Recensies 1448 – 1548

(1513) Chris Stills – 100 Year Thing (1998)

Het valt moeilijk te ontkennen dat 100 Year Thing hier en daar erg op de muziek lijkt die zijn vader Stephen Stills vroeger maakte. Maar dat is geen Bad Thing, want persoonlijk vind ik dat juist wel mooi. Er zijn meer zonen die in het verleden in de voetsporen van hun vaders getreden zijn. Denk bijvoorbeeld aan Sean Lennon, Jacob Dylan, Ziggy Marley, James Raymond, Seun Kuti, Jeff Buckley of Jason Bonham. En er zijn nog veel meer voorbeelden te bedenken. Er zijn talloze familieverbanden in rock muziek. Chris Stills zal waarschijnlijk niet het makkelijkste pad hebben moeten bewandelen. Net als zijn zus Jen trouwens. Opgegroeid in Frankrijk bij zijn moeder, doet je deze muziek onmiddelijk toch denken alsof hij in Laurel Canyon of Topanga Canyon is opgegroeid, hoewel de muziek niet echt folk rock is maar meer pop rock. Toen 100 Year Thing in ’98 verscheen had hij al een tijdje in New York gewoond, was hij roadie geweest bij CS&N, dus de invloed van zijn vader zal er daarom ook best zijn geweest uiteraard. Zijn stem is net zo mooi als die van zijn vader. Countryside, Rattlesnakes, If I Were A Mountain zijn mooie voorbeelden daarvan. In een paar nummers zoals in het openingsnummer 100 Year Thing en in afsluitende Doors To The World doet hij aan Jeff Buckley denken. Met Jim Keltner (AT 1760 – o.a. Randy Newman, Bill Withers, Ramones, Ry Cooder, Traveling Wilburys) op drums en percussie. Geproduceerd door Ethan Johns (AT 1760 – Laura Marling), zoon van Glyn Johns (AT 1760 – CS&N) in Oceanway Studios (AT 1760 – Red Hot Chili Peppers, John Hiatt, Beck, Blake Mills) in Los Angeles. Uitgebracht door Atlantic Records (AT 1760 – o.a. Champion Jack Dupree, Aretha Franklin, Led Zeppelin, Manassas, Solomon Burke en Big Joe Turner).

(1514) Fuel – Sunburn (1998)

Afkomstig uit Harrisburg, Pennsylvania, was dit het debuutalbum van Fuel. Een band met veel positiewisselingen in de loop van de tijd. Bandlid met de meeste dienstjaren was zanger en gitarist Brett Scallions die in 2020 voor de tweede keer de pijp aan maarten had gegeven. Maar ook bij andere bandleden was het een komen en gaan. Meest interessante nummers zijn Shimmer, Jesus Of A Gun, Song For You, It’s Come To This en de twee bonus tracks King For A Day (het enige nummer met een akoestische gitaar) en Walk The Sky. Ook de teksten zijn fijn om te lezen (the sky was dark this morning, not a bird in the trees, and silence hung suspicious and anxious, like a blanket covered scream). Jaren negentig post grunge dat veel op de radio was te horen. Het heeft de band toen veel naamsbekendheid opgebracht en commercieel was dit album ook een groot succes. Afwisselende gitaarmuziek met snelle en langzame nummers met veel agressie en ook harmonie, waar je geboeid naar luisterd. En als zanger doet Scallions ook doet niet onder voor Eddy Vedder, om maar iemand te noemen. Zelfs in 2022 blijft dit album overeind staan. Zeer overtuigend. Opgenomen in Longview Farms in North Brookfield, Massachusetts (AT 1760 – The J. Geils Band) en geproduceerd door Steve Haigler (o.a. verantwoordelijk voor het mixen van Doolittle van The Pixies). Uitgebracht door Epic (AT 1760 – o.a. Jeff Beck, Ted Nugent, Pearl Jam, Link Wray en Manic Street Preachers)

(1515) Kim Taylor -I Feel Like A Fading Light (2006)

Kim Taylor is een Amerikaanse singer songschrijver die voornamelijk folk en americana muziek maakt. Heeft tot 2019 negen studioalbums uitgebracht, waaronder een soundtrack voor een film. Ook timmert ze aan de weg als actrice. I Feel Like A Fading Light was haar vierde album uit 2006. Taylor’s fragiele stem klinkt een beetje als die van Norah Jones en Edie Brickell. Maar de muziek op dit album is wat ongrijpbaarder en spannender dan de muziek op de albums van deze twee zangeressen in mijn 1760 lijst. De meeste nummers geven je allemaal een verloren gevoel. Ze zijn wat ongemakkelijk. Het is breekbare muziek. Smaakvol, sfeervol en zoet. Maar hoewel er geen slechte nummers op staan, helaas geen album dat je echt bij zal blijven. Onzichtbaar is misschien een betere omschrijving. Wel leuk genoeg om naar te luisteren. Plek 1515 in mijn album lijst is precies goed voor deze release.

(1516) Los Straitjackets – What’s So Funny About Peace, Love And Los Straitjackets (2017)

De instrumentale en tijdens optredens altijd gemaskerde rockband Los Straitjackets uit Nashville heeft in het verleden een aantal keren met Nick Lowe getourd, waarvan in 2015 en 2020 ook twee livealbums zijn verschenen: Quality Holiday Revue Live en Live At The Haw River Ballroom. Wie beter dan deze mannen konden daarom de vraag beantwoorden hoe al deze Nick Lowe nummers met eigen arrangementen intrumentaal zouden klinken. Daarom, dit album is een mooie hommage aan hem. Natuurlijk verwijzend naar het Lowe nummer (What’s So Funny) About Peace, Love and Understanding (bekend van Elvis Costello) en naar de hoes van Lowe’s debuutalbum Jesus Of Cool. Met een combinatie van surf, rockabilly en garage rock, luisteren we naar Shake And Pop, Heart Of The City, Raging Eyes, I Read A Lot, en Half A Boy And Half A Man. Los Straitjackets bewijzen dat op dit goed gelukte album met 13 onvergetelijke Nick Lowe melodieen, hoe leuk al die liedjes eigenlijk zijn. Alleen jammer dat I Love The Sound Of Breaking Glass er niet op staat. En natuurlijk een schande dat ik nooit een Nick Lowe of een Rockpile album heb gekocht. Het is er nooit van gekomen. Ik beken mijn zonde! Geproduceerd door Nick Brockbank (vanaf 1994 Nick Lowe’s vaste producer) en uitgebracht door Yep Rock Records.

(1517) The Refreshments – Christmas Wishes (The Best Of Rock’n’ Roll X-Mas) (2010)

Christmas Wishes is een compilatiealbum van twee kerstalbums van deze rock and roll band uit Zweden, die voor 1991 nog The King-Cats heette: Rock ‘n’ roll X-Mass uit 2003 en Christmas Spirits uit 2007. Met zowat allemaal eigen nummers en ook nog een aantal nieuwe. Kerst in ieder geval met een hoog Dave Edmunds en een jaren vijftig gehalte, om net als met The Smithereens een geslaagd feestje te vieren en om bij de kerstboom te dansen. Een van de twee zangers doet ook een beetje aan die van The Mavericks denken. Een leuke bijkomstigheid is dat Christmas Must Be Tonight van The Band en Merry X-mas Everybody van Slade er op terug te vinden zijn (wat mij betreft het allerbeste kerstnummer dat er ooit is gemaakt). Andere leuke nummers zijn Christmas Wishes, The X-mas Race, What A Merry Christmas This Could Be, The Time I Missed You The Most, Run Rudolph Run, Santa Bring My Baby Back To Me, Jingle Bell Rock, I Can’t Have A Merry Christmas, The Billy Goat en natuurlijk het afsluitende White Christmas. Eigenlijk net iets beter dan die van The Smithereens, al scheelt het niet veel. Ook met deze is een geslaagde kerst verzekerd. Rock ‘n’ roll Christmas zoals het hoort! Met een knipoog.

