Londen, Parijs, Berlijn en ook in Amsterdam. Het is samen met Secretly Canadian en Dead Oceans een sublabel van de Secretly Group. Is gespecialiseerd in alternative rock en indie. Brah Records, Chigliak Records (van Justin Vernon van Bon Iver) en Rado Records zijn op hun beurt weer sublabels van Jagjaguwar. In 2012 werd het label door de American Association of Independent Music’s (A2IM) uitgeroepen tot het beste label van het jaar. Paste heeft Jagjaguwar uitgeroepen tot een van de tien beste labels van 2018. Bombay Aloo van The Curious Digit was het eerste album dat Jagjaguwar heeft uitgebracht. Verder heeft Jagjaguwar onder andere albums van Dinoaur Jr., Wolf People, Songs: Ohia, Small Black en van Okkeville River uitgebracht.

Albums van Jagjaguwar in mijn 1760 lijst:

  • (1080) Black Mountain – IV
  • (1136) Angel Olsen – My Woman
  • (1145) Fogygen – We Are The 24st Century Ambassadors Of Peace & Magic
  • (1186) Unknown Mortal Orchestra – II
  • (1221) Sharon Van Etten – Are We There
  • (1299) Bon Iver – For Emma, Forever Ago
  • (1428) Viet Cong – Viet Cong

De keuze van een album van een bepaalde Band of Artiest

(690) David Sylvian – Brilliant Trees

Ik heb vier albums van David Sylvian: Brilliant Trees, Secrets Of The Beehive, Dead Bees On A Cake en Everything And Nothing. Everything And Nothing valt sowieso af, want dat is een verzamelalbum. Secrets Of The Beehive is nogal dromerig, dat je eigenlijk heel hard uit je luidsprekerboxen moet laten klinken. Het geeft een soort spooky effect waarvan de rillingen dan over je rug zullen lopen. In de goede zin van het woord. September, The Boy With The Gun, Maria, Orpheus (hoogtepunt), The Devil’s Own, en ook Forbidden Colours staat op dit album (van de film Merry Christmas, Mr. Lawrence met David Bowie in een hoofrol, en met ook Ryuichi Sakamoto in een mooie rol). Het andere album Dead Bees On A Cake, is iets minder dromerig, met nummers als I Surrender, Dobro #1, Thalheim, Alphabet Angel, Krishna Blue, Wanderlust, Praise en Darkest Dreaming. Sylvian is een meester in stilte, zingt geen noot te veel. Maakt muziek om tot rust te komen dat je laat nadenken, enkel en alleen door zijn manier van zingen. Maar Brilliant Trees (debuutalbum) is toch mijn favoriete album van deze drie. Het heeft nog net iets weg van Japan, en het heeft toch een eigen geluid. Nummers als Pulling Punches, Nolstagia, Red Guitar, Weathered Wall, Backwaters en het titelnummer Brilliant Trees, zijn bijvoorbeeld allemaal nummers die je doen verbazen, nieuwschierig maken en prikkelen. Je hoort steeds weer iets nieuws. Voor mijn gevoel net iets meer dan op die andere twee albums. Brilliant Trees (1984) kwam drie jaar uit na Tin Drum, het laatste album van Japan (1981).

De uitklaphoes van de LP #14

The Friends of Mr. Cairo van Jon & Vangelis

Ik heb deze LP nooit als CD gekocht. Vreemd genoeg, want misschien vind ik van Jon & Vangelis The Friends of Mr. Cairo uit 1981 zelfs prettiger om naar te luisteren dan naar Short Stories uit 1980, die ik uiteindelijk wel in mijn 1760 lijst heb gezet. Alleen al om het twaalf minuten durende titelnummer The Friends of Mr. Cairo, omdat ik dit album stukken beter vind dan Tomato van Yes, waar Anderson toen nog in zong, en misschien ook wel omdat het een zelfde interesse voor de Egyptische oudheid bij me opwekte als Pyramid van The Alan Parsons Project deed. Vraag me niet waarom? Op de versie van de Mr. Cairo die ik heb, staat dan wel niet I’ll Find My Way Home (volgens mij op geen enkele LP – dat nummer verscheen pas later op alle CD uitvoeringen), maar wel State of Independence, dat een grote hit is geweest voor Donna Summer. Het nummer The Friends of Mr. Cairo zelf is een ode aan films uit de jaren dertig en veertig. Aan Humphrey Bogart, Maureen O’Sullivan, Clark Gable, Mickey Spillane, James Stewart en Edward G. Robinson. Het nummer is eigenlijk een soort film op zich, zonder de visuele beelden er bij te hebben. Natuurlijk staan er op Mr. Cairo ook wel een paar zwakke nummers, zoals Back To School Boogie (het zou zomaar op Tomato van Yes hebben kunnen staan) en Beside, dat een beetje te zweverig is. Maar Outside And Inside en The Mayflower vind ik dan wel weer aardig. Short Stories en The Friends of Mr. Cairo, vind ik wat betreft Anderson, uit het begin van de jaren tachtig, wat ik dus al eerder vermelde, sowieso allebei betere albums dan Tomato van Yes, maar dan wel weer minder goed dan Olias of Sunhillow, zijn solo album uit 1976. Is iedereen ook weer bijgepraat. Nu ik er over nadenk heb ik het met geen woord over Vangelis gehad. Schandalig natuurlijk.

Broeder Dieleman – De Liefde Is De Eerste Wet (2020)

De Liefde Is de Eerste Wet is alweer het zesde album van de Zeeuwse singer-songwriter Tonnie Dieleman, ook wel bekend al Broeder Dieleman. Het is uiterst fraaie muziek. Als je hem ergens mee moet vergelijken dan is het misschien wel met de Amerikanen Sufjan Stevens en Bonnie Prince Billie, of met de Belg Admiral Freebee. Maar misschien ook met JW Roy, Spinvis, Ernst Langhout & Johan Keus. Heb nu dus ook mijn eerste Broeder Dieleman gekocht. Stond al lang op mijn verlanglijstje. Ik ken zijn vorige albums niet, maar het schijnt dat de nummers op dit album iets getructureerder zijn dan die op zijn vorige. Dieleman heeft de samenwerking gezocht met Peter Slager, de bassist van Blof. Een van de hoogtepunten is Jaagpad, dat onmiddelijk doet denken aan Dylan’s All Along the Watchtower. Mooi gedaan. Uitgebracht door Snowstar Records, een Utrechts label dat ook het I Am Oak album On Claws heeft uitgebracht.

The Five Spot Cafe, New York City

The Five Spot Cafe was een jazz club op Cooper Square in The Bowery, New York City, en daarna op een ander adres, op St. Marks Place. Voorheen zaten er andere kroegen, genaamd The Bowery Cafe en de No. 5 Bar. In 1956 opende het de deuren als The Five Spot Cafe en werd het een belangrijke jazz locatie. Veel jazz artiesten hebben er opgetreden. en ook bekende kunstenaars en schrijvers bezochten The Five Spot regelmatig. Zoals Jack Kerouac, Allen Ginsberg, Willem de Kooning en Franz Kline, en ook The Baroness Nica de Koenigswarter (een belangrijke jazz promotor, beschermvrouwe en financier van jazz artiesten uit die dagen).

Andere artiesten zoals Blossom Dearie, Elvin Jones, Lester Young en Canonball Adderley bezochten de Five Spot regelmatig als bezoekers. The Ornette Coleman Quartet trad in de stad New York voor het eerst op in The Five Spot. In 1962 is het gebouw afgebroken en verhuisde het toen naar een andere locatie, naar 2 St. Marks Place, een straat in East Village. Hier verblieef het tot 1967.

Uiteindelijk sloot die locatie in 1976, nadat de laatste optredens in 1975 plaats hadden gevonden. Er zijn veel live opnames gemaakt. De LP’s Thelonious In Action en Misterioso van de Thelonious Monk Quartet zijn er opgenomen, net als On view at the Five Spot Cafe van Kenny Burell with Art Blakey, The George Russell Sextet at the Five Spot van George Russell is er opgenomen, en ook At the Five Spot van Eric Dolphy en Booker Little (engineer Rudy van Gelder).

Van de artiesten die wel in mijn 1760 lijst staan hebben er een aantal opgetreden in andere formaties. Sun Ra heeft er op 11 juni 1975 voor het eerst opgetreden, maar dan zonder zijn Arkestra. Kenny Burrell is er geweest. Monk met zijn Quartet. The Max Roach Quintet is er geweest, (van hem heb ik We Insist! uitgebracht onder zijn eigen naam). De Cecil Taylor Quintet is er geweest, (van hem ik Unit Structures als een solo album), en The Ornette Coleman Quintet, en van hem heb ik alleen zijn solo album Change of the Century.

Alleen Coltrane, in mijn 1760 lijst, heeft als solo artiest op 26 april 1964 in The Five Spot opgetreden.

  • (262) John Coltrane (1964)

De keuze van een album van een bepaalde Band of Artiest

(819) Los Lobos – Kiko

Hoezeer ik die andere albums ook gewoon goed vind, springt Kiko er toch bovenuit. Los Lobos is een van die bands, die iets oorspronkelijks heeft. Goede muzikanten, die dicht bij hun ziel zitten, trots zijn op hun afkomst en echte emoties vertonen in nummers die je raken. Ik heb zeven albums van Los Lobos, Just Another band From East L.A., How Will The Wolf Survive, By The Light Of The Moon, The Neighborhood, Kiko, Colossal Head en Tin Can Trust. Waarom ik Kiko hun beste album vind, komt misschien ook wel omdat ik Los Lobos met dit album ontdekt heb. En bovendien, dit album is het meest toegankelijke dat ze gemaakt hebben. Het is meer rock georienteerd en hebben hierop een volstrekt eigen stijl. Wake Up Dolores, Kiko and the Lavender Moon, That Train Don’t Stop Here, Arizona Skies en Reva’s House, hebben allemaal een soort van onbevangenheid dat je geinteresserd houdt. Die andere albums hebben dat natuurlijk ook wel, (hebben allemaal hun eigen schoonheid) maar zitten soms hier en daar nog in hun eigen roots gevangen. Zoals Just Another Band, hun debuut album, dat chicano rock, latin rock en Tex-Mex is. How Will The Wolf Survive is een overgang naar een andere sound, met nummers als Don’t Worry Baby, Our Last Night, The Breakdown en Evangeline, maar is vergeleken met Kiko nog steeds geen band met een volstekt eigen geluid. Maar dat is natuurlijk geen schande. We hebben het hier wel over Los Lobos. By The Light of the Moon en The Neighborhood komen al wat meer in die richting. Met nummers als All I Wanted To Do Is Dance, One Time One Night en River of Fools op By the Light Of The Moon en het mooie Emely (met Jim Keltner en Levon Helm), Little John of God (met Levon Helm) en Take My Hand (met Jim Keltner en John Hiatt) op The Neighborhood. Misschien vind ik dit album nog wel het beste na Kiko. Colossal Head vind ik een minder album, en gaan ze voor mijn gevoel hierop weer terug naar hun roots. Maar op de een of andere manier voor mijn gevoel niet helemaal met volle overgave, al staan er wel iets van vijf of zes goede nummers op. Tin Can Trust heeft wel weer een eigen geluid met Burn It Down, On Main Street, Yo Canto, Jupiter Or The Moon en Do The Murray. Ik vind dit album mijn derde favoriete album. Maar Los Lobos heb ik ontdekt met Kiko. Voor mij het beste album (dat ik van ze ken uiteraard) dat ze gemaakt hebben.