(1518) The Smithereens – Christmas With The Smithereens (2007)

Christmas With The Smithereens laat de magie van kerst horen met een vrolijk rock and roll gehalte. Muziek voor bij de kerstboom natuurlijk, voor een spetterend kerstfeest, of nog meer voor de afterparty, of nog later, als je je huis weer moet schoonmaken en de rommel weer moet opruimen. Je gaat vanzelf met de stofzuiger weer dansen. Kortom, zelfs in mei luister je hier graag naar. Met allemaal kerstliedjes die je eigenlijk zou moeten horen inplaats van al die standaard kerstnummers in de supermarkt waar je mee lastig wordt gevallen. Kerstnummers uit de jaren zestig met veel hoop en optimisme. Goed gekozen covers van The Beatles, Elvis, The Beach Boys, The Who, The Ramones en Chuck Berry; Merry Christmas Baby, Rockin’ Around The Christmas Tree, Run Rudolph Run, ‘Twas The Night Before Christmas, Santa Bring My Baby Back (To Me), Christmas Time Is Here Again, en een rock and roll uitvoering voor op je surfplank van Auld Lang Syne. En met drie eigen composities Waking Up On Christmas Morning, Christmas Time All Over The World (alsof je The Ramones hoort) en Christmas (I Remember). Een afwisselende verzameling met leuke en vrolijke kerstliedjes dus voor iedereen. Kan ik zeker aanraden. Uitgebracht door Koch Records.

(1519) Albert Ayler – Witches & Devils (1964)

Albert Ayler was een avantgarde jazz saxofonist. Na vroege ervaringen met het spelen van R&B en bebop, begon Ayler muziek op te nemen tijdens het free jazz tijdperk in de jaren zestig. Sommige critici beweren echter dat hoewel Aylers stijl onmiskenbaar origineel en onorthodox was, deze niet voldeed aan het algemeen aanvaarde kritische begrip van free jazz. In feite is Ayler’s stijl op geen enkele manier te categoriseren, en het riep ongelooflijk sterke en uiteenlopende reacties op van zowel critici als fans. Zijn innovaties hebben latere jazzmusici geinspireerd. Zijn trio- en kwartetplaten uit 1964, zoals Spiritual Unity en The Hilversum Session, laten horen dat hij de improvisatie van John Coltrane en Ornette Coleman naar abstracte sferen brengt. Ayler verhuisde in 1962 naar Zweden, waar zijn opnamecarriere begon en groepen leidde, en jamde als een onbetaald lid van Cecil Taylor’s band in de winter van 1962-63. In 1963 keerde Ayler terug naar de VS en vestigde zich in New York City, waar hij zijn persoonlijke stijl bleef ontwikkelen en af en toe samenspeelde met free jazz pianist Cecil Taylor. 1964 was het best gedocumenteerde jaar van Aylers carriere, waarin hij vele albums opnam, waarvan Spirits, dat later uitgebracht werd als Witches & Devils in maart van dat jaar de eerste was. Witches & Devils is haast een religieus album, met vier nummers, Witches And Devils, Spirits, Holly Holy en Saints, waarop Ayler uitsluitend tenorsaxofoon speelt. Hij wordt begeleid door trompettist Norman Howard, bassisten Henry Grimes en Earl Henderson en drummer Sunny Murray. Geproduceerd door Bob Altshuler in Atlantic Studios (AT 1760 – Big Joe Turner, Jan Akkerman, Roberta Flack) in New York City. Oorspronkelijk uitgebracht op Debut Records (AT 1760 – Hazel Scott).

(1520) Tony Scott – Music For Zen Meditation (1964)

Music For Zen Meditation is een new age album. Het wordt door critici beschouwd als het allereerste new age album dat ooit is uitgebracht. Een belangrijk album dus. In 1964 was dit zijn zestiende langspeler. De clarinet van Scott wordt hierop bijgestaan door Shinichi Yuize die de koto (tafelharp) beroerd en Hozan Yamamoto is te horen op shakuhachi (bamboefluit). Alle negen nummers op deze CD worden in verschillende combinaties alleen met deze drie instrumenten gespeeld. Als je inderdaad een poging wil doen om te willen mediteren, als je dat al wil doen, kan ik me zo voorstellen, moet je beslist naar deze muziek luisteren. Je komt werkelijk tot rust. Scott, van oorsprong een gelauwerd jazzmuzikant (die als clarinettist samen met Benny Goodman en George Lewis met een eigen album in mijn 1760 lijst staat ) heeft veel prijzen gewonnen, en heeft met alle groten uit de jazzwereld wel zo’n beetje samengewerkt (Ben Webster, Dizzy Gillespie, Bill Evans, Sarah Vaughn). Hij laat op dit album mooie traditionele Japanse muziek horen. En dat als een Amerikaan in de jaren zestig. Het komt allemaal zeer oorspronkelijk tot je. Al luisterend zie je jezelf al door de Japanse Tuin van Clingendael lopen. Smeltende sneeuw in een oosters landschap, roze bloesems, kabbelende watervalletjes, kronkelende paadjes, muzikale haiku’s. Zen? Ja! De laatse drie nummers, Prajna-Paramita-Hridaya, San-zen en Satori zijn een mooi samenspel tussen de koto van Yuize en de clarinet van Scott. Alle nummers op het album zijn improvisaties zonder dat ze van tevoren zijn geoefend. Vreemd genoeg gaat deze muziek niet vervelen, en zit er veel viariatie in. Mooie muziek. Uitgebracht door Verve (AT 1760 – o.a. The Mothers Of Invention, The Velvet Underground, Gene Krupa & Buddy Rich en Ella Fitzgerald & Louis Armstrong). Geproduceerd door Scott zelf in een studio die ik niet heb kunnen achterhalen.

Albums 1521 – 1530

(1521) Becker & Fagen – The Masters (1998)

Deze CD is ooit verschenen zonder de toestemming van beide heren. De opnames zijn erbarmelijk slecht. Je kunt het eigenlijk nauwelijks geluidsopnames noemen, vooral niet door de hoge productiestandaard die Steely Dan en Donald Fagen op zijn eigen soloalbums later zelf zouden hanteren. Ze schijnen gewoon van een cassettebandje te komen. Waarschijnlijk van Kenny Vance, die toen als manager diende voor Becker en Fagen toen die alledrie nog schrijvers waren voor Brill Building. Vance zou later bekend worden als lid van Jay & The Americans, met wie Becker en Fagen anderhalf jaar op tournee zouden gaan. Deze tapes zijn onder verschillende titels verschenen, zoals Becker & Fagen, The Early Years, Beat The Bootleggers: Founders Of Steely Dan, Star Power: Becker & Fagen en Tempus Fugit. De opnames stammen dus uit de periode voordat ze zichzelf officieel Steely Dan noemden, nog voordat in 1973 Can’t Buy A Thrill verscheen. Het zijn allemaal uitprobeersels die later op hun eerste vier albums, Can’t Buy A Thrill, Countdown To Ecstasy, Pretzel Logic en Katy Lied in andere en uitgewerkte vormen terecht zouden komen. Bekende en onbekende nummers, zoals Parker’s Band, Ida Lee, Android Warehouse, Any World (That I’m Welcome To), Barrytown, Brooklyn (Owes The Charmer Under Me), Come Back Baby, The Mock Turtle Song en Let George Do It, maken van deze CD een interessante luisterbeurt. Uitgebracht door Eagle Records.