De uitklaphoes van de LP #13

Feels Good To Me van Bill Bruford

Een van de beste jazz fusion LP’s die ik heb (staat in mijn album top 1760) van een van mijn favoriete drummers (Yes, Chris Squire, U,K., Anderson Bruford Wakeman Howe). Uitstekend album. Kan ook niet anders met Bill Bruford, Allan Holdsworth (U.K.), Dave Stewart, Jeff Berlin, Kenny Wheeler en John Goodsall. Vooral het gitaarwerk van Holdsworth is uitmuntend. Zoals men kan zien is de hoes beschadigd. De foto van Bruford op de voorkant is van Gered Mankowitz, een veel gevraagde fotograaf. Deed onder andere de hoezen van Between The Buttons van de Rolling Stones, Slayed van Slade, Red van King Crimson, en bijvoorbeeld van Go Away From My World van Marianne Faithfull. Het album is mede geproduceerd door Robert Lumley, bandlid van Brand X (net als John Goodsall overigens) van collega drummer Phil Collins, en een neef van actrice Joanna Lumley. Feels Good To Me is opgenomen in Trident Studios (Bowie, U.K., Brand X, Cerrone), en is uitgebracht in 1978 als Bruford.

Watkins Family Hour – Brother Sister (2020)

Fake Badge, Real Gun is een van de tien nummers op dit tweede album van Watkins Family Hour. Hun debuut album uit 2015 bestond alleen uit covers. Misschien niet zo bekend hier in Nederland, zijn ze wel een begrip in Los Angeles en omstreken. WFH bestaat uit broer en zus Sean en Sara Watkins, en komen uit de bluegrass band Nickel Creek, en spelen al jaren een keer in de maand in een nachtclub in Los Angeles onder de noemer het Watkins uurtje (vandaar de naam). Veel bekende muzikanten hebben in deze nachtclub met ze opgetreden, zoals Jackson Brown, Ry Cooder, Greg Leisz, Belmont Tench, Fiona Apple, Dawes en Jim James. Bestond hun debuut album inderdaad dus alleen maar uit covers, op Brother Sister staan er maar twee. Accidental Like a Martyr van Warren Zevon en een oud blues nummer Keep It Clean van Charley Jordan. Twee andere pareltjes zijn Miles of Desert Sands en Belle and Ivan. Brother Sister is met vlagen mooi vertolkte contemporary bluegrass. En kun je dus best vergelijken met Alison Kraus and Union Station. Zie hier hun website.

Ocean Way Recording, Los Angeles

Allen Sides was een luidsprekerbouwer die een hi-fi demo ruimte bezat op Ocean Way, Santa Monica. Af en toe maakte hij opnames en demo tapes om zijn luidsprekers te kunnen verkopen. Door die populairiteit is Ocean Way Recording ontstaan en heeft hij op een gegeven moment Bill Putnam ontmoet. Putnam was een befaamde producent. Die op een gegeven moment zijn studio naar 6050 Sunset Boulevard Hollywood had verhuisd en dat United Recording Corp was gaan noemen. In dezelfde buurt op 6000 Sunset Boulevard kocht Putnam Western Recorders. De geschiedenis van Ocean Way gaat in feite terug naar de jaren zeventig toen Sides apparatuur kocht van United Western Studios en zijn eigen studio in een garage begon. Huurde later een studio bij United Western Studios. In de jaren tachtig kocht hij een andere studio van United Western Studios en noemde het toen Ocean Way Recording. In 1988 kocht Sides de Record One studio in Sherman Oaks in Los Angeles. In 1997 werd Ocean Way Nashville opgericht In 1999 werd het gebouw waarin het zat opgedeeld en verkocht aan Cello Recording Studios, dat later weer East/West Studios is gaan heten. Sides behield het gebouw op 6050 Sunset Boulevard.

Albums die op Ocean Ways Los Angeles zijn opgenomen zijn bijvoorbeeld Stop Making Sense van Talking Heads, Incognito van Spyro Gyra, Heartlight van Neil Diamond, verschillende albums van Ry Cooder, American Classic van Dexter Gordon, en zelfs Patti Brard met Red Light (waar het album is gemixed en met allemaal goede sessiemuzikanten) en Tutu van Miles Davis.

Albums in mijn 1760 lijst die gedeeltelijk op Ocean Ways in Los Angeles zijn opgenomen:

  • (66) Red Hot Chili Peppers – Californication (mixed in The Village Recorder en Mastered in Sony Music Studios)
  • (475) John Hiatt – Bring The Family (recorded en mixed)
  • (511) Beck – Sea Change (produced, engineerd en mixed; behalve twee nummers die zijn opgenomen in Record One)
  • (1014) Michael Jackson – Thriller (ook in andere studio, namelijk Westlake Audio)
  • (1143) Blake Mills – Heigh Ho (ook in andere studio’s, namelijk NRG Studios en Zeitgeist Studios)
  • (1513) Chris Stills – 100 Year Thing (recorded en mixed)

De keuze van een Album van een bepaalde Band of Artiest

(169) Fleetwood Mac – Rumours

Hoef ik geen seconde over na te denken. Al heb je hun complete oevre in huis. Rumours is hun magnum opus. Ben zo’n beetje opgegroeid met deze LP. Misschien is het daarom interessanter wat mijn tweede favoriete album is. Ik denk dat dat het titelloze album uit 1975 is, Fleetwood Mac, het zogenaamde White Album. Daar staan ook allemaal klassiekers op. Monday Morning, Rhiannon, Over My Head, Say You Love Me, en natuurlijk Landslide. Future Games uit 1971, dan nog met Danny Kirwan en Bob Welch, het eerste album met Christine McVie, maar nog steeds zonder Lindsey Buckingham en Stevie Nicks, (en al zo’n twee jaar zonder Peter Green, overleden in juni 2020), klinkt wel aardig met nummers als Woman of 1000 Years, Morning Rain, Sands of Time, Future Games, maar klinkt als een soort puber die nog steeds niet volwassen is. Maar heeft wel al die typische Californische sound uit de jaren zeventig. Tusk is mijn derde favoriete album, en kwam na Rumours uit. Van dit twintig nummers tellende album, is eigenlijk ook ieder nummer raak, maar is uiteraard niet te vergelijken met Rumours. Over & Over, The Ledge, Think About Me, Save me A Place, en natuurlijk Sarah, Storms, Not That Funny, Beautiful Child, en zelfs het titelnummer Tusk, zijn goede songs, ook allemaal met die typische Californische sound. Say You Will, uit 2003, en het laatste Fleetwood Mac studio album dat (tot nu toe) is verschenen, had voor mij niet gemaakt hoeven te worden. Voor Fleetwood Mac begrippen een zeer teleurstellend album, met drie of vier goede nummers. Misschien omdat Christine McVie geen vast bandlid meer was op dit album. Wie zal het zeggen. Het Live Album The Dance neem ik dan maar niet in overweging, hoewel alle hits daar op staan. En dus ook een paar nummers van Rumours The Chain, You Make Loving Fun, Go Your Own Way en Don’t Stop.

Uitgebrachte Singles van de 1760 Albums #9

  • (1715) Sibongile Khumalo – Quest (Geen Singles)
  • (1716) Madredeus – Os Dias Da Madredeus (Geen Singles)
  • (1717) Sarah McLachlan – Fumbling Towards Ecstacy (Possession, Hold On, Good Enough)
  • (1718) Moby – Play (Honey, Run On, Bodyrock, Why Does My Heart Feel So Bad, Natural Blues, Porcelain, South Side, Find My Baby)
  • (1719) Spock’s Beard – Snow (Geen Singles)

De uitklaphoes van de LP #12

Peter Gabriel van Peter Gabriel (I)

Dit is het titelloze debuutalbum van Gabriel uit 1977. Ook wel bekend als Peter Gabriel I of als The Car album. Het kwam uit nadat Gabriel Genesis had verlaten en voor het laatst op The Lamb Lies Down On Broadway had meegedaan. Moribund the Burgermeister, Solsbury Hill, Modern Love, Excuse Me, Slowburn, Waiting for the Big One, Down the Dolce Vita, Here Comes the Flood, waren nummers die heel anders klonken dan Genesis, maar voor mijn gevoel een soort voortzetting van Genesis was. Was natuurlijk niet zo. Maar hierdoor bleef ik zowel Gabriel als Genesis volgen. Heb altijd van de stem van Gabriel gehouden (heb ik eigenlijk ook met Japan en David Sylvian en Jon Anderson en Yes). Opvallende namen die op dit debuutalbum meedoen zijn Robert Fripp (King Crimson, Porcupine Tree, Brian Eno), Tony Levin (o.a. Robbie Robbertson, Anderson Brufford Wakeman How, Alice Cooper), Steve Hunter (Alice Cooper, Lou Reed), Dick Wagner (Alice Cooper), Jimmy Maelen (Garland Jeffreys) en het London Symphony Orchestra (Michel Sardou) op Down the Dolce Vita en Here Comes the Flood.

Raspberry Bulbs – Before The Age Of Mirrors (2020)

Before The Age Of Mirrors is het vierde album van dit uit Brooklyn, New York afkomstige trio. Het heeft soms niet al te beste kritieken gehad (omdat ze zichzelf schijnbaar aan het herhalen zijn), maar ik persoonlijk luister hier onbevooroordeeld naar (omdat ik hun eerdere werk niet ken), en ik moet zeggen dat het hele album me wel aanstaat. Underground Lo-Fi Black Metal met Punk invloeden. Het klinkt allemaal lekker duister. Het is maniacaal, ruw, en als je de teksten leest, kom je er achter dat er weinig hoop is voor de mensheid. Soms is het zelfs gewoon humoristisch en lijkt het of ze er genoegen in scheppen de luisteraar voor de gek te houden: dat je het allemaal niet al te serieus hoeft te nemen. En dan vind ik het zelf al de moeite waard om er naar te luisteren. Uitgebracht door Relapse Records (als je geinteresseerd bent in Grindcore, Death Metal en Sludge Metal, moet je die website absoluut bezoeken).

Air Studios, Oxford Street, Londen

Associated Independent Recording, is opgericht in 1965 door George Martin, John Burgess, Ron Richards en Peter Sullivan, nadat Martin Parlophone had verlaten. Air was was toen als studio nog niet actief. Het eerste album dat Martin wel voor Air produceerde was Rubber Soul van The Beatles, maar toen nog in Abbey Road Studios. Air Studios zelf was pas actief vanaf 1969. Maar pas in 1970 opende Air officieel de deuren op de vierde verdieping op hun eigen locatie op Oxford Street. Het had twee grote studios en twee kleine studios. De eerste sessie die er plaats vond was van The Average White Band. Er volgden heel wat andere bands. Meddle van Pink Floyd, Sheer Heart Attack van Queen, Live And Let Die van Paul McCartney, T Rex, Genesis, Supertramp, ze zijn er allemaal actief geweest.

Air opende later een tweede studio op het eiland Montserrat, waar in 1979 America en de Climax Blues Band met Silent Letter en Real To Reel, de eerste bands waren die daar hun opnames deden. Verder zijn daar verschillende Elton John albums opgenomen, Brothers In Arms van Dire Straits en o.a. twee Police albums. Zelfs Rob de Nijs is er geweest. Meer dan zeventig albums zijn er opgenomen. Deze studio werd grotendeels vernietigd door Hurrican Hugo, en werd toen in 1989 gesloten.