(1522) The Fall – Extricate (1990)

De muziek op Extricate is een rauwe sound verpakt in een soort van dansbaar jasje: lichtvoetig met een sarcastische ondertoon. En mede door het vioolwerk en een dwarsfluit in een aantal nummers, dat vooral energiek is. Goed te verwerken en zeer toegankelijk. Extricate was het twaalfde album van The Fall. De band heeft vierendertig albums uitgebracht, meer dan vijftig singles, en ongeveer vijftig live en compilatiealbums. Bandleider Mark E. Smith, die tot zijn dood in 2018 het enige constante lid van The Fall was en getrouwd met zijn achtergrondzangeres en gitariste, Brix Smith, maar vlak voor dit album van haar was gescheiden, laat op dit post-punk album horen, dat dat blijkbaar een hoop inspiratie opleverde. Het hele album is zeer de moeite waard. Smith’s stem is een prettige combinatie van verveling, verlossing en zelfreflectie. Chicago Now, I’m Frank (een ode aan Frank Zappa), Bill Is Dead (wat me aan Lou Reed doet denken) zijn voor mij de hoogtepunten. Er staan twee Monks covers op, Black Monk Theme Part 1 en Black Monk Theme Part 2 (ik heb de 2007 reissue met een tweede CD waarop BBC Radio 1 opnames zijn te horen van John Peel, die maar liefst vierentwintig sessies met The Fall zou doen). Opgenomen in Southern Studios (AT 1760 – The Jesus and Mary Chain) en Swanyard Studios in Londen, The Manor Studio (AT 1760 – Mike Oldfield, Hatfield and the North, Paul Weller) in Shipton-on-Cherwell en Wool Hall (AT 1760 – Van Morrison & Linda Gail Lewis, Tears For Fears) in Somerset, geproduceerd door Craig Leon, Adrian Sherwood, Coldcut en Mark E. Smith en oorspronkelijk uitgebracht door Fontana Records.

(1523) Elbow – The Seldom Seen Kid (2008)

Wat het is weet ik niet. Maar er is een tijd geweest dat ik deze van Elbow en wereldplaat vond. Maar ik heb het niet meer zo met The Seldom Seen Kid. Misschien dat het door de stem van de zanger komt, of door de productie. Het is moeilijk om dat precies aan te geven. Maar soms ben je gewoon niet meer in de stemming voor een bepaald album. En dan is de magie verdwenen. The Seldom Seen Kid is een beetje een depressief en somber album naar mijn smaak. De meeste nummers vind ik gewoon saai en zeurderig, en moeilijk om doorheen te komen, wat beslist niet wil zeggen dat het muzikaal niets voorstelt, want de nummers zitten best wel goed doordacht in elkaar (en ja, er staan toch echt wel slechtere albums in mijn 1760 lijst). Ze raken me emotioneel alleen niet. Ik heb dat ook met Coldplay eigenlijk. Ze zijn te afstandelijk voor me. Het beste nummer is misschien The Fix. One Day Like This, Grounds For Divorce en The Bones Of You zijn als single verschenen: dat zijn ook redelijke nummers op dit loodzware album met veel pretenties. Uitgebracht door Fiction (AT 1760 – Tired Pony, The Maccabees, White Lies).

(1524) Neu! – Neu! 75 (1975)

Neu! 75 was het derde studioalbum van Neu! (vier studioalbums zijn er van deze krautrockband van 1972 tot en met 2010 verschenen: Neu!, Neu! 2, Neu! 75 en Neu! 86). Bestaande uit de broers Klaus en Thomas Dinger, Michael Rother en Hans Lampe. Het verscheen in 1975 nadat Michael Rother, die samen met Klaus Dinger ook een verleden had in Kraftwerk, had samengewerkt met andere krautrockbands Cluster en Harmonia. ’75 is een interessant album mede door de nummers Hero en After Eight (Bowie en de Sex Pistols moeten hiernaar wel geluisterd hebben) die afwijken van vooral de muziek van de eerste drie nummers: ISI, dat een beetje ongemakkelijk en ongrijpbaar is, en waarvan je steeds denkt dat het afgelopen is maar eindeloos door blijkt te gaan en op je zenuwen gaat werken (wat juist goed is), Seeland, haast cerebraal en tijdloos, en Leb Wohl, een akoestische soundscape waarbij je filmische vergezichten voor je ziet. Al met al was dit een zeer vooruitstrevend album toen het werd uitgebracht. Hoewel het niet mijn favoriete krautrockalbum is (die van Amon Duul, CAN, Popol Vuh, Cluster, Harmonia en Kraftwerk heb ik allemaal hoger in mijn 1760 lijst staan) vind ik het toch een zeer sterk geheel. Ondanks de eenvoud zeer gevarieerd, hypnotiserend en grillig. Geproduceerd door Konrad Plank (AT 1760 – Cluster, Ultravox) in Conny’s Studio in Wolperath, een plaatsje vlakbij Keulen en Bonn.

(1525) Cat Stevens – Tea For The Tillerman (1970)

Tea For The Tillerman was het vierde album van Cat Stevens. die we kennen van nummers als Matthew & Son, Morning Has Broken en Lady D’Arbanvile. Maar dus ook van de nummers op dit album: Father And Son, Wild World en Where Do The Children Play. Al deze nummers maakte van Stevens een wereldster. In feite staan er op Tea For The Tillerman geen zwakke nummers. Maar wat er wel in de weg zit is dat het voor mij allemaal wat te belerend is. Zeker, het is een intiem, persoonlijk en warm album, en een toen al religieuze zoektocht van iemand die in het leven antwoorden wil hebben. Een paar nummers gaan ook over relatieproblemen. Zware kost dus. Het zijn ook allemaal goede popliedjes met mooi gitaarspel, en met mooie poetische teksten en mooie melodieen. Maar helaas gaat zijn stem mij op en gegeven moment vervelen. Zeurderig is misschien niet het goede woord, maar eerder eentonig en mierzoet. Maar dat maakt het nog geen slecht album, want dat is het absoluut niet. Father And Son is het mooiste nummer. Hoort iedereen te kennen. Geproduceerd door voormalig bassist van The Yardbirds, Paul Samwell-Smith, in drie verschillende studios, in Morgan Studio (AT 1760 – Egg, The Cure), Island Studio (AT 1760 – Jethro Tull, Free, Brian Eno) en Olympic Studio (AT 1760 – Scott Walker, Procol Harum, Richard & Linda Thompson, Buzzcocks). Uitgebracht door Island Records (AT 1760 – o.a. Fairport Convention, King Crimson, Nick Drake, Sandy Denny, Tom Waits, John Martyn en U2).

(1526) Selah Sue – Selah Sue (2011)

Een paar weken geleden verscheen eindelijk de opvolger van haar tweede album uit 2015 genaamd Reason. Voor haar debuutalbum moet men helemaal teruggaan naar 2011. Dit gelijknamige debuutalbum, Selah Sue, was een groot succes. Ze stond in het voorprogramma van Prince, en de vier singles Raggamuffin, Crazy Vibes, This World en Summertime trokken veel aandacht. De muziek op dit album, relaxte neo soul, dat in mijn 1760 lijst is te vergelijken met de albums van Amy Winehouse, Joss Stone, Duffy, Laura Mvula en Lauryn Hill, doet redelijk oorspronkelijk aan: de zangeres lijkt alles uit haar tenen te halen, maar is toch in staat om alles zo klein mogelijk te houden, en dat lijkt best goed te werken. Bij de nummers Mommy, Explanations, Please en Summertime kun je heerlijk onthaasten. Feelgood muziek dat uitstekend is gemaakt. Met liefde lijkt het. Ook al staat er wel een nummer op dat ik uitermate vervelend vind. Dat nummer, Peace Of Mind, had deze Belgische beter achterwege kunnen laten. Uitgebracht door Because Music (AT 1760 – Amadou & Mariam, Charlotte Gainsbourg, Django Django, Metronomy, Christine and the Queens).

(1527) Eric Taylor – Resurrect (1998)

Mooie introverte country folk. Elf gestileerde en zelf geschreven liedjes van een geboren verhalenverteller. Taylor debuteerde in 1981 met het album Shameless Love, en kwam pas veertien jaar later op de proppen met een opvolger Eric Taylor uit 1995. Daarna verscheen deze in 1998. Een van de mooiste nummers zijn Louis Armstrong’s Broken Heart, Comanche, Birdland en Texas Texas. Op het eerste gehoor zijn alle nummers een beetje vlak en voorzichtig. Maar als je er wat vaker naar luisterd komen er mooie dingen naar de oppervlakte en snijden ze door je ziel. Taylor is een man die observeert, maar geen conclussies trekt. Niet omdat hij afstandelijk is maar waarschijnlijk gewoon te aardig. De muziek geeft de indruk van een man die zijn liedjes laat horen eenzaam op een verhoogd podium in een groezelige half verlaten kroeg, van iemand die jaren heeft moet vechten voor erkenning, maar wiens verhalen ondersneeuwen bij het grote publiek. Ooit een veelbelovende toekomst, daarna in de goot terecht gekomen, maar uiteindelijk is opgestaan. Door deze muziek heen hoor je een verre echo van Guy Clark en Townes Van Zandt en van country blues zangers als Lightnin’ Hopkins en Mississippi Fred McDowell. Uitgebracht door het Nederlandse label Munich Records (AT 1760 – Dayna Kurtz, JW Roy, The Prodigal Sons), dat tegenwoordig onderdeel is van V2.

(1528) Solution – Fully Interlocking (1977)

De stem van Guus Willemse is nooit de grote kracht geweest van Solution (hij heeft ooit een singeltje uitgebracht als Gus Williams: From Canyon To Canyon) maar de fluit en de saxofoon van Tom Barlage, de toetsen van Willem Ennes, het slagwerk van Hans Waterman en het baswerk van Guus Willemse maakt alles ruimschoots goed. Solution was een van de beste bands van Nederland. Hoort absoluut in het rijtje thuis van andere symfonische rockbands als Supersister, Finch, Alquin, Kayak, Focus en Earth & Fire uit die periode van de jaren zeventig. Hoewel dit misschien ook een lichte variant van fusion en jazzrock zou kunnen zijn, bestaat Fully Interlocking uit lange nummers die me nog steeds blijven boeien. Hoe vaak ik er ook naar luister. Solution was een band van internationale allure maar kwam gewoon uit Groningen. Niet met ingewikkelde songstructuren maar waarbij de melodie op de voorgrond staat. Dat kun je goed horen in het afsluitende Empty Faces, een van de twee vocale nummers van het album, samen met het openingsnummer Give Some More. Sonic Sea, een mooi uitgesponnen dromerig nummer, doet zelfs aan Camel denken. Geholpen door Ray Cooper op conga’s en percussie (AT 1760 – Traveling Wilburys, America, Elton John) en Stuart Epps als engineer en achtergrondzang. Geproduceerd door Gus Dudgeon (AT 1760 – Elton John) die ook Bowie’s Space Oddity en Fool (If You Think It’s Over) van Chris Rea op zijn naam heeft staan. De albumhoes is van Hipgnosis. Uitgebracht door The Rocket Record Company (opgericht door o.a Elton John, Bernie Taupin, Steve Brown en Gus Dudgeon) en opgenomen in The Mill.

(1529) Bobby Womack – The Poet II (1984)

Op deze die ik heb, in feite een compilatiealbum, staat The Poet I & II. Maar II bevalt me beter dan I. Maar wat wel duidelijk maakt is dat deze dubbeluitgave, thematisch gezien een geheel is, ook al liggen er drie jaren tussen beidde albums dat ze verschenen (1981 en 1984). The Poet I & II is een prettige combinatie van soul, funk en jazz. Op The Poet II staan een paar prachtige liedjes waar van alles in zit: verdriet, romantiek, vreugde, pijn, tederheid, liefde en verlies. Je luisterd naar een emotionele rollercoaster afkomstig van een crooner, die je besluipt en je ziel raakt en die met zijn zoete en zwoele stem en met ook een raspende grom vanuit zijn keel, regelrecht onder je huid gaat zitten. Het is geen vals sentiment waar je naar luisterd maar zijn oprechte uitingen van gevoelens. Uiteraard is de muzikale ondersteuning meer dan uitstekend. Van drummer James E. Gadson (AT 1760 – Donald Fagen, Beck, Bee Gees, Charlotte Gainsbourg, D’Angelo and the Vanguard), gitarist George Benson (AT 1760 – Ralph Burns, Chaka Khan), van Patti Labelle, die op drie nummers Love Has Finally Come At Last, It Takes A Lot Of Strength To Say Goodbye, geschreven door Chris Brubeck, zoon van Dave Brubeck, en Through The Eyes Of A Child een duet met Womack doet. En ook van achtergrondzangers The Waters, bestaande uit Julia, Luther, Maxine en Oren Waters (AT 1760 – Michael Jackson, Kinky Friedman, Jimmy Vaughan), The Valentinos, ook wel bekend als The Womack Brothers, van David T. Walker (AT 1760 – Stevie Wonder, Tina Turner), van blazers Fred Wesley (AT 1760 – James Brown, Bootsy Collins), en Wilton Felder (AT – 1760 Randy Newman, Steely Dan, John Cale, Tina Turner), en van percussionist Paulhinho DeCosta (AT 1760 – Bee Gees, Michael Jackson, Bonnie Raitt, Tori Amos, Anita Baker, The Jacksons). Geproduceerd door Bobby Womack, James E. Gadson en Andrew Loog Oldham (van 1963 tot 1967 manager en producer van The Rolling Stones).

(1530) Harry Sacksioni – Gitaar (1975)

Op de homepagina van Sacksioni kun je o.a. luisteren naar The Clap van Yes, afkomstig van een livealbum van hem genaamd Helden. Dan kun je duidelijk horen wat voor een goede gitarist Sacksioni in feite is. Misschien wel een van de beste van Nederland. Deze man is qua techniek (ja ik weet het je mag gitaristen eigenlijk niet met elkaar vergelijken – het is immers geen wedstrijd) net zo goed als bijvoorbeeld Davey Graham en John Fahey. En op akoestisch gitaar misschien ook wel beter dan Jan Akkerman, Eelco Gelling, George Kooymans en Eddy van Halen. Als je naar Gitaar luisterd druipt het vakmanschap er gewoon vanaf. Gitaar was het debuutalbum van Sacksioni, met mooie arrangementen en verfijnd gitaarspel. Hij is in staat om tegelijkertijd bas, akkoorden en melodie te spelen. Dat levert mooie nummers op als Elixer, Meta Sequoia, Lappenballerina, Hagelslag en Thee Bij Tante Josephine, met begeleiding van hobo, viool, cello en piano lichtjes op de achtergrond. Onderandere met Herman van Veen en Erik van der Wurff. En met ook een interessante versie in een eigen arrangement van Scarborough Fair. Uitgebracht (ik heb alleen een 3 Originals (?) versie waarop ook de drie andere albums Om De Hoek, Vensters en Het Dubbelleven Van Holle Vijnman staan) door Polydor (AT 1760 – o.a. Monks, Blind Faith, Van Morrison, Golden Earring). Opgenomen in de Phonogram Studios in Hilversum (AT 1760 – Supersister). Tijdloze muziek van iemand die in zijn jeugd ooit heeft moeten kiezen tussen een profcarriere als voetballer en muzikant. Gelukkig heeft de muziek hem een mooie carriere opgeleverd.

Albums 1531 – 1540

(1531) Glenn Gould – Bach: The Goldberg Variations (1956)

Met klassieke muziek heb ik nooit iets gehad. Ik ben er niet mee opgegroeid, heb me er nooit voor geinteresseerd, en heb er geen verstand van. Mozart, Verdi, Schubert, Tchaikovsky, Wagner, Bach, Chopin, Handel, Brahms, Haydn, Beethoven, List? Mooie muziek hoor en van grote schoonheid, maar gooi het maar in mijn pet. Vaak kan dit soort muziek troost bieden, maar voor mij ook grote verveling. Ik heb er geen emotionele band mee en vind het gewoon saaie muziek. Ik heb heel lang getwijfeld om op z’n minst ook tien klassieke componisten in mijn Album Top 1760 te zetten, maar heb er tenslotte maar van afgezien. Geen beginnen aan en bovendien van welk orkest of van welke muzikant moet je dan een bepaalde uitvoering aanschaffen? En in welke verhouding staat die muziek bijvoorbeeld dan met blues, jazz, country, rock, soul en folk. De Matthaus Passion van Bach vergelijken met Sgt. Peppers, Pet Sounds of Blonde On Blonde, nee, dat zijn appels in een mandje met peren. Toch heb ik wel een paar klassieke CD’s in mijn lijst staan, namelijk die van Orff en Prokofiev. En deze van Glenn Gould. En dus van hem omdat ik hem gewoon een fabelachtige pianist vind. Opnames van de Goldberg Variations werden gemaakt gedurende vier dagen tussen 10 en 16 juni in 1955, in de Columbia Records studio in Manhattan. Een paar weken nadat Gould zijn contract had getekend. Er staan maar vier stukken op deze CD: Aria with 30 Variations, The Well-Tempered Clavier Book 2, Fique No. 14 in F-sharp minor en Fuque No. 9 in E major. Columbia Masterworks Records, de klassieke muziekdivisie van het bedrijf, bracht het album uit in januari 1956. Het werd het best verkochte klassieke album van Columbia en bezorgde Gould een internationale reputatie. De opname uit 1955 werd in 2003 toegevoegd aan de Amerikaanse National Recording Registry.