Omdat de huurovereenkomst in 1991 was beeindigd, verhuisde Air Oxford naar een andere locatie, naar Lyndhurst Hall, Hampstead, ook in Londen, naar een oude kerk. Het werd in 1992 officieel geopend. Deze locatie wordt tegenwoordig ook gebruikt voor fimopnames, televiewerk, soundtracks, geluidseffecten en video games. Albums die hier zijn opgenomen zijn o.a. Up van Peter Gabriel, Different Class van Pulp, een paar singles van Betty Serveert, waaronder Something So Wild (van het Lamprey album), Be Here Now van Oasis en OK Computer (audio fixing en dubbing) van Radiohead, heel wat Soundtracks van o.a, Lord Of The Rings en Harry Potter, en ook bijvoorbeeld The Invisable Band van Travis

De onderstaande albums zijn op Oxford Street geproduceerd

  • (139) Jeff Beck – Blow By Blow (George Martin)
  • (730) Roxy Music – For Your Pleasure
  • (781) Kate Bush – The Kick Inside
  • (1677) Adam and the Ants – Prince Charming

De keuze van een Album van een bepaalde Band of Artiest

(778) The Jayhawks – Hollywood Town Hall

Van de zes albums die ik van The Jayhawks heb, Blue Earth, Hollywood Town Hall, Tomorrow The Green Grass, Sound Of Lies, Smile en Rainy Day Music, is Hollywood Town Hall hun meest interessante album. Misschien komt het door de samenzang van Mark Olson en Gary Louris, dat me zo aanspreekt. Misschien ook omdat ik met dit album veel aan Comes A Time van Neil Young moet denken. Het heeft een zelfde soort sfeer, een zelfde soort noodzaak om dit album te maken, en is gewoon uitstekende gitaarmuziek: gemaakt voor een broeierige warme zomeravond bij een kampvuur ergens op een strand. Er staan geen zwakke nummers op dit album. Met Waiting For The Sun, Crowded In The Wings, Clouds en Nevada, California, als de meest aansprekelijke voorbeelden. De andere albums hebben niet dat unieke geluid. Jammer genoeg. Op Blue Earth, dat ze drie jaar eerder uitbrachten, staan Two Angels, She’s Not Alone Anymore, Dead End Angel, Five Cups Of Coffee en The Baltimore Sun, en lijken ze met deze nummers naar Hollywood Town Hall toe te werken, Op Tomorrow The Green Grass, uit 1995, staan Blue, Miss Williams Guitar, Real Light, Over My Shoulder en Ann Jane. Is dus ook uitstekend. Maar na dit album wordt het allemaal minder. Misschien omdat Marc Olson inmiddels de band had verlaten. The Man Who Loved Life, Trouble en It’s Up To You gaan nog wel. Maar op dit album staan ook een paar verschrikkelijke nummers (als enige album trouwens). Smile is weer iets beter, en proberen ze hierop weer naar het geluid van Hollywood Town Hall terug te keren. Maar alles klinkt te vlak, te krampachtig. Broken Harpoon is wel aardig, maar de magie ontbreekt. Rainy Day Music (met gastoptredens van Chris Stills en Jakob Dylan) is weer een iets beter album, en lijkt die magie en de gedrevenheid weer iets teruggekeerd te zijn. Dit is dan ook het beste album zonder Marc Olson.

Uitgebrachte Singles van de 1760 Albums #8

  • (1720) IQ – Subterranea (Geen Singles)
  • (1721) Ade Olumoko and African Spirit – Yoruba Apala Music (Geen Singles)
  • (1722) Kula Shaker – Peasants, Pigs & Astronauts (Sound of Drums, Mystical Machine Gun, Shower Your Love)
  • (1723) Devandra Banhart – Oh Me Oh My (Geen Singles)
  • (1724) Trentemoller – The Last Resort (Always Something Better, Moan, Miss You)

De uitklaphoes van de LP #11

Aliens Ate My Buick van Thomas Dolby

Van Thomas Dolby heb ik twee LP’s. The Flat Earth en Aliens Ate My Buick. Ik heb van deze twee LP’s ook de CD’s gekocht. Verder heb ik ook nog The Gate To The Mind’s Eye op CD. Hoewel ik The Flat Earth prefereer boven die van Aliens Ate My Buick (die vier jaar later verscheen in 1988), is deze LP ook wel aardig. Er staan acht nummers op, waarvan Airhead, Hot Sauce en My Brain Is Like A Sieve als singles werden uitgebracht. Die andere vijf nummers zijn ook prima The Key To Her Ferrari, Pulp Culture, The Ability To Swing, Budapest By Blimp en May The Cube Be With You. De hoes van deze LP is helaas beschadigd, ooit ontstaan door een lekkage uit mijn plafond op mijn vorige adres. Artwork en typography is verzorgd door Steve Vance, die o.a. een hele geschiedenis met de Greatful Dead heeft. De achterkant is een foto van Dennis Keeley, die ook de foto van de albumhoes van Neil Young & The Shocking Pinks Everybody’s Rockin’ geschoten heeft.

Woods – Strange To Explain (2020)

Dit is alweer het elfde album van deze uit Brooklyn afkomstige formatie, opgericht in 2005 door Jeremy Earl en Jarvis Taveniere, en uitgebracht door hun eigen platenlabel Woodsist Records (ze hebben zelfs al vier keer hun eigen Woodsist Festival georganiseerd). En om eerlijk te zijn valt me deze muziek een beetje tegen. Er staan hier en daar wel een paar aardige nummers op, zoals Fell So Hard en het laatste nummer Weekend Wind. Maar er zit verder weinig afwisseling in de nummers, en het is bepaald niet vernieuwend. Het is wat dromerige emotionele muziek waar ik verder weing mee kan. Maar misschien komt het door de manier van produceren. Zoiets kan een wereld van verschil maken. Misschien moet je er een paar keer naar luisteren, maar mijn eerste indruk is niet bepaald positief.

Decca Studios, Broadhurst Gardens, West Hampstead, Londen

Decca Studios was eigendom van het platenlabel Decca. Het platenlabel Decca bestond al in 1929. Het label had toen twee locaties in Londen (Chenil Galleries Studios en op Lower Thames Street) waar ze toen nog niet hele goede geluidopnames konden maken. Het gebouw was eerst nog eigendom van Crystalate Records, en werd in 1937 van de Crystalate Gramophone Record Manufacturing Company gekocht, met als doel om te kunnen concureren met Abbey Road Studios. Het gebouw had drie verschillende studio’s.

Uiteindelijk werd Decca Studios in 1980 verkocht aan Polygram en werd het toen gesloten. Het gebouw kreeg toen een andere naam (Lilian Baylis House) en is sindsdien gebruikt als oefenruimte voor de English National Opera.

Decca had ook studio’s in New York, Hollywood en Chicago In de Decca Studios in Londen hebben vele bands muziek opgenomen, zoals Django Reinhardt en Stephane Grappelli, John Mayall, David Bowie, Marc Bolan, Adam and the Ants, Fleetwood Mac, de Moody Blues, The Marmelade en The Zombies. De Moody Blues hebben er iets van zes albums opgenomen. Ted Heath and his Orchestra (een Big Band) heeft er vele opnames gemaakt. De Beatles hebben er ooit auditie gedaan. She’s Not There van The Zombies is er opgenomen. Marina van Willy Alberti, Reflections Of My Life van The Marmalade, Telstar van The Tornados, It’s All Over Now van de Rolling Stones en Spanish Harlem van Ben E. King. De debuut EP The Rolling Stones van The Rolling Stones (1963) is er opgenomen. Verschillende albums van The Small Faces zijn er opgenomen. De lijst is eindeloos.

De volgende albums in mijn 1760 lijst zijn opgenomen in Broadhurst Gardens:

  • (348) Ten Years After – Ten Years After
  • (613) The Moody Blues – Days Of Future Passed
  • (769) John Mayall & The Bluesbreakers – A Hard Road

De keuze van een Album van een bepaalde Band of Artiest

(435) Manic Street Preachers – Know Your Enemy

Van de Manics heb ik zeven albums. Generation Terrorists, Gold Against The Soul, The Holy Bible, Everything Must Go, This Is My Truth Tell Me Yours, Know Your Enemy en Postcards From A Young Man. En ik moet zeggen op al deze albums staan wel een aantal goede nummers. Motorcycle Emptiness, Little Baby Nothing, Repeat, Another Invented Disease op Generation Terrorists uit 1992, Sleepflower, Life Becoming A Landslide, Nostalgic Pushhead op Gold Against The Soul uit 1993, Yes, She Is Suffering, This Is Yesterday op The Holy Bible uit 1994, Elvis Impersonator: Blackpool Pier, A Design For Life, Kevin Carter, Enola/Alone, Small Black Flowers That Grow In The Sky, Removables op Everything Must Go uit 1996, The Everlasting, If You Tolerate This Your Children Will Be Next, You Stole The Sun From My Heart, Ready For Drowning, Tsunami, My Little Empire, You’re Tender And You’re Tired, Black Dog On My Shoulder op This Is My Truth Tell Me Yours uit 1998, en The Descent (Pages 1 & 2), Hazelton Avenue, Auto Intoxication op Postcards From A Young Man uit 2010. De beste nummers staan echter op Know Your Enemy, zoals I Found That Soul, So Why So Sad, Let Robeson Sing, The Year Of Purification, My Guernica en Ocean Spray. In feite kan ik elk nummer noemen. Er staan geen zwakke nummers op dit album. Ocean Spray vind ik zelfs het beste nummer van de Preachers wat ik zelf van ze ken. This Is My Truth Tell Me Yours komt nog een beetje in de buurt van Know Your Enemy, met een van mijn andere favoriete nummers If You Tolerate This Your Children Will Be Next. Het minst goede album is wat mij betreft Gold Against The Soul.

Voor de volledigheid een klein overzicht van LP hoezen die aan de voorkant en de achterkant een geheel vormen.

Omdat album art vooral vroeger sterk was verbonden met de muziek.

De uitklaphoes van de LP #10

Over-Nite Sensation van Frank Zappa and The Mothers of Invention

Over-Nite Sensation is uitgebracht in 1973. Is een van mijn favoriete Zappa albums met de nummers Camarillo Brillo, I’m The Slime, Dirty Love, Fifty-Fifty, Zomby Woof, Dinah-Moe Humm en Montana.

De cover art is gemaakt door Dave McMacken (is geschilderd), een grafisch ontwerper die o.a. ook de albumhoezen Leftoverture van Kansas, Ballbreaker van AC/DC, Friends van The Beach Boys, Moving Targets van Flo And Eddie, Black Market van Weather Report en ook 200 Motels van Zappa gedaan heeft. De muzikanten die op dit album meedoen zijn o.a. Ruth Underwood, Ian Underwood, George Duke, Jean-Luc Ponty, Tom Fowler, Bruce Fowler, en het schijnt dat zelfs ook Tina Turner met de Ikettes er op mee doen. Een van de twee studio’s waar de LP is opgenomen is Bolic Sound van Ike Turner in Inglewood (afgebrand in 1981). De andere studio die gebruikt werd is Whitney Recording Studios waar o.a. ook Trout Mask Replica van Captain Beefheart & His Magic Band en Show No Mercy van Slayer is opgenomen, al was de naam van die studio toen veranderd in MCA Whitney Recording Studios.

Once & Future Band – Deleted Scenes (2020)

Dit is het tweede album van deze band. Komen uit Oakland, Californie. Hun debuut kwam in 2017 uit. Van de negen nummers zijn er vier intrumentaal. Doet aan een hoop denken van vroeger. Je kunt dit het best omschrijven als Progressive Rock, met Jazz Rock en Fusion invloeden. Ik moet eigenlijk het meest denken aan Beardfish, Weather Report en Steely Dan. Het vijfde mummer Freaks zou Paul McCartney zich zelfs niet voor schamen. Een van de betere albums dat dit jaar is verschenen. Uitgebracht door Castle Face Records, dat ook het album van Thee Oh Sees A Weird Exits in hun catalogus heeft.

Producers: Lou Adler

Geboren in 1933 in Chicago. Belangrijke producer in de jaren zestig en zeventig. Was ook manager, songschrijver, oprichter van een aantal labels, filmproducer, en eigenaar van The Roxy, op de Sunset Strip, West Hollywood, Californie. Was producer van The Rocky Horror Picture Show. Ontdekte Cheech & Chong.

Adler’s carriere begon als co-manager van Jan & Dean, samen met Herb Alpert, als combinatie songschrijver/producent onder het pseudoniem Barbara Campbell, en begon toen ook nummers te schrijven. Dat was al in 1959. Wonderful World en Only Sixteen, bekend van Sam Cooke, waren een paar van die nummers. In 1965 richtte hij Dunhill Records op. The Mamas and the Papas tekenden daar toen een contract. Ook P.F. Sloan en Steve Barri waren daar toen werkzaam als songschrijvers.

Adler produceerde nummers als California Dreamin‘ en Monday Monday. Ook bekend van Adler was de productie van Eve of Destruction van Barry McGuire, geschreven door P.F. Sloan. In 1967 verkocht Adler Dunhill Records aan ABC, en richtte toen Ode Records op. Artiesten die toen naar Ode kwamen, waren Carole King, Spirit, Cheech & Chong, Scott McKenzie en anderen. De eerste hit voor Ode was toen San Francisco (Be Sure to Wear Flowers In Your Hair) van Scot McKenzie.

Adler produceerde ook de filmversie van Montery Pop in 1967 (Jimi Hendrix, Janis Joplin, The Who), en was ook betrokken als producent van het concert zelf. Adler was sterk verbonden met The Rocky Horror Picture Show. Zag een keer de theater voorstelling in Londen, kocht toen de Amerikaanse rechten, en was toen betrokken bij de filmproductie (veranderde het echter van de Rocky Horror Show in The Rocky Horror Picture Show). In 1978 was hij als filmregisseur betrokken bij de film Up In Smoke van Cheech & Chong.

In 1976 is Adler samen met zijn assistent acht uur lang gegijzeld geweest. Het losgeld was 25.000 dollar. De daders zijn toen gepakt en het losgeld is gedeeltelijk teruggevonden.

De onderstaande albums die ik in mijn verzameling heb zijn door Adler geproduceerd:

  • (432) Carole King – Tapestry
  • (583) The Mamas and the Papas – If You Can Believe Your Eyes And Ears
  • (649) The Brothers & Sisters – Dylan’s Gospel
  • (1740) Cheech & Chong – Cheech & Chong

De keuze van een Album van een bepaalde Band of Artiest

(787) Eels – Beautiful Freak

Ik heb ooit de eerste vier albums van Eels gekocht, Beautiful Freak (1996), Electro-Shock Blues (1998), Daisies Of The Galaxy (2000) en Souljacker (2001). Maar Souljacker kon me niet meer boeien. Daarna nog Tomorrow Morning (2010) geprobeert, dat wel weer iets beter is dan Souljacker. Maar ben m’n interesse in Eels toen verloren. Op Beautiful Freak, het beste album van Eels dus, staan Novocaine for the Soul, Susan’s House, Rags To Rags, Beautiful Freak en Guest List. Deze vijf nummers alleen al maken het verschil met die andere vier albums. Van Electro-Shock Blues zijn Elizabeth on the Bathroom Floor, Descent Into Madness en Speed nog wel wel aardig. Van Daisies of the Galaxy zijn Grace Kelly Blues, Packing Blankets, Sound Of Fear en I like Birds ook wel goed. En vind ik dat album eigenlijk net iets minder dan het debuutalbum. Souljacker heeft alleen Rotten World Blues dat me kan boeien. En Tomorrow Morning bevat I Like The Way This Is Going. Maar Beautiful Freak vind ik vooral humoristisch. Het is van Eels, of eigenlijk alleen van E, het meest persoonlijke en zelfkritische album dat ze gemaakt hebben.

Uitgebrachte Singles van de 1760 Albums #7

  • (1725) William Basinski – The Disintegration Loops I (Geen Singles)
  • (1726) Fugees – The Score (Fu-Gee-La, Killing Me Softly, Ready or Not, No Woman No Cry)*
  • (1727) Crazy Horse – Crazy Horse (Geen Singles)
  • (1728) Reef – Glow (Place Your Hands, Come back Brighter, Consideration, Yer Old)*
  • (1729) Ryuichi Sakamoto – Heartbeat (Geen Singles)

De uitklaphoes van de LP #9

Book Of Dreams van The Steve Miller Band

Book Of Dreams is een klassieke LP uit 1977. Rock zoals Rock bedoeld is. Moet iedereen in zijn verzameling hebben. Book Of Dreams is dan wel geen uitklaphoes, maar heeft wel een mooi inlegvel dat aan twee kanten bedrukt is met de teksten en alle productie informatie. Het artwork is gemaakt door Alton Kelley en Stanley Mouse, die bijvoorbeeld ook hoezen en posters hebben ontworpen voor de Grateful Dead en Journey. Jet Airliner, Jungle Love en Swingtown zijn als single uitgebracht, en waren in die tijd vaak op de radio te horen. Maar eigenlijk is elk nummer raak, zoals The Stake en Wish Upon A Star. Zelfs het zoetzappige Wintertime is een geweldig nummer.

Kvelertak – Splid (2020)

In februari 2020 verschenen. Kvelertak komt uit Stavanger, Noorwegen. Maken Black ‘N’ Roll (een soort combinatie van Black Metal en Punk Metal). Dit is hun vierde album, en het eerste met een nieuwe drummer en een nieuwe zanger. Necrosoft is het derde nummer van dit elf nummers tellende album. Kvelertak bestaat uit zes muzikanten. Hebben echter ook gebruik gemaakt van Troy Sanders (Mastodon) en Nate Newton (Converge). Uitgebracht door World Records en Rise Records, en opgenomen in GodCity Studios (Salem, Verenigde Saten). Kvelertak heeft ook een eigen website. Zie hier.

Producers: Mike Mogis

Michael Riley Mogis, geboren in 1974 in North Plate, Nebraska, was de oprichter van Presto! Recording Studios (eerder bekend als Dead Space Recording en Whoopass Recording) ARC (Another Recording Company), en van Saddle Creek Records. Samen met Justin Oberst, de broer van Conor Oberst (Bright Eyes, Monsters of Folk). Een functie die hij op een gegeven moment overdroeg aan Robb Nansel (Bright Eyes), met wie hij op dezelfde school had gezeten. Mogis is zelf een vast lid van Bright Eyes. Mogis was ook lid van Lullaby for the Working Class en We’d Rather Be Flying en Monsters of Folk. Mogis is een soort alleskunner en speelt verschillende instrumenten, zoals mandoline, banjo, steel gitaar, glockenspiel en hammered dulcimer. Hij was behoorlijk actief als producer. Heeft onder andere Ghost Tropic van Songs: Ohia geproduceerd, Trouble is Real van Jonathan Rice, Post-War van M. Ward, Volume One van She and Him en Ruminations van Conor Oberst. Vanaf het album Letting Off the Happiness van Bright Eyes heeft Mogis bijna alle albums van Bright Eyes geproduceerd.

Mogis was op de volgende albums in mijn 1760 lijst als producer actief. Dus ook op het album The People’s Key van Bright Eyes. Alleen op het album van Man Man speelde hijzelf geen instrument.

  • (669) Monsters Of Folk – Monsters Of Folk (gitaar, keyboards, percussie, mandoline, drums, bas)
  • (1149) First Aid Kit – The Lion’s Roar (mandoline, pedal steel, percussie, claps, vibes, autoharp, gitaar, hammer dulcimer)
  • (1329) Man Man – Life Fantastic (Geen Instrument)

Op het album van Man Man deden ook zijn dochter Stella Mogis en zijn vader Denny Mogis mee, allebei met achtergrond zang.

De keuze van een Album van een bepaalde Band of Artiest

(880) Paul Weller – Stanley Road

Van Weller heb ik wel een paar dingen. The Jam, The Style Council, en zijn solo albums Heavy Soul, Wake Up The Nation, 22 Dreams en Stanley Road. Door de Style Council (heb ik een aantal LP’s van), heb ik wat betreft CD’s, ook zijn solo albums gekocht, en nog later op CD All Mod Cons van The Jam (heb ik op LP In The City van). In die volgorde. Stanley Road was de eerste CD die ik kocht, en heb hem daarna altijd als mijn meest favoriete album van hem beschouwd. Stanley Road bevat een aantal zaken die me bevallen. De nummers zelf natuurlijk. The Changingman, Porcelain Gods, I Walked On Guilded Splinters (Dr. John), Woodcutter’s Son, het prachtige Broken Stones en Out of the Sinking, en zo kan ik wel even doorgaan. Het enige andere album wat in de buurt komt is Heavy Soul, dat twee jaar later uitkwam. Bevat ook een aantal aardige nummers, zoals Up in Suzes Room, Driving Nowhere, I Should Have been There To Inspire You, Friday Street en Science. Eigenlijk schelen deze twee albums niet zo echt veel. Misschien omdat die Dr. John cover op Stanley Road staat, waarop Noel Gallagher aan mee doet en Steve Winwood ook op een aantal nummers. Stanley Road en Heavy Soul zijn vlak na elkaar uitgebracht, in 1995 en 1997. 22 Dreams en Wake Up The Nation verschenen in 2008 en 2010. 22 Dreams duurt me eigenlijk te lang. Er staan wel een paar goede nummers op zoals Where’er Ye Go en Sea Spray. Wake Up The Nation is me een beetje te krampachtig en te geforceerd. Maar ja, daar staat Trees dan weer op. Is ook absoluut geen slecht album, net als 22 Dreams. Weller is zowieso een van mijn favoriete artiesten. Was al zwaar fan van hem toen de Style Council nog aan de weg timmerde. Die man kan voor mij niets fout doen.

De Uitklaphoes van de LP #8

Heat In The Street van The Pat Travers Band

Als er vandaag een album is dat voor dit stukje in aanmerking komt, dan is het wel Heat In The Street van Travers. Het is op dit moment 26 graden en het gaat waarschijnlijk oplopen naar 30 graden. Dus vandaag is er ook Heat In The Street. Maar goed. Pat Travers. Deze LP koester ik. Niet alleen om de albumhoes (waarop je op de voorkant kan zien dat vier mannen op hun strandstoelen een parkeerplek bezet houden), maar ook omdat ik wat harde gitaarmuziek in de jaren zeventig eigenlijk alleen Queen en Rory Gallagher in mijn nog kleine LP verzameling had. Voor de rest kende ik nog niet zo heel veel. Van de radio natuurlijk wel, maar niet dat ik het ook echt werkelijk kocht. Heat In The Street is van 1978. Lekkere ouderwetse Hardrock. Op CD heb ik niets van Travers. Op LP heb ik ook nog het Live Album Live! Go For What You Know en Radio Active. Dat live album is erg goed. Maar Radio Active is toch minder dan dit album. Niettemin is Pat Travers wat mij betreft een Gitaar God.