(1532) Spiritualized – Ladies And Gentlemen We Are Floating In Space (1997)

Jason Pierce, ook wel bekend als J. Spaceman, en voorheen ook lid van Spacemen 3, is gedurende het hele bestaan sinds 1992 het enige vaste bandlid van deze spacerockband uit Rugby, Engeland. Kate Radley, Sean Cook en Daman Reece zijn de andere leden op dit album. Inmiddels zijn er acht albums van deze band verschenen. In februari van dit jaar is er zelfs een nieuw album uitgekomen. Maar deze, uit 1997, is de enige die ik heb. Het is muziek waarbij je blijkbaar, volgens de bijsluiter, geen andere medicatie meer nodig hebt (de CD zit als een tablet in een uitdrukstrip in een medicatiedoosje verpakt) en wat eigenlijk wel klopt, want dit is een geweldige space trip naar hogere sferen, waarbij je tijdens het luisteren volgens die bijsluiter geen drank en drugs mag gebruiken, duizeligheid en geheugenverlies kan veroorzaken, en 1 tablet per 70 minuten meer dan genoeg is. Erg origineel allemaal dus. Het album hypnotiseert je, het is intiem, complex, psychedelisch en melancholish. Het pakt je. Het doet soms erg denken aan de begintijd van Pink Floyd. Volgens NME was dit album in 1997 zelfs beter dan OK Computer van Radiohead en Urban Hymns van The Verve (bandlid Kate Radley en ooit getrouwd met Richard Ashcroft van The Verve had een cameo in de video van Bitter Sweet Symphony). Er staan wel een paar aardige nummers op deze CD. Electricity, op single uitgebracht, is uitermate opzwepend, Home Of The Brave is mooi ingetogen. I Think I’m In Love, ook op single uitgebracht, is een Stone Roses achtig nummer. Broken Heart is wonderschoon, en een van de beste nummers van het album. En het meer dan zeventien minuten durende Cop Shoot Cop is een soort van psychedelische bluesachtige space jam, bijgestaan door Dr. John (AT 1760 – The Mothers of Invention, Bob Seger & The Silver Bullet Band, Rickie Lee Jones, Jimmie Vaughan) op piano en achtergrondzang. Sessiemuziekant B.J. Cole (AT 1760 – Dave Edmunds, Roger Waters, Gerry Rafferty, David Gilmour) speelt op een aantal nummers pedal steel gitaar. En verder heeft The London Community Gospel Choir (AT 1760 – Blur) en het uit vier strijkers bestaande Belanescu Quartet in een groot aantal nummers ook een belangrijke rol. LAGWAFIS is een van die albums (ja daar heb ik meer van) die ik eigenlijk hoger in mijn 1760 lijst had moeten zetten. Opgenomen in zeven verschillende studios (The Church in Londen, Moles Studio in Bath, House Of Blues in Memphis, Rooster Studios in Londen, Strongroom in Londen, A&M Studios in Los Angeles en The Hit Factory in New York). Uitgebracht op het label Dedicated.

(1533) The Carpenters – Close To You (1970)

Vroeger in mijn jeugd vond ik The Carpenters echt verschrikkelijke muziek. Ik vond het gewoon kitch. Easy listening dat je hoorde bij muziekmozaiek van Willem Duys. Vaak foute muziek waar je niets mee te maken wilde hebben. Tegenwoordig kan ik het best wel waarderen. Het is dan wel nog steeds niet mijn favoriete muziek, maar als je er goed naar luisterd hoor je gewoon dat dit allemaal heel knap gemaakt is. En de zachte en warme stem van Karen Carpenter is een van de mooiste stemmen die ik ken. Close To You was het tweede album van broer en zus Carpenter. Het was een groot succes en heeft een aantal Grammys gewonnen. Ik luister er nu dan ook met plezier naar. Voor mij is dit muziek dat me een goed gevoel geeft. De Burt Bacharach/Hal David nummers (They Long To Be) Close To You en I’ll Never Fall In Love Again zijn de blikvangers, samen met We’ve Only Just Begun natuurlijk. Maar ook Crecent Noon, het Swingle Singers achtige Mr. Gruder en Another Song (is gewoon pure psychedelica), de eigen composities van Richard Carpenter, zijn meer dan uitstekend. En ook staat er een cover op van The Beatles en Tim Hardin: Help en Reason To Believe. Op dit album zijn een aantal bekende sessiemuzikanten te horen, voornamelijk leden van The Wrecking Crew, zoals drummer Hal Blaine (AT 1760 – o.a. The Beach Boys, Simon & Garfunkel, Jan & Dean, Buffalo Springfield, Love), bassist Joe Osborn (AT 1760 – Neil Young, The Mamas & The Papas, The 5th Dimension, Rickie Nelson), Jim Horn op woodwinds (AT 1760 – The Beach Boys, Warren Zevon, Buffalo Springfield, Todd Rundgren, Traveling Wilburys, Van Dyke Parks, Christopher Cross, Mark Knopfler and Emmylou Harris) Tony Terran op trompet (AT 1760 – Bee Gees) en Chuck Findley ook op trompet (AT 1760 Christopher Cross, Rickie Lee Jones, Tom Waits & Crystal Gayle). Danny Woodhams, Bob Messenger en Doug Strawn zijn de andere muzikanten, Karen Carpenter zelf drums op een aantal nummers, en Richard Carpenter speelt toetsen. Tijdloze muziek, maar natuurlijk wel erg zoet. Opgenomen in de A&M Studios in Hollywood (AT 1760 – Joni Mitchell, The Flying Burrito Brothers, Carole King, Melissa Etheridge), en uitgebracht door A&M Records (AT 1760 – o.a. The Police, The Flying Burrito Brothers, Squeeze, Stealers Wheel, Sting, Supertramp en Styx).

(1534) The Mavericks – Trampoline (1998)

Ik heb deze CD ooit alleen gekocht om Dance The Night Away, dat ooit als single is verschenen. Van dit nummer wordt je gewoon vrolijk. En eigenlijk is dit nummer het enige nummer dat ik echt de moeite waard vind. The Mavericks, uit Miami Florida, speelt americana en tex mex achtige country met veel blazers. Om het in een preciezer hokje te plaatsen: neo traditionalist country. Helaas vind ik niet alles goed. Laten we zeggen dat het een redelijk album is. Je hebt constant het gevoel naar een soort van feestband te luisteren dat op bruiloften en partijen speelt. Het is een beetje van alles wat, maar geen album met een echt eigen geluid. Dat is wel een klein beetje de charme van deze muziek, maar dat is dan ook het enige. I Should Know en Someone Should Tell Her zijn wel aardig, maar I Hope You Want Me Too vind ik dan weer storend, en een beetje sloom en zeurderig. Verder staan er nog twee bonustracks op de CD die ik heb, La Mucara en All I Get, een cover van Nick Low. Dus niet bepaald wereldschokkend of vernieuwend, maar wel uitstekend om zo nu en dan naar te luisteren. Opgenomen in Ocean Way Nashville en uitgebracht door MCA Nashville (AT 1760 – Joe Ely).