Rough And Rowdy Ways

Binnenkort verschijnt het nieuwe reguliere album van Bob Dylan. Rough And Rowdy Ways. Acht jaar heeft het geduurd sinds het verschijnen van Tempest uit 2012. Ik kan niet wachten om dit album in mijn bezit te hebben, om hem tussen mijn andere albums van hem te hebben staan. Eerlijk gezegd had ik niet meer verwacht dat er ooit nog een nieuw album van Dylan zou verschijnen. Maar de man blijft toch ondoorgrondelijk. Zoals we hem kennen dus eigenlijk. Ik heb al een paar nummers op het internet kunnen beluisteren. Klinkt goed. False Prophet, Murder Most Foul en I Contain Multitudes, zijn al een hele tijd op You Tube te vinden, en inmiddels is het hele album al op You Tube te horen. Dus daarom heb ik toch maar besloten om eindelijk Triplicate te kopen en de eerste van de drie ontbrekende Bootleg Volumes die ik nog niet had, namelijk 13, 14 en 15. Van Volume 15 heb ik de goodkope versie gekocht. Triplicate was eigenlijk een album wat me van Dylan afdreef. Dertig nummers van andere artiesten, leek voor mij de aanleiding te zijn om voorgoed af te haken met het kopen (niet het luisteren) van welk album van Dylan dan ook (waarschijnlijk met het idee dat hij op zijn oude dag alleen nog maar American Songbook albums zou maken). En ook met het kopen van de ontbrekende Bootleg Volumes was ik gestopt, want te duur. Kan nu dus niet wachten op Rough And Rowdy Ways. Daarom heb ik toch maar vooral Triplicate van hem gekocht. Heb er inmiddels een keer naar geluisterd. Dus een oordeel heb ik er nog niet echt over. Maar mezelf kennende ga ik ook Triplicate wel waarderen. Heeft gewoon een beetje tijd nodig. Want Dylan is nu eenmaal een goed glas rode wijn. En dat smaakt altijd goed.

Early James – Singing For My Supper (2020)

Singing For My Supper is het debuutalbum van de uit Alabama akomstige Early James, en is in maart 2020 verschenen op het Easy Eye Sound label, onder de paraplu van Nonesuch Records (o.a. Ry Cooder, Allen Toussaint en Bill Frisell) Blue Pill Blues is het openingsnummer van dit album. Singing For My Supper is geproduceerd door Dan Auerbach van The Black Keys, die op alle nummers ook meespeelt, namelijk elektrisch gitaar en percussive, en doet ook de achtergrond zang. De muziek is een combinatie van Blues, Folk en Alt Country, met de nadruk op Alt-Folk. Opgenomen in Nashville, in de Easy Eye Sound Studio van Auerbach.

Producers: Jim Stewart

Amerikaanse platenbaas, producer en mede oprichter van Stax Records. Wie het over Stax Records heeft, heeft het over Southern Soul, en wie het over Southern Soul heeft, heeft het dan ook weer over onder andere Jim Stewart. Geboren in Middleton, Tennessee, verhuisde Stewart in 1948 naar Memphis. Na een periode dat hij in een bandje had gezeten, The Canyon Cowboys, richtte hij zijn eigen label op. Satellite Records, dat country en rockabilly muziek uitbracht. Zijn zus Estelle Axton financierde hem in die tijd. Mede ook geinspireerd door het success van Sun Records, verhuisde het label in 1959 naar een ander gebouw in Memphis, naar een leeg theater, en werd omgebouwd tot een complete studio. De rest is geschiedenis. Stax is een combinatie van de eerste letters van de achternamen van Stewart en Axton. Jim Stewart is als producer mede verantwoordelijk geweest voor ontelbare opnames van veel artiesten als Otis Redding, Sam & Dave, Booker T. and the MG’s, Rufus Thomas, Carla Thomas, David Porter, Steve Cropper, Isaac Hayes, The Staple Singers, The Dramatics, Al Bell, William Bell, The Mar-Keys, Eddie Floyd, Johnnie Taylor en Albert King. Een aantal nummers die bekend van hem zijn, zijn bv Walk Right In van Gus Cannon, Hold On, I’m Comin’ van Sam & Dave en van Sweet Soul Music van Arthur Conley. Stewart verkocht Stax in de Jaren zeventig. Stax is in 1976 falliet gegaan. Stewart werd in 2002 opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame.

Albums die hij samen met anderen geproduceerd heeft:

  • (14) Otis Redding – Otis Blue (Isaac Hayes, David Porter)
  • (164) Wilson Pickett – The Exciting Wilson Pickett (Jerry Wexler, Steve Cropper, Rick Hall, Tom Dowd)

Albums die hij alleen geproduceerd heeft:

  • (42) Albert King – Born Under A Bad Sign
  • (109) Rufus Thomas – Walking The Dog
  • (232) Booker T. and The MG’s – Green Onions
  • (544) Eddie Floyd – Knock On Wood
  • (545) Carla Thomas – The Queen Alone

Van The Soul Of A Bell van William Bell heb ik alleen maar kunnen vinden dat hij dit album zogenaamd supervised heeft, wat dat ook mag betekenen. Maar waarschijnlijk als eindverantwoordelijke.

De keuze van een Album van een bepaalde Band of Artiest #7

(681) Japan – Gentlemen Take Polaroids

Vier CD’s heb ik van Japan (Rain Tree Crow niet meegerekend). De keuze gaat alleen tussen Tin Drum en Gentlemen Take Polaroids. Adolescent Sex is hun debuutalbum, maar heeft niet dat typische geluid van Japan waarvan ik zo houdt. Exorcising Ghosts is een verzamel album, en telt dus ook niet mee (wel staan daar een paar nummers op van Tin Drum, zoals Visions of China, Ghosts, The Art Of Parties en Talking Drum). Tin Drum is een uitstekend album, maar heeft minder dat mysterieuze en ook dat melodieuze van Gentlemen. Gentlemen Take Polariods bevat onder andere Gentlemen Take Polaroids, Swing, My New Career en Nightporter, en vooral dat nummer maakt voor mij echt het verschil. Ik denk dat dat de reden is. Verder vind ik het fretloze baswerk van Mick Karn voortreffelijk. Hij is absoluut een van mijn favoriete basgitaristen. En dan heb ik het nog niet eens over de stem van David Sylvian. Een van mijn favoriete zangers. Zijn ingetogen manier van zingen raakt me altijd wel.

De Uitklaphoes van de LP #7

In The Beginning van Rory Gallagher (Taste)

Hoezeer Oasis ook een leuk bandje was: er is natuurlijk maar een Gallagher en dat is Rory Gallagher. Een van de allerbeste gitaristen die ooit geleefd heeft. In 1972 en 1974 door Melody Maker uitgeroepen tot beste gitarist ter wereld. In The Beginning is eigenlijk een Taste album, een Live Album, opgenomen in de Maritime Club in Belfast in 1967. Taste was opgericht in 1966, drie jaar voordat ze in 1970 op zouden treden op The Isle of Wight. Taste was de band waarin Gallager speelde voordat hij verder zou gaan als solo artiest. Als iemand de Blues in zijn aderen had, was het wel Rory Gallagher. Op deze LP bestaat Taste uit Gallagher, Eric Kitteringham en Norman Damery. Deze zouden in 1968 vervangen worden door John Wilson en Richard McCracken, twee jongens uit Belfast. Er staan zeven nummers op: Wee Wee Baby. How Many More Tears, Take It Easy Baby, You’ve Got To Pay, Worried Man, Norman Invasion en Pardon Me Mister, allemaal eigen nummers van Gallagher. Hoewel ik ook nog drie andere Live Albums van Gallagher heb, Live At The Isle of Wight, Irish Tour ’74 en Stage Truck, vind ik In The Beginning de meest dierbare. Volgens de tekst op de achterkant van de LP (van Mervyn Solomon) zijn deze opnames gemaakt nog voordat Taste de volgende dag voor het eerst in een studio kwam. Vandaar. Het is in ieder geval geen officiele release.

Jack Sharp – Good Times Older (2020)

Engelse Folk bestaat nog steeds. Gelukkig maar. Jack Sharp levert op dit album elf liedjes af die je rustig kunt vergelijken met zijn traditionele Britse Folk voorgangers als Ewan MacColl, Nick Drake, Martin Carthy en Richard Dyer-Bennet. En dat is een groot compliment. Want wie maakt dit soort muziek tegenwoordig nog. Sharp is de frontman van Wolf People (gave muziek waarvan ik tot mijn schande nog nooit had gehoord) een band die Psychedelic Rock maakt, en inmiddels alweer vanaf 2010 vier albums op hun naam hebben staan. Maar op dit album verteld Jack Sharp verhalen met alleen zijn akoestische gitaar, waar naar je geboeid blijft luisteren. Zeer de moeite waard! Uitgebracht door From Here Records, een label dat als ik me niet vergis, gespecialiseerd is in Folk.

Sessiemuzikanten: Blazers: Trombonisten: Dick Hyde

Dick Hyde was geboren in Lansing, Michigan, in 1936. Heeft trombone gestudeerd in o.a. Los Angeles. Was ook actief in de United States Navy Band (o.a. Chet Baker, Tony Bennett). Hij maakte zijn debuut in 1960 bij de Stan Kenton Orchestra. Vanaf dat moment heeft hij op honderden albums gespeeld, van onder andere Count Basie, Henri Mancini, Freddie Hubbard, Herbie Hancock, Cannonball Adderley, maar ook van Rita Coolidge, Kris Kristofferson, Neil Diamond, The Pointer Sisters en Supertramp. Hij heeft op twee albums van Steely Dan (The Royal Scam, Aja) gespeeld, op Like A Virgin van Madonna, en op She Works Hard For The Money en Bad Girls van Donna Summer. Dick Hyde is in 2019 overleden.

  • (129) Tom Waits – Swordfishtrombones (trombone op In The Neighborhood)
  • (458) Supertramp – Breakfast In America (tuba en trombone op Breakfast In America)
  • (553) Van Dyke Parks – Song Cycle (brass)
  • (993) Tom Waits & Crystal Gayle – One From The Heart (trombone op Circus Girl)
  • (1111) Kinky Friedman – Kinky Friedman (horns op negen nummers)

De keuze van een bepaald Album van een bepaalde Band of Artiest #6

(38) The Who – My Generation

Bij The Who is de keus niet zo moeilijk. Volgens mij is My Generation uit 1965 een van de belangrijkste nummers dat er ooit is uitgebracht. My Generation verwoord zo’n beetje de hele jaren zestig. Als het om de jaren zestig gaat kun je zowieso niet om The Who heen (jaren zeventig trouwens ook niet). Geen punt van discussie. Samen met Cream, de Kinks, de Stones en de Beatles. My Generation bevat ook The Kids Are Alright, The Ox, en een aantal covers I’m a Man van Bo Diddley en Please, Please, Please van James Brown. Op die andere albums die ik heb; Who’s Next, The Who By Numbers, Tommy en Quadrophenia, staan natuurlijk Baba O’Riley, Behind Blue Eyes, Won’t Get Fooled Again, It’s a Boy, Pinball Wizard en I’m Free, en dat zijn ook klassiekers, maar niet in die grootte als My Generation. Bovendien zijn die allemaal later uitgebracht. Het enige album dat nog een beetje in de buurt komt is Quadrophenia. Maar dat is een Rock Opera (net als Tommy trouwens), en daar wilde ik de Who niet onder laten vallen, want dan waren ze als band te laag ingeschaald in mijn Album Top 1760 en in de Top Tien van 1973.

Uitgebrachte Singles van de 1760 Albums #6

  • (1730) Lauryn Hill – The Miseducation Of Lauryn Hill (Doo Wop (That Thing), Ex-Factor, Everything is Everything)*
  • (1731) Dream Theater – Awake (Lie, Caught in a Web, The Silent Man)*
  • (1732) Gerry & The Pacemakers – How Do You Like It? (You’ll Never Walk Alone)*
  • (1733) Cliff Richard – Cliff Sings (Geen Singles)
  • (1734) Les Troubadours Du Roi Baudain – Missa Luba (Geen Singles)

De Uitklaphoes van de LP #6

“But Seriously, Folks…” van Joe Walsh

Eigenlijk heb ik altijd meer van de solo albums van Joe Walsh gehouden, dan het werk van de Eagles. Ik hou van zijn typische stem en van zijn gitaarwerk op zijn eigen albums. Ik heb van hem ook het debuutalbum van Barnstorm op LP, heb echter alleen The Smoker You Drink, the Player You Get op CD (was eigenlijk het tweede album van Barnstorm). Maar deze boven afgebeelde LP heb ik in het verleden in ieder geval grijs gedraaid. Er staan dike vette gitaarriffs op. Over and Over, Second Hand Store, At the Station, en natuurlijk het beste nummer Life’s Been Good, dat ooit op single is uitgebracht. Misschien zou je dit net zo goed een Eagles album kunnen noemen, want Felder, Frey, Henley en Schmit doen allemaal mee. Dit album is in 1978 uitgebracht. Art Design is van fotograaf Jimmy Wachtel, die onder andere ook verantwoordelijk was voor de albumhoezen van The River van Springsteen, Excitable Boy van Warren Zevon en Good as I Been to You van Dylan. Ik heb mezelf altijd afgevraagd of die foto echt onder water is opgenomen of dat het trucage is. Uitgebracht door het Asylum label en geproduceerd door Bill Szymczyk (o.a. Eagles, Bob Seeger, J Geils Band).

Robert Vincent – In This Town You’re Owned (2020)

Dit jaar in 2020 verschenen. Het nieuwe album van Robert Vincent. Americana uit Liverpool. Volgens mij is dit zijn derde album, maar ik kan me vergissen. Er staan tien nummers op In This Town You’re Owned, waarvan een bonus track. Hoewel Vincent nog niet een heel grote naam is, heeft hij het blijkbaar goed aangepakt. Dit album is geproduceerd door Ethan Johns (Laura Marling, Chris Stills), en speelt zelf ook op alle nummers mee. Meer info op zijn website. Vincent speelt op alle nummers gitaar, en heeft alle nummers zelf geschreven. Zijn teksten zijn prima. Een van de betere albums wat mij betreft van 2020. Uitgebracht door Robert Vincent Music, onder de vlag van BMG.

Sessiemuzikanten: Blazers: Trompetisten: Pete Candoli

Walter Joseph Candoli, geboren in Mishawaka, Indiana, was een Amerikaanse Jazz trompetist. Hij was de broer van Conte Candoli, ook een befaamde sessiemuzikant en ook een Jazz trompetist. In 1941 begon hij te spelen bij de Sonny Dunham Orchestra. Speelde samen met Woody Herman, Glenn Miller en Stan Kenton. Was verder lid van de Tommy Dorsey Big Band. Was in 1945 samen met zijn broer lid van Woody Herman’s First Herd, waar hij voor het eerst zijn bijnaam Superman kreeg, omdat hij zijn hoge noten haalde en hij ramen kon openen.

In de jaren vijftig was hij actief voor onder andere Stan Kenton en Les Brown. Begon in die tijd voor de televisie- en film industrie te werken. Speelde op verschillende Soundtracks van in die tijd populaire films (Peter Gunn, Porgy and Bess). Heeft zelfs een paar rolletjes gespeeld in een paar films. Rond die tijd trad hij ook op in de huisband van The Tonight Show. Samen met zijn broer speelde hij gedurende de jaren vijftig en zestig in een eigen gevormde band, hebben toen ook een aantal albums gemaakt, waaronder The Brothers Candoli. In de jaren zeventig trad hij samen met zijn vrouw op in vele nachtclubs. Aan het einde van de jaren zeventig speelde hij veel op muziekfestivals.

Candoli heeft op heel wat albums van verschillende artiesten meegespeeld. Er wordt geschat dat hij op meer dan 5000 opnames heeft meegedaan. Bij onder andere Benny Carter, Albert Collins, Elmer Bernstein, The Dooby Brothers, Ella Fitzgerald, Quincy Jones, Frankie Laine, Gerry Mulligan, Ray Brown, Anita O’Day, Art Pepper, Buddy Rich en Mel Torme.

In mijn verzameling heeft Pete Candoli alleen op City Of Glass van Stan Kenton met zijn broer samen gespeeld. Conte Condoli speelde alleen mee op Something Cool van June Christie.

In 1997 werd Candoli opgenomen in de International Jazz Hall of Fame (samen met zijn broer) en in 2003 in de Big Band Hall of Fame. Pete Candoli is op 11 januari 2008 overleden.

  • (271) Stan Kenton – City Of Glass
  • (319) Peggy Lee – Black Coffee
  • (321) Woody Herman and his Orchestra – The 3 Herds
  • (611) Henry Mancini – Breakfast At Tiffany’s

De keuze van een bepaald Album van een bepaalde Band of Artiest #5

(881) Counting Crows – August And Everything After

Ik denk dat ik ze een keer op TV gezien heb. Heb toen August And Everything After gekocht. Nummers als Round Here, Mr. Jones, Time and Time Again en Raining in Baltimore hebben toen een goede indruk op me gemaakt. Die andere drie albums heb ik allemaal daarna gekocht. Met een heel gat er tussen in. Ben ik minder van onder de indruk. This Desert Life uit 1999 bevat wel zeker een paar goede nummers als Mrs. Potters Lullaby en All My Friends, maar raken me minder. Hard Candy uit 2002 is moeilijker. Dat bevat Big Yellow Taxi van Joni Mitchell, American Girls en If I Could Give All My Love -or- Richard Manuel Is Dead, en natuurlijk Holiday In Spain (Blof). Heb toch maar besloten voor het album waarmee ik the Crows ontdekt heb. Als album maakt dat de meest coherente indruk op me, met haast geen zwakke nummers. Van de vier albums valt het Live Album Across The Wire automatisch af.

Uitgebrachte Singles van de 1760 Albums #5

  • (1735) Hazel Scott – Relaxed Piano Moods (Geen Singles)
  • (1736) Denny Freeman – Diggin On Dylan (Geen Singles)
  • (1737) Grizzly Bear – Horn Of Plenty (Geen Singles)
  • (1738) Buzzcocks – Another Music In A Different Kitchen (I Don’t Mind)*
  • (1739) Bob Newhart – The Button-Down Mind Of Bob Newhart (Geen Singles)

De Uitklaphoes van de LP #5

The Lexicon Of Love van ABC

Dit album was alleen al cool om het mooie, blauwe, strakke en duidelijke Mercury label (PolyGram Records, Inc). Ik dacht altijd dat dit album art van Hipgnosis was, maar dat is het volgens mij niet (van Visible Ink). Ik heb deze LP ooit gekocht in de jaren tachtig, toen ik onder andere in een Japan, Brand X, Duran Duran, en Talk Talk fase zat, en is een van de LP’s die ik ook op CD heb. Mooi geproduceerd door Trevor Horn. Tears Are Not Enough, Poison Arrow, The Look of Love, All of My Heart, Valentine’s Day. Waren allemaal hits. En altijd jammer gevonden dat de teksten op de binnenhoes er niet gewoon op werden afgedrukt.

Black Lips – Sing In A World That’s Falling Apart (2020)

Rumbler staat op de nieuwe release van Black Lips, een band uit Atlanta, Georgia. Sing In A World That’s Falling Apart blijkt alweer hun negende album te zijn. Spelen een combinatie van Garage Rock Revival, Underground, Punk en Country. Het doet je soms denken aan de Rolling Stones. Uitgebracht door Britse Fire Records (niet te verwarren met het Amerikaanse Fire Records label uit de jaren vijftig). Dit album is op 24 januari van dit jaar verschenen.

Sessiemuzikanten: Toetsenisten: Benmont Tench

Benmont Tench is geboren op 7 September 1953 in Gainesville, Florida, als zoon van een rechter. Hij is een van de oprichters van Tom Petty and the Heartbreakers, en heeft als vast bandlid op al hun albums meegespeeld. Hij ontmoette Petty al op elf jarige leeftijd bij een muziekwinkel, en speelde al met hem samen in 1964 bij The Sundowners. Later speelde hij met Petty in het latere Mudcrutch. Petty heeft hem op een gegeven moment gevraagd om fulltime lid te worden van die band. Mudcrutch werd het latere Tom Petty and the Heartbreakers. Tench speelde daar Hammond orgel en piano.

Tench heeft met ontelbare artiesten samengewerkt. Heeft onder andere opgetreden met Dylan en Stevie Nicks, en is op verschillende Dylan albums te horen: op Dylan (1973), Shot of Love (1981), Empire Burlesque (1985) en Knocked Out Loaded (1986). Hij is te horen op All I Want Is You van U2 (Rattle & Hum), Sisters Are Doin’ It For Themselves van Eurythmics and Aretha Franklin. Was the horen op Bridges to Babylon en Voodoo Lounge van de Rolling Stones, Looking East en I’m Alive van Jackson Browne. Op albums van Stevie Nicks, Don Henley, Ry Cooder, Neil Diamond, John Prine en Kris Kristofferson. Op meer dan honderden albums van verschillende artiesten. Al vanaf 1973.

Tench speelde ook in de supergroep Works Progress Administration, samen met Greg Leisz (Beck, Clapton, Bill Frisell, Randy Newman) Pete Thomas (Elvis Costello) en Davey Faragher (John Hiatt, Elvis Costello, Richard Thompson). Hij stond als lid van The Heartbreakers op het podium op het Concert for George, als eerbetoon aan de overleden George Harrison.

Hij heeft afgezien van het Tom Petty and the Heartbreakers album Into The Great White Open, gespeeld op de volgende albums:

  • 778 The Jayhawks – Hollywood Town Hall (piano orgel)
  • 786 Alanis Morissette – Jagged Little Pill (orgel)
  • 928 The Jeff Healey Band – See The Light (keyboards)
  • 1143 Blake Mills – Heigh Ho
  • 1174 Crosby, Stills, Nash – After The Storm (Hammond B-3)
  • 1467 Mary Chapin Carpenter – Come On Come On (Hammond orgel)
  • 1568 Stevie Nicks – Trouble In Shangri-La (piano, orgel)
  • 1728 Reef – Glow (keyboards)

Pas in 2014 heeft hij zijn eerste solo album uitgebracht (You Should Be So Lucky). In 2016 speelde hij op het Fleetwood Mac tribute Concert en het Big Star Tribute Concert (2017). Hij speelde ook op het in 2019 uitgebrachte album Who van The Who (orgel en mellotron).