(1535) Die Arzte – Debil (1984)

Samen met Die Toten Hosen wordt Die Arzte beschouwd als de bekendste Duitse punkrockbands. Opgericht in 1982 in Berlijn (ja toen nog West-Berlijn) door zanger en gitarist Jan Vetter aka Farin Urlaub, drummer Dirk Felsenheimer aka Bela B en bassist Hans Runge. Debil was het debuutalbum (veertien albums zijn er van deze band inmiddels verschenen en na acht jaar sinds 2007, in 2020 en in 2021, zelfs nog twee nieuwe albums: Hell en Dunkel). Debil is meer punkpop dan punkrock. Het zijn natuurlijk wel allemaal uptempo nummers, en sommige uiteraard ook wel maatschappijkritisch, zoals Scheisstyp Paul, Claudia Hat’nen Schaferhund, Zu Spat en Schlaflied. Maar het is toch meer vrolijkheid dan kwaadheid wat je hoort. De band zingt meer over klein leed dan over grote wereldproblemen. Met teksten als “Siehst du gerne andere leiden, oder hilfst du nach wenn’s nicht so ist, dabei stor’n dich keine skrupel, weil du ein echter scheisstyp bist!”. Qua genre heeft het meer overeenkomsten met bands als Weezer, Wheatus en Blink-182 dan met andere punkbands als bijvoorbeeld The Stooges, The Damned, Wire en The Stranglers. Maar misschien is dat ook wel appels met peren vergelijken. Maar punk is het in ieder geval wel, en hier en daar zelfs countrypunk. Niet te verwarren overigens met de Nederlandse band De Artsen, de voorloper van Bettie Serveert. Uitgebracht door CBS.

(1536) The Proclaimers – Sunshine On Leith (1988)

De geschiedenis van The Proclaimers (AT 1760 – o.a. Chris en Gerard Koerts van Earth & Fire, Kim en Kelly Deal van The Breeders, Zach en Ben Yudin van Cayucas, Sander en Arnout Brinks van Tangerine en Chuck en John Panozzo van Styx), gaat helemaal terug naar halverwege de jaren tachtig toen de tweeling broers ooit een demoalbum hadden opgenomen met de hulp van Kevin Rowland van Dexys Midnight Runners, en dat later in handen kwam van The Housemartins. In 1987 kwam vervolgens het debuut This Is The Story uit, met het aanstekelijke Letter From America. Sunshine On Leith verscheen een jaar later. Op dit album staan de vier singles I’m On My Way, Sunshine On Leith, Then I Met You en I’m Gonna Be (500 Miles), dat net zulke aanstekelijk liedjes zijn, net als Cap In Hand. Je kunt met die enthousiast gebrachte liedjes met dat mooie Schotse accent alleen maar vrolijk worden (als je een karaoke nummer wil zingen moet je beslist I’m Gonna Be doen). De cover van Steve Earle My Old Friend The Blues vind ik helaas een beetje uit de toon vallen. De broers, met Craig op zang en Charlie op zang en akoestish gitaar, worden op dit album bijgestaan door Jerry Donahue (AT 1760 – Foteringay, Gerry Rafferty) op gitaar en Dave Mattacks (AT 1760 – John Martin, Richard & Linda Thompson, Chris Rea, Steeleye Span) op drums. Uitgebracht door Chrysalis (AT 1760 – o.a. Jethro Tull, Robin Trower, Rory Gallagher, Huey Lewis & The News, The Persuit Of Happiness en Blondie), geproduceerd door Pete Wingfield (AT 1760 – The Beautiful South – als sessiemuzikant) in Chipping Norton Studios (AT 1760 – Gerry Rafferty) in het plaatsje Chipping Norton, waar bijvoorbeeld ook Hocus Pocus van Focus, In The Army Now van Status Quo, en het album Pablo Honey van Radiohead is opgenomen.

(1537) Xutos & Pontapes – Dados Viciados (1997)

Xutos & Pontapes is een Portugese alternatieve rockband, opgericht in 1978 (ontstaan uit Delirium Tremens) in Lissabon door de inmiddels overleden Ze Pedro (2017), Kalu (Carlos Eduardo Ferreira) en Tim (Antonio Manuel dos Santos). Vanaf het midden van de jaren tachtig heeft Xutos de reputatie van een goede liveband te zijn, en wordt de band inmiddels al heel wat jaren gezien als een van de populairste van Portugal. In 2019 kwam er nog een album van Xutos uit genaamd Duro. Dados Viciados, uit 1997, (ik heb niet het officieel uitgebrachte album in mijn bezit maar een verzamelalbum van drie CD’s) is een stevig rockalbum met hier en daar prettige melodielijnen. De bezetting op dit album bestaat uit Tim, Ze Pedro, Joao Cabeleira en Kalu. Het blijken prima muzikanten te zijn, met vooral hele goede gitaristen. Cowboy Cantor is een van de fijnste nummers, samen met Porque Eu Sei, No Quarto De Candy, Moeda Oa Ar, Este Mundo e Tue, dat door een prima orgel een beetje aan Deep Purple doet denken, en de bluesachtige ballad Negras Como A Noite. Het hele album is trouwens best wel een hele goede gitaarplaat, zonder eigenlijk echte zwakke nummers. In 2003 was Xutos de openingsact voor de Rolling Stones. En tijdens EURO 2016 was het traditionele nummer A Minha Casinha van Xutos het lijflied van de Portugese fans. In 2009 kreeg Xutos in Portugal de Orde van Verdienste uitgereikt voor hun vijfentwintigjarige carriere. Uitgebracht door EMI Music Portugal.

(1538) Steve Martin and the Steep Canyon Rangers – Rare Bird Alert (2011)

Steve Martin kennen we natuurlijk allemaal vooral als acteur, bekend van veel films als The Jerk, Three Amigos, Parenthood en Planes Trains and Automobiles. Verassend is dat hij ook een zeer goede banjo speler is en ook gewoon goede muziek uitbrengt. Hij heeft inmiddels alweer tien albums op zijn naam staan: een duo album met Edie Brickell, een aantal comedy albums, live albums, en drie albums samen met de Steep Canyon Rangers, een bluegrass band uit Brevard, North Carolina. Zo ook deze Rare Bird Alert, een progressive bluegrass album uit 2011 (en een beetje te vergelijken met mijn 1760 lijst albums van The Dillards en Jerry Garcia & David Grisham) waarop zelfs Paul McCartney (Album Top 1760 – Michael Jackson, Godley & Creme) en The Dixie Chicks aan meedoen. McCartney zingt op Best Love en The Dixie Chicks zingen op You, dat opgenomen is in The Village Recorders (AT 1760 – Frank Zappa, Gene Clark, Steely Dan, Supertramp). Rare Bird Alert is een prima bluegrass album waarop ook vier instrumentale nummers staan: Rare Bird Alert, Northern Island, The Great Remember (For Nancy) en Hide behind A Rock. Leukste nummers zijn de twee live opnames King Tut (State Theatre Center of the Arts, Easton, Pennsylvania), wat al een oude hit van Martin was in 1978, en Atheists Don’t Have No Songs (Austin City Limits), waar de humor van Martin ook weer om de hoek komt kijken. Rare Bird Alert is een leuk album, waar het plezier van de muzikanten duidelijk van af straalt. En tien van de dertien nummers zijn door Martin zelf geschreven. Valt dus niet tegen. Uitgebracht door Rounder Records (AT 1760 – Boozoo Chavis and the Magic Sounds, Jo-El Sonnier, Steve Young, Nathan and the Zydeco Cha Chas, Alison Kraus and Union Station).