Tench heeft ook een paar nummers op zijn naam staan, waaronder You Little Thief van Feargal Sharkey (The Undertones) en Never Be You van Rosanne Cash dat hij samen heeft geschreven met Petty.

De keuze van een bepaald Album van een bepaalde Band of Artiest #4

(817) Suzanne Vega – Solitude Standing

Hier kan ik eigenlijk heel kort over zijn. Tom’s Dinner en Luka. En dan vooral de a capella uitvoering van Tom’s Dinner. Ik hoorde deze CD voor het eerst op een feestje niet lang nadat het was verschenen. En dat feestje was heel gezellig. Misschien was dat wel de trigger om CD’s te gaan verzamelen. De andere CD’s die ik van Vega heb zijn Suzanne Vega, 99.9F, Nine Objects of Desire en Songs in Red and Gray. Dat laatste album komt alweer uit 2001. Daarna is ze voor mij een beetje van de radar verdwenen. Marlene on the Wall dat op haar debuutalbum staat is ook een aardig nummer.

Uitgebrachte Singles van de 1760 Albums #4

  • (1740) Cheech & Chong – Cheech & Chong (Dave)*
  • (1741) Allen Ginsberg – Howl And Other Poems (Geen Singles)
  • (1742) Sergei Prokofiev – Romeo And Juliet (Geen Singles)
  • (1743) Urban Trad – One O Four (Geen Singles)
  • (1744) Kroonenberg en De Rijcke – Het Konijn En Andere Verhalen (Geen Singles)

De Uitklaphoes van de LP #4

Steal Your Face van Grateful Dead

Steal Your Face is een Live Dubbelalbum. Opgenomen van 16 tot 20 oktober 1974 in de Winterland Ballroom, San Francisco, door Bill Wolf. Uitgebracht door Grateful Dead Records en United Artists Records. Er staan een paar aardige nummers op zoals The Promised Land (Chuck Berry), Stella Blue, Big River (Johnny Cash), El Paso (Marty Robbins) en Casey Jones. Met de muziek aan heb ik talloze keren naar die foto’s zitten staren. Heb me altijd proberen in te beelden wat een lol je kon hebben als je in een band zat. Aan het kleine weggesneden hoekje rechtsonder van de LP, kun je zien dat het een import is. Zo ging dat vroeger.

Pigs Pigs Pigs Pigs Pigs Pigs Pigs – Viscerals (2020)

Reducer staat op het in dit jaar (april) verschenen album Viscerals, Uitgebracht door Rocket Recordings. Dit album doet een beetje denken aan Black Sabbath en Rollins Band. Dit is hun derde CD en bevat acht nummers. Pigs Pigs Pigs Pigs Pigs Pigs Pigs komt uit Engeland.

Sessiemuzikanten: Drummers: Al Jackson Jr.

Albert J. Jackson Jr. was geboren op 27 november 1935 in Memphis, Tennessee. Jackson was drummer, maar ook songwriter en producer. Als drummer was hij eigenlijk samen met een paar anderen HET geluid van de Southern Soul en Memphis Soul van Stax Records. Speelde al als vijfjarig jongetje als drummer met zijn vader ergens op het toneel. Jackson was de eerste Stax sessiemuzikant die een wekelijks salaris kreeg. Jackson was een van de oprichters van Booker T & The M.G.’s, samen met Steve Cropper en Lewie Steinberg. Wie aan Green Onions denkt moet ook aan Jackson denken.

Als sessiemuzikant heeft hij als drummer met veel Stax artiesten samengewerkt, zoals Rufus Thomas, Carla Thomas, Eddie Floyd, Sam & Dave en Otis Redding. Hij was ook actief voor Hi Records. Heeft als sessiemuzikant ook met niet stax artiesten samengewerkt, zoals Elvis Presley, Rod Stewart, Jerry Lee Lewis en Aretha Franklin. Vaak samen met de Mar-Keys Horns en ook met Cropper, Steinberg en Duck Dunn, heeft Jackson gespeeld op zo’n beetje iedere Stax en Volt opname die je maar kan bedenken. Ook heeft Jackson als lid van Booker T veel nummers mede geschreven die door andere artiesten zijn gecoverd, zoals Slim Jenkin’s Place (Jan Akkerman) en Melting Pot (The Roots), Hij heeft ook nummers geschreven samen met andere artiesten zoals Otis Redding en Al Green

Afgezien van het album van Booker T & The M.G’s, speelde hij drums op de volgende albums:

  • (14) Otis Redding – Otis Blue
  • (42) Albert King – Born Under A Bad Sign
  • (164) Wilson Pickett – The Exciting Wilson Pickett
  • (216) Bill Withers – Just As I Am
  • (342) Sam & Dave – Soul Men
  • (453) Eric Clapton – 461 Ocean Boulevard
  • (543) William Bell – The Soul Of A Bell
  • (544) Eddie Floyd – Knock On Wood
  • (1112) Al Green – I’m Still In Love With You

In 1975 is Jackson door zijn vrouw (uit zelfverdediging) in zijn borst geschoten. Daarna is Jackson een paar maanden later op een ander adres, vijf keer in zijn rug geschoten door inbrekers in zijn huis. Die hebben hem vermoord. Al Jackson Jr. is gestorven op 1 oktober 1975. Al Jackson Jr. was een van de meest invloedrijke drummers die actief is geweest.

De keuze van een bepaald Album van een bepaalde Band of Artiest #3

(131) Sufjan Stevens – Illinoise

Van Sufjan Stevens heb ik maar acht albums om uit te kiezen. A Sun Came, Michigan, Seven Swans, Illinoise, The Age Of Adz, Carrie & Lowell en Songs For Christmas. Verder heb ik ook nog All Delighted People. Maar die laatste is een EP dus die valt zowiezo af. Ook Songs For Christmas valt af, omdat dat een Kerstalbum is. En Sufjan zou ik geen recht doen om een Kerstalbum van hem te kiezen. Eigenlijk gaat het voor mij eigenlijk alleen maar tussen Michigan en Illinoise. Heb dus voor Illinoise gekozen. Misschien wel omdat hij zich toen nog aan zijn belofte leek te houden (later bleek het alleen maar een PR stunt van hem te zijn) om over elke Amerikaanse Staat een album te maken. Maar in feite vind ik ze allebei even goed. Alleen de een iets beter dan de ander.

Songs For Christmas is absoluut een van mijn favoriete Kerstalbums. Samen met Christmas In The Heart van Dylan.

Uitgebrachte Singles van de 1760 Albums #3

  • (1745) De Regahs – Den Haag… Ole (Kan ik niet achterhalen)
  • (1746) Al Jarreau – L Is For Lover (Geen Singles)
  • (1747) Stars of the Lid – The Tired Sounds Of Stars Of The Lid (Geen Singles)
  • (1748) Freek de Jonge – Gemeen Goed (Leven na de Dood, Heer heb meelij (met de Belgen))*
  • (1749) The Bridge – Blind Man’s Hill (Geen Singles)

De Uitklaphoes van de LP #3

Ook voor de CD was er nog iets anders! En zelfs dat zal nooit verdwijnen!

Rumours van Fleetwood Mac

Een van de meest iconische albumhoezen die ooit gemaakt is. In feite komt het er op neer dat dit album in mijn jeugd eeuwen in de Album Top 100 heeft gestaan. Deze LP kocht zo’n beetje iedereen.

Monophonics – It’s Only Us (2020)

It’s Only Us staat op het gelijknamige album van Monophonics. It’s Only Us is alweer hun vijfde album. Psychedelische Soul uit de San Francisco Bay Area. Uitgebracht door Colemine Records. Dit album bevat acht nummers en is prima muziek. Als je een beetje gaat zoeken blijkt het echt een goede Live Band te zijn. Soul is niet dood. Het doet denken aan vroegere bands als Funkadelic en Sly and The Family Stone.

De Brand bij Universal Studios 2008

Op 1 juni 2008 was er door herstelwerkzaamheden, op een dak van een filmset, brand uitgebroken bij een gebouw van Universal Studios in Hollywood. Dit bleek later een regelrechte ramp voor veel artiesten en bands te zijn geworden. UMG, een van de grootste muziekuitgevers ter wereld, heeft de omvang van de schade die het aangebracht heeft jarenlang onder de pet willen houden. Ontelbare mastertapes waren allemaal verwoest, verbrand en beschadigd. Verschillende labels zoals Chess, Decca, MCA, Geffen, Interscope, A&M en Impulse hebben hun kostbare bezit letterlijk in rook zien opgaan. Outtakes, nog niet uitgebracht matariaal. Allemaal verloren gegaan. Waarschijnlijk waren er zo’n 500.000 nummers verwoest. In ieder geval van meer dan 100.000 albums. Alle masters van Decca, opnames van 1930 tot 1950, opnames van Chuck Berry, Muddy Waters en Howlin’ Wolf. Mastertapes van John Coltrane van Impulse, waaronder de A Love Supreme masters. Meer dan 700 artiesten waren allemaal benadeeld. En eigenlijk is er nog steeds veel onduidelijk.

Moeilijk te achterhalen was het bijvoorbeeld of de Neil Young mastertapes van Geffen er bij zaten. In een rechtzaak in februari 2020 werd bekend dat er ten minste 33 artiesten waren van wie de mastertapes verwoest waren, zoals van And You Will Know Us by the Trail of Dead, Beck, Elton John, Nirvana, Les Paul, R.E.M., Slayer, Sonic Youth, Soundgarden en Suzanna Vega. Counting Crows zanger Adam Duritz heeft verklaard dat Universal, ze eigenlijk voor de gek heeft gehouden. Kirst Novoselic geloofd dat de Nevermind masters verloren zijn gegaan. Het management van Steely Dan, heeft verklaard dat UMG nooit een geloofwaardige verklaring heeft afgegeven. Geoffrey Downs van Asia heeft geklaagd dat UMG de omvang van de schade meer dan 10 jaar onder de pet heeft willen houden.

UMG blijkt de artiesten niet meteen geinformeerd te hebben dat alles was vernietigd. Hebben valse statements afgelegd. Hebben gezegd dat er alleen maar van min of meer onbekende artiesten uit de jaren veertig en vijftig matariaal verloren is gegaan. UMG heeft gezegd dat ze geen verplichting tot informatie hebben.

Men schijnt moeite gedaan te hebben om kopieen terug te vinden, maar wat daarvan terecht is gekomen is nog steeds niet duidelijk. Maar de schade voor de muziekindustrie is eigenlijk wel enorm te noemen. En misschien ook wel de schande.

Uitgebrachte Singles van de 1760 Albums #2

  • (1750) Carl Orff – Carmina Burana (Geen Singles)
  • (1751) Eminem – The Marshall Mathers LP (The Real Slim Shady, The Way I Am, Stan, I’m Back, Bitch Please II)*
  • (1752) Abba – Waterloo (Waterloo, Honey Honey)*
  • (1753) Hocico – Memorias Atras (Geen Singles)
  • (1754) Maxi Trusso – S.O.S. (Same Old Story, Nothing At All, Nobody Is Lonely)*

De Uitklaphoes van de LP #2

Ook voor de CD was er nog iets anders! En zelfs dat zal nooit verdwijnen!