(1539) Toontje Lager – Er Op Of Er Onder (1982)

Ach ja, jeugdsentiment deze van Toontje Lager. Samen met Doe Maar, Frank Boeijen Groep, Klein Orkest, Het Goede Doel en ik denk ook wel De Dijk, toendertijd de vaandeldragers van de Nederlandstalige nederpop. Synthpop, ska en reggae leek een gouden combinatie te zijn voor Doe Maar maar ook voor Toontje Lager. Als je er naar luisterd blijkt er nu sinds een paar dagen niets te zijn te veranderd in de wereld. Viel Die Maar, Toontje Lager’s nummer over het cynisme en de doemdenkerij in die tijd. Maar ook die andere nummers over de grote werkeloosheid, de wapenwedloop en de angst voor de Russen. Ben Jij Ook Zo Bang. Net als De Bom van Doe Maar, Belgie (Is Er Leven op Pluto…?) van Het Goede Doel en Over De Muur van Klein Orkest. Ik herinner me die tijd nog goed. Niks Na De Dood (dus ga maar lekker rood). We lijken met z’n allen terug te stormen naar die tijd. En terwijl de bommen vallen in Oekraine en er opnieuw met kernwapens word gedreigd, om dit te moeten constateren in 2022, vind ik ronduit schokkend en beangstigend. Lente In Twente, Net Als In De Film, Verdriet In Het Verschiet, Het Beest In Mij, Het Doet Pijn en Repeteer. Het zijn allemaal puike nummers. De jeugd van tegenwoordig verdient een band als Toontje Lager nu meer dan ooit. Want we gaan duistere tijden tegemoet. Er Op Of Er Onder is een van de beste albums die in Nederland in die tijd is gemaakt. Ook al hadden ze wel een hoop dingen overgenomen van Doe Maar. Maar wie kan dat nu schelen. Het blijft gewoon een goed album. Ik luister er nog graag naar.

(1540) Laurie Anderson – Big Science (1982)

Big Science is een wonderbaarlijk geheel. Laurie Anderson is op dit album een compleet rustpunt, en een rots in de branding. Het staat vol met creatieve ingevingen. Het is art pop (AT 1760 – David Sylvian, Kate Bush, Benjamin Clementine, St. Vincent, Field Music, Fiona Apple) met veel momenten van spitsvondigheden. Natuurlijk springt O Superman er bovenuit (is net zo’n magnum opus als Bohemian Rhapsody van Queen als je het aan mij vraagt), maar ook Example #22 en Walking & Falling zijn mooie voorbeelden van muziek dat me in de jaren tachtig wist te boeien. Alleen Sweaters vind ik persoonlijk niets. Dat is alleen maar een krampachtige experimentele poging om alleen maar arty te doen. Maar de rest van het album is zeer geslaagd. Visueel ingestelde kunst met de kracht van de herhaling, zoals je bijvoorbeeld bij Phillip Glass ook hoort. Big Science is een album dat overkomt als een muzikaal hoorspel, als een geluidscollage, als een droom dat op muziek is gezet, met jawel het gebruik van een vocoder. Je moet er een aantal keren naar luisteren wil je er voor vallen. Big Science is een potret van de westerse samenleving met veel satire klinish en afstandelijk gezien in de ogen van Anderson. Het is beslist een van mijn favoriete albums. Het was muziek dat uit de toekomst kwam. En wat mij betreft een klassiek album. Met O Superman als een brilliant nummer.

Albums 1541 – 1550

(1541) Ladysmith Black Mambazo – Shaka Zulu (1987)

Ik heb deze LP, en later dus ook deze CD, toen die ooit verscheen aangeschaft nadat ik Graceland van Paul Simon (uit 1986, en ook als LP) al had gekocht. Je kunt Shaka Zulu en Graceland rustig naast elkaar leggen en met elkaar vergelijken, want ze hebben door deze Zulu isicathamiya groep uit Ladysmith, KwaZulu-Natal, Zuid-Afrika, veel overeenkomsten. Onder leiding van Joseph Shabalala, die voor alle nummers op dit album verantwoordelijk is. Als je Homeless en Diamonds On The Soles Of Her Shoes goed vind, vind je dit hele album ook goed. Het is een uniek geluid wat je hoort. Want deze mannen kunnen zingen, zeg! Met prachtige samenzang. Het is haast een religieuze belevenis, niet omdat ze ook religiueze thema’s behandelen (Golgotha, King Of Kings) in de teksten en ook zingen over hun geloof, maar puur door de kracht van de stem. Op Shaka Zulu staan onderandere oude hits in nieuw bewerkte versies, zoals Unomathemba, Hello My Baby en Lomhlaba Kawunoni. Een van de mooiste nummers is echter Rain, Rain Beautiful Rain. Het laat je op het puntje van je stoel zitten. Een mooier voorbeeld van wat menselijke stemmen met elkaar kunnen fabriceren is er haast niet. En dat geld eigenlijk voor de hele CD. Met deze muziek beleef je gewoon veel luistergenot. Speel het af, zet de volumeknop op tien, zet je ramen open, en voorbijgangers zullen vol verwondering stil blijven staan met een hele ervaring rijker. Door niemand anders dus geproduceerd dan Paul Simon. Uitgebracht door WEA.

(1542) West Side Story – Leonard Bernstein & Stephen Sondheim (1985)

Origineel natuurlijk een Broadway musical voor het eerst opgevoerd in 1957, en in 1961 verfilmd, maar ik heb van dit meesterwerk de opera uitvoering. Geen zware opera, maar eigenlijk meer een kruising tussen musical en opera. Met Kiri Te Kanawa in de rol van Maria en Jose Carreras in de rol van Tony. Wie kent West Side Story niet? Maria, I Feel Pretty, Somewhere, America, Jet Song, Mambo en Tonight, zijn allemaal magische nummers. Er zijn in de loop der jaren veel uitvoeringen van deze oorspronkelijke musical geweest. Jazz uitvoeringen van Stan Kenton, Oscar Peterson en Dave Brubeck, pop en rock uitvoeringen en talloze andere musical premieres. Steven Spielberg heeft in 2021 zelfs een nieuwe filmversie op de markt gebracht. Romeo and Juliet, Maria en Tony, Montaques and Carpulets, en de Jets en de Sharks. West Side Story heeft eeuwigheidswaarde. Ook dat zou William Shakespeare nooit hebben kunnen vermoeden. Uitgebracht door Deutsche Grammaphon

(1543) Element Of Crime – Immer Da Wo Du Bist Bin Ich Nie (2009)

Element of Crime werd in 1985 opgericht in West-Berlijn, door Sven Regener, Jacob Ilja Friderichs, Paul Lukas, Jürgen Fabritius en Uwe Bauer. Na vier opnames in het Engels besloot Sven Regener al zijn teksten in het Duits te schrijven. Hun eerste Duitse nummer Der Mann vom Gericht verscheen op het album The Ballad of Jimmy & Johnny uit 1989. Nadat het album Damals Hinterm Mond uit 1991 werd uitgebracht, werd de band steeds bekender. Sven Regener schreef ook drie opmerkelijke boeken waarvan er ook een werd verfilmd, waardoor het album Mittelpunkt der Welt uit 2005 een van hun grootste successen werd. Immer Da Wo Du Bist Bin Ich Nie was het twaalfde studioalbum. Het doet me soms denken aan Rowwen Heze in het Duits. Leuke melodieuze liedjes. Ook staat er een cover op van The Carter Family Storms Are On The Ocean, waardoor het dus niet een compleet Duitstalig album is geworden. Opgenomen in Tritonus Studio in Berlijn (AT-1760 – Wir Sind Helden) waar o.a. ook The Good Son van Nick Cave & The Bad Seeds is opgenomen. Uitgebracht door Vertigo (AT 1760 – o.a. Gentle Giant, Black Sabbath, Graham Parker, Status Quo en The Notting Hillbillies) en Universal Music Group.

(1544) Howler – America Give Up (2012)

Howler was een indierock band uit Minneapolis, Minnesota (AT 1760 – The Trashmen, Prince, Prince and the Revolution, The Jayhawks, The Replacements) en heeft twee albums uitgebracht. America Give Up in 2012 en World Of Joy in 2014. Ook verscheen er al eerder een EP in 2011. Ooit leek er een grote toekomst voor deze band weggelegt, en waren ze de new big thing in muziekland. NME noemde Howler zelfs de drie na beste nieuwe band in 2011 (na Jai Paul en Suuns, van wie ik in 2021 The Witness nog heb gekocht)). In 2017 zijn de leden van Howler echter alweer uit elkaar gegaan. Als je er naar luisterd hoor je duidelijk de overeenkomsten met The Strokes. Vrolijke uptempo nummers, een beetje garage en een beetje surf. Misschien niet altijd even origineel, maar toch net leuk genoeg om naar te luisteren. Beste nummers zijn Beach Sluts, This One’s Different, Pythagorean Fearum en Back On Your Neck. Uitgebracht door Rough Trade.

(1545) X – Wild Gift (1981)

Punk in Los Angeles in de jaren tachtig was een levendige muziekstroming. Denk bijvoorbeeld aan Bad Religion, Social Distortion, Black Flag en The Dickies. X was ook zo’n band behorende bij die scene. Wild Gift was het tweede album en kreeg toendertijd zeer lovende kritieken. En is waarschijnlijk een van de beste punk albums dat er gemaakt is. Maar punk waar je niet depressief van wordt maar juist vrolijk. En dat dan vooral door de hoekige gitaarriffs. De muziek heeft een bepaalde positieve nervositeit, dat me zeer aanspreekt. Er gaat een enorme energie van uit. Misschien dat het door de combinatie van rockabilly, surf, rock & roll en punk komt, dat dit album zo goed maakt. De nummers gaan allemaal over wanhoop, verveling, doelloosheid en verlatenheid, met veel onderliggende sarcastische humor. Zangeres Exene Cervenka en zanger en bassist John Doe (met elkaar getrouwd) zingen niet alleen met elkaar maar ook over elkaar, met veel haat en nijd, verwensingen en liefdesverklaringen. De nummers klinken allemaal verfrissend rauw en smerig en tegelijkertijd hamonieus en je kunt er uitstekend op dansen (of in dit geval gewoon lekker door in de lucht springen). En nog steeds, als je naar dit album luisterd, zoals naar Adult Books, I’m Coming Over, It’s Who You Know, In This House That I Call Home en White Girl, blijkt het allemaal tijdloze muziek te zijn. Geproduceerd door Ray Manzerak van The Doors, die vier X albums geproduceerd heeft. Los Angeles (1980), Wild Gift (1981), Under The Big Black Sun (1982) en More Fun In The New World (1983). Om het in perspectief te zien: Wild Gift verscheen acht jaar na het laatste Doors album. Opgenomen in Clover Recorders en Golden Sound Studios.

(1546) Orchestral Manoeuvres In The Dark – Architecture & Morality (1981)

Architecture & Morality was het derde album van OMD, en was commercieel een groot succes. Andy McCluskey en Paul Humphreys, oprichters van OMD, hebben met dit album een van de beste voorbeelden van synthpop gemaakt. Joan of Arc, Souvenir en Maid of Orleans waren grote hits. Al deze nummers zijn voorbeelden van knap gemaakte popliedjes: steriel waar toch veel emotie in zit, en met een spanningsboog waar je iets in probeert te ontdekken. Minimalistische grootsheid met alles precies op de goede plek. In feite wacht je op iets, terwijl je al naar mooie muziek luisterd. Het album ligt gewoon prettig in het gehoor. Rustgevend ook. Sealand is op een positieve manier angstaanwekkend, en Joan of Arc is een klassieker. Het nummer staat als een monumentaal kasteel boven op een berg. Het gebruik van de mellotron is in alle acht nummers uiterst functioneel in werking gebracht. Om het hele album samen te vatten: het is kraakhelder, episch, gepolijst, experimenteel, lichtvoetig, aanstekelijk en charmant. Geproduceerd door Richard Manwaring (AT 1760 – Fisher Z), OMD en Mike Howlett (AT 1760 – A Flock of Seagulls) en opgenomen in OMD’s eigen The Gramophone Suite, The Manor (AT 1760 – Mike Oldfield, Hatfield and the North, Paul Weller) en Mayfair Studios (AT 1760 – Jamie Cullum). Coverart is van Peter Saville. Architecture & Morality is wat mij betreft een Klassiek Album.

(1547) Spandau Ballet – Journeys To Glory (1981)

In 1983 kwam de single en de bijbehorende video van True uit (van het gelijknamige album). Ik haatte dat nummer. Veel te gladjes, fake en nep. Zanger Tony Hadley leek net bij de kapper vandaan gelopen te zijn, met zijn perfecte zittende maatpak en zijn gladgeschoren kin: net op tijd klaar voor de opnames van de video om alle meisjesharten doelbewust op hol te brengen. Ik walgde van dat nummer. Net als van Only When You Leave, Gold en Through The Barricades. Soft soul van het ergste soort. En geen hoofd op mijn haar die er aan dacht om die LP’s te kopen. Echt verschrikkelijke muziek. Maar Journeys To Glory is een heel ander verhaal. Deze heb ik pas een paar jaar geleden gekocht. En het is een prima album. Misschien een beetje te vergelijken door het nummer Musclebound met Adam And The Ants, maar dan van veel betere kwaliteit. Met meer diepgang en noodzaak. De acht nummers op dit debuutalbum laten een bepaalde vitaliteit horen, met veel sturm und drang. Spandau Ballet had door dit album, mits ze niet een heel andere weg waren ingeslagen, zomaar uit kunnen groeien als een soort Japan (waar ik nog steeds wel een enorme liefhebber van ben). Want ik hoor best wel overeenkomsten met Japan’s Adolescent Sex. En het doet me hier en daar ook een beetje, zeer lichtelijk, aan de eerste LP’s denken van Simple Minds. Maar dan, sprekend voor mezelf uiteraard, wel weer niet zo goed. Uitgebracht door Reformation, eigendom van Chrysalis (Album Top 1760 – o.a. Jethro Tull, Robin Trower, Rory Gallagher, Huey Lewis & The News en The Persuit Of Happiness), opgenomen in The Manor (AT1760 – Mike Oldfield, Hatfield And The North, Paul Weller), Jam Studios, Trident Studios (AT1760 – David Bowie, U.K., Brand X, Bill Brufford, Cerrone) en Utopia Studios (AT1760 – Texas) en geproduceerd door Richard James Burgess. Engineer in The Manor was Hugh Padgham (ook co-producer van de albums van Phil Collins en Melissa Etheridge in mijn 1760 lijst). Misschien hadden de New Romantics uit Engeland later commercieel veel meer succes. Maar muzikaal waren ze vooral met dit album toch interessanter.

(1548) The Human League – Dare (1981)

Is net als Heaven 17 opgericht door Martyn Ware en Ian Craig Marsh. Maar toen dit album uitkwam, in 1981, waren beide heren al lang en breed vertrokken. Zanger op dit album was Philip Oakey, die met zijn haardracht in de jaren tachtig een opvallende verschijning was. Meest bekende nummer op Dare is uiteraard Don’t You Want Me, dat een grote hit was toendertijd. Dare vind ik iets leuker om naar te luisteren dan Penthouse & Pavement van Heaven 17. Synthpop ook, net als Eurythmics, The Art of Noise en het Spaanse Mecano in mijn 1760 lijst. Het album is zeker de moeite waard om te (her) beluisteren, al moet ik eerlijk bekennen dat ik in de jaren tachtig van dit soort muziek niets moest hebben. Want ja, ik luisterde naar hele andere muziek. Dit was pop, dit was foute gemakzuchtig gemaakte synthesizer muziek: steriel, leeg, commerciele rotzooi en inhoudsloos, en ik was toch echt een rocker toen! Maar dit is een voorbeeld van een album dat ik jaren later maar door een enkel nummer toch maar heb aangeschaft, en dat is om Don’t You Want Me. Vind ik net niet fake of kitch genoeg om het tegenwoordig te haten. En sterker eigenlijk nog, ik vind het zelfs wel een leuk nummer. Net als een paar andere tracks, zoals The Things That Dreams Are Made Of en Darkness. Opgenomen in Genetic Studios in Reading (Album Top 1760 – Fields Of The Nephilim, Madness, Visage, Elvis Costello And the Attractions, Buzzcocks), geproduceerd door eigenaar van Genetic Studios Martin Rushent (AT1760 – The Stranglers, Buzzcocks), en net als Penthouse & Pavement van Heaven 17 uitgebracht door Virgin Records.