Tales Of Mystery And Imagination Edgar Allan Poe van The Alan Parsons Project

Een van de vele LP’s die ik al vanaf mijn jeugd in mijn bezit heb. Helaas ook een van de vele die helaas beschadigd is omdat ik ooit een keer een lekkage heb gehad uit mijn plafond, waar ik na een dag werken pas achterkwam toen ik thuis kwam. Op de LP die in 1976 uitkwam ontbreekt de stem van Orson Welles op het nummer The Fall of the House of Usher die later op de CD in 1987 werd toegevoegd.

Circles Around The Sun – Circles Around The Sun (2020)

Babyman staat op het derde album van Circles Around The Sun. Dit album heeft een zekere Grateful Dead connectie. Justin Kreutzmann, zoon van Bill Kreutzmann (drummer van de Grateful Dead), leverde de inspiratie voor dit album door in de studio Grateful Dead documentatie tijdens de opnames te laten zien. Muziek van Circles Around The Sun werd ook ooit live gespeeld tijdens pauzes van reunie concerten in 2015 van de nog levende Grateful Dead leden. Neal Casal, de gitarist van de band, die op dit album nog te horen is (hij pleegde net voordat dit album uitkwam zelfmoord) was lid van Phil Lesh and Friends, de vroegere bassist (Lesh) van de Grateful Dead. Het album is geproduceerd door Jim Scott (James Iha). Het doet inderdaad allemaal een beetje denken aan Moon Safari van Air, zoals ze zelf ook schrijven op hun eigen website.

Opgroeien met Radio in de jaren 70 en 80

Ik heb vaak nog heimwee naar de tijd dat ik in de jaren 70 en 80 naar de radio luisterde. En dan heb ik het natuurlijk over Hilversum 3. Naar Radio Luxemburg, Radio Veronica, Radio Caroline, en al die andere zeezenders luisterde ik nooit, want die waren volgens mij ook helemaal niet te ontvangen in het noorden van Nederland. Ikzelf ben geboren in 1963. Opgegroeid met radio in het algemeen, luisterden we thuis natuurlijk ook naar andere programma’s op andere Hilversumse zenders, zoals Langs de Lijn (Koos Postema en Willem Ruis), Boertjes van Buuten (Kees Schilperoort), Raad een lied (of niet) (Willy Walden), De Dik Voormekaar Show, het wekelijkse praatje van G.B.J. Hiltermann op zondag, en waarschijnlijk naar vast wel meer programma’s. Muziekmozaiek van Willem Duys bijvoorbeeld.

Naar Hilversum 3 in de jaren 70 luisterden mijn ouders niet. Dat was herrie volgen hen. Ik zat toen op de middelbare school. In die jaren hield ik alleen van Queen. Voor mijn gevoel was ik de allergrootste Queen fan. Muziek in het algemeen was toen al een soort passie voor me. Wat had je anders in die tijd dan naar radio luisteren, naar de platenwinkel gaan en LP’s kopen (en de papieren versie van de Top 40 mee naar huis nemen). Die LP’s kocht je omdat je die op de radio had gehoord. Singletjes kocht ik dan wel niet, ik hield wel zeker de hitparrade (meerdere hitparrades zelfs) in de gaten. Hilversum 3 speelde daarin een centrale rol. In die tijd werd er natuurlijk ook al verschrikkelijke muziek gemaakt. Een hoop artiesten die in die tijd bij Top Pop voorbij kwamen waren vaak niet de moeite waard. Dat had je allang allemaal op de radio gehoord.

Als ik diep in mijn geheugen graaf, dan staan me nog een hoop dingen bij. Zowel van de jaren 70 als 80. Superclean Dreammachine van Ad Visser, de LP Show van Wim van Putten, De Theo Stokkink Show, Eldoradio, Walhalla, 50 Pop of een Envelop, De Avondspits, De Vincent van Engelen Show. Weeshuis van de Hits, Los Vast, Krachtvoer, Elpee- En Computershow, Betonuur met Alfred Lagarde, Stampij met Hanneke Kappen. Zaterdag Sport, Countdown Café, en de Top 40 natuurlijk van Veronica (VOO). Oh wat een Nacht kan ik me ook nog wel herinneren met volgens mij toen met Simone Walraven en Annette van Trigt. Hilversum 3 (1965-1985) was elke dag weer anders. Later natuurlijk ook als Radio 3 (1985-1994).

Voordat Veronica om de hoek kwam kijken (als aspirant omroep vanaf januari 1976 als VOO), was denk ik de woensdag met de KRO mijn favoriete dag. Daarna nam denk ik Veronica in de jaren 80 met de vrijdag die dag over. Kees Baars, Alfred Lagarde, Lex Harding, Curry en van Inkel. Prettige stemmen om naar te luisteren. Ook naar de VARA met Felix Meurders luisterde ik graag. Er is een lange lijst van presentatoren die me nog bij staan. Meta de Vries, Krijn Torringa, Tom Mulder, Ad Roland, Gerard de Vries, Ferry Maat, Joost den Draaier, Lex Harding, Erik de Zwart, Sjors Frolich, Hubert van Hoof, Eddy Becker, Eddy Keur, Willem van Beusekom, Tom Blom, Peter van Bruggen, Daniel Dekker, Jan Donkers, Anne van Egmond, Karel van de Graaf, Leoni Jansen, Jan Douwe Kroeske, Henk Mouwe, Tineke de Nooij, Henk Westbroek, Harry de Winter, Bram van Splunteren. Ik ben er vast een aantal vergeten. Maar al deze mensen waren allemaal op Hilversum 3 de hele week te horen.

Ik moet eerlijk bekennen dat ik al jaren niet meer naar de radio luister. Ik heb het geduld er niet meer voor. Heb in feite genoeg aan mijn eigen muziekverzameling. Het enige radio station waar ik eventueel naar zou kunnen luisteren is als ik er zelf een zou beginnen. Maar dat zal wel nooit gebeuren.

De keuze van een bepaald Album van een bepaalde Band of Artiest #1

(3) Bob Dylan – Blonde On Blonde

Een van de artiesten met een zeer lastige keuze. Ik heb heel wat van Dylan. Niet alles, maar veel. Het probleem met hem is dat ik alles gewoon goed vind. Hij heeft natuurlijk wel een paar albums gemaakt die iets minder zijn, maar zelfs die zijn nog beter dan veel andere albums van veel andere artiesten. Hoewel er uiteraard wel uitzonderingen zijn.

Maar goed. Waar moet je dan voor kiezen? Best wel een dilemma. Dan moet je maar gaan wegstrepen. Niet omdat al die andere albums zo slecht zijn, maar omdat er een over moet blijven. Op elk album staat tenslotte wel een klassieker en meerdere meesterwerken. Eerst natuurlijk dan maar alle verzamelalbums. Dan alle bootleg volumes. De live albums. En ook zijn gospel albums vallen buiten de boot. Net als zijn Sinatra albums. Maar dan wordt het lastiger. Bob Dylan, The Freewheelin’ Bob Dylan, The Times They Are a-Changin. John Wesley Harding, New Morning, Desire, Shot of Love, Under the Red Sky, World Gone Wrong, zelfs Christmas in the Heart en Tempest, Ze zijn me allemaal even lief.

Maar waarom dan Blonde on Blonde? Het is absoluut een gevoelskwestie. Ik kan dat niet uitleggen. Niet bij Dylan. Het spijt me. Toch heb ik voor Blonde on Blonde gekozen. Misschien ook door de albumhoes? Omdat het van orgine een dubbel album is? Of omdat dit album nog beter is dan de twee voorgaande meesterwerken Bringing It All Back Home en Highway 61 Revisited? De liedjes dan maar? Rainy Day Women #12 & 35, Visions of Johanna, Leopart-Skin Pill-Box Hat en Absolutely Sweet Marie. Prachtige mooie muziek, in 1966 al gemaakt.

Uitgebrachte Singles van de 1760 Albums #1

Alleen Jiskefet, Ice-T en Sylvester hebben singles uitgebracht op onderstaande albums.

  • (1755) Trans-Siberian Orchestra – Beethoven’s Last Night (Geen Singles)
  • (1756) Isao Tomita – Snowflakes Are Dancing (Geen Singles)
  • (1757) Kitaro – Dream (Geen Singles)
  • (1758) Jiskefet – Bull (Hemel, Dit Is Mijn Club)*
  • (1759) Ice-T – VI: Return Of The Real (I Must Stand, The Lane)*
  • (1760) Sylvester – Call Me (Band Of Gold, Too Late, One Night Only, Trouble In Paradise, Good Feelin’, Call Me)*

De Uitklaphoes van de LP # 1

Ook voor de CD was er nog iets anders! En zelfs dat zal nooit verdwijnen!

A Night At The Opera van Queen

Die eerste blik van dat gekleurde Queen Logo op die vlekkeloos witte hoes. Prachtig! En dan die teksten als je dit album opensloeg. Ik weet niet meer hoe vaak ik die wel niet meegelezen en meegezongen heb met de muziek.

Swamp Dogg – Sorry You Couldn’t Make It (2020)

Pas geleden gekocht. Sorry You Couldn’t Make It. Het nieuwe album van Swamp Dogg (Jerry Williams). Please Let me Go Round Again is een van de twee nummers (samen met Memories) waarop John Prine meedoet. Prine is kortgeleden overleden aan het Corona Virus. Swamp Dogg maakt Southern Soul. Uitgebracht door Joyful Noise Recordings. Geproduceerd door Ryan Olsen. Uitgekomen op 5 maart 2020.

De zin en de onzin en het nut en de noodzaak van het dragen van T-shirts met logo’s van bands.

De kunst is natuurlijk om ze mooi te houden zonder dat je ze moet strijken. Maar hoe meer je er hebt, hoe groter de kans is dat ze mooi blijven.

Dat kun je je inderdaad afvragen. Waarom draag ik dit soort shirts? Om een statement te maken? Om te laten zien dat ik fan ben van deze bands en artiesten? Om ze aandacht te geven die ze verdienen?

Hou ik bijvoorbeeld zoveel van de muziek van Zappa dat ik er zelfs op mijn werk mee rond loop? Ja! Het is in ieder geval een illusie dat mensen opeens ook naar Zappa gaan luisteren. En dat hoefd natuurlijk ook niet. Misschien ben ik het in de loop der jaren als een verlengstuk van de muziek gaan zien.

En het is inderdaad ook een verlengstuk van de muziek. Maar natuurlijk is het ook maar gewoon een T-shirt. Vaak zien ze er gewoon cool uit. Mooie kleuren, vaak ook in het zwart. Als je er eenmaal een paar hebt kun je eindeloos mee varieren. Je kunt elke dag een andere aan doen. Voor elke stemming een ander shirt.

Mijn eerste T-shirt is denk ik die van Rush. Met de opdruk van de hoes van A Farewell to Kings. Daarna die van Zappa met de hoes van Hot Rats. Ik had er een van de Red Hot Chili Peppers, maar die ben ik kwijt geraakt. Ik heb een shirt van AC/DC maar die heb ik te klein gekocht en is nog meer gekrompen door een paar wasbeurten.

Mijn laatste aanwinst is die van CCR. Het shirt van The Pistols is helaas een beetje flets geworden. Maar die heb ik daarom dan ook al heel lang.

Het probleem met dit soort shirts is uiteraard waar je ze kunt kopen. Ik heb daarom onlangs een aardig adres ontdekt Impericon Ze hebben daar een mooi aanbod van allerlei merchandise. Een aanrader dus.