Recensies 1145 – 1245

1211-1220, 1221-1230, 1231-1240, 1241-1250

(1193) Gustavo Santaolalla – Camino (2014)

Camino is een soloalbum van de Argentijn Gustavo Santaolalla. Het album bevat dertien originele instrumentale nummers door hem zelf gespeeld en gecomponeerd. De man heeft een interessante levensloop. Vanaf jonge leeftijd al bij muziek betrokken, begon Santaolalla in 1967 een professionele carriere door de band Arco Iris op te richten, die invloedrijk was in de Argentijnse rockwereld. Op de vlucht voor het bewind van de Argentijnse militaire junta verhuisde hij in 1978 naar Los Angeles. Na zijn terugkeer naar Argentinie in de jaren tachtig en een muzikale sabbatical werd hij een vooraanstaande figuur in de rock en español beweging, richtte het platenlabel Surco Records op en produceerde platen voor meer dan honderd artiesten (AT 1760 – Cafe Tacvba, Maldida Vencidad, Bersuit Verdabarat). Santaolalla, ook bekend van vele soundtracks (North Country, Brokeback Mountain, Babel, The Last Of Us, EL Cid) laat op dit album horen welk een goede muzikant hij zelf ook is. Met het gebruik maken van de ronroco, de tobaviool, guitarron, gitaar, oud, cuatro en de bouzouki blijkt hij een ware muzikale verhalenverteller te zijn, Als ware het een soundtrack kunnen zijn voor een denkbeeldige film. Uitgebracht door Sony Masterworks, opgenomen in La Casa in Los Angeles, en samen met Aníbal Kerpel uiteraard geproduceerd door hemzelf.

(1194) Arthur Russell – World Of Echo (1986)

Arthur Russell (overleden in 1992) was een Amerikaanse cellist, componist en producer uit Iowa, wiens werk een uiteenlopende reeks stijlen besloeg. Na het studeren van hedendaagse compositie en Indiase klassieke muziek in Californie, verhuisde hij halverwege de jaren zeventig naar New York City, waar hij betrokken raakte bij de avant-garde gemeenschap van Lower Manhattan en later in de opkomende disco-scene van de stad. Zijn eclectische muziek werd vaak gekenmerkt door avontuurlijke productiekeuzes en zijn zachte tenor vocalen. Russell werkte in 1974 en 1975 als muzikaal directeur van de New Yorkse avant-garde locatie The Kitchen, maar omarmde later dansmuziek en produceerde of co-produceerde tussen 1978 en 1988 verschillende underground clubhits onder pseudoniemen als Dinosaur L, Loose Joints en Indian Ocean. In 1981 richtte hij samen met Will Socolov het onafhankelijke label Sleeping Bag Records op en werkte hij samen met een breed scala aan artiesten, waaronder Peter Gordon, Allen Ginsberg, Peter Zummo, Talking Heads, en DJ’s zoals Walter Gibbons, Nicky Siano en Steve D’Acquisto. In de laatste twee decennia van zijn leven verzamelde hij een grote collectie met onuitgebrachte en onvoltooide opnames, mede dankzij zijn perfectionistische werkattitude. De enige volledige studioalbums die Russell onder zijn eigen naam uitbracht waren de orkestopname Tower of Meaning (1983) en de vocale release World of Echo. Dit album bestaat voornamelijk uit Russells zang, cello en percussie met veel gebruik van vervormde effecten zoals delay, echo en galm. Het was het laatste album dat hij tijdens zijn leven uitbracht.

(1195) M83 – Dead Cities, Red Seas & Lost Ghosts (2003)

M83 is een Franse elektronische rockgroep die in 1999 werd opgericht in Antibes. Aanvankelijk opererend als een duo bestaande uit de multi-instrumentalisten Nicolas Fromageau en Anthony Gonzalez, verliet Fromageau het project kort na hun tournee voor hun tweede album Dead Cities, Red Seas & Lost Ghosts. Hij zou een andere band beginnen genaamd Team Ghost. Gonzalez bleef daarom het enige vaste lid van de band, als schrijver, toetsenist en als leadzanger. De band heeft (naast twee soundtracks) tot en met 2023 negen studioalbums uitgebracht, waaronder het voor een Grammy Award genomineerde Hurry Up, We’re Dreaming. Gonzalez werkt voornamelijk als solomuzikant samen met talrijke gastmuzikanten. Het geluid wordt omschreven als dream pop, new wave, shoegaze en ambient. Dead Cities, verschenen in 2003, bevat grillige vervormde gitaarmuren en geluidslandschappen waarbij visuele beelden worden opgeroepen dat naar filmmuziek neigt (soms doet dit aan Twin Peaks denken). Vaak klinkt dit onheilspellend: als een delicaat evenwicht tussen dromerige soundscapes en repetitieve trance. Alles in elkaar overvloeiend in een eeuwigdurende loop waarbij je je als luisteraar in een episch avontuur begeeft. Er zijn drie singles van het album verschenen: Run Into Flowers, 0078h en America.

(1196) My Bloody Valentine – m b v (2013)

Wie had kunnen denken dat m b v van My Bloody Valentine, de pioniers van de shoegaze, toch niet alsnog het laatste album zou zijn. Met een geschiedenis van bandwisselingen, mislukte vroege releases, financiele problemen en hoge productie kosten. De weg naar succes gaat soms niet over rozen. En dat is nog maar een milde constatering. Dat dit album er uberhaubt kwam was een grote verassing. Opnames begonnen alreeds voor het uiteenvallen in 1997, die pas werden hervat in 2006 toen de band weer werd herenigd. Het album werd uiteindelijk in 2013 in eigen beheer uitgebracht, en was de eerste volledige release van origineel materiaal sinds het tweede album Loveless (1991), meer dan twintig jaar eerder. Wat volgens de zanger en gitarist Kevin Shields van de band deels kwam door technische problemen met de nieuw gebouwde studio in Streatham, Zuid-Londen, die in april 1993 werd voltooid. Het album kreeg lovende kritieken. m b v is inderdaad een goed album. Voor veel fans bleek het het wachten meer dan waard te zijn. Misschien geen klassieker maar wel een als een bevalling van een gezond kind, een nakomeling in dit geval. Ondergedompeld in verschillende lagen met vervormde gitaarpartijen en ingetogen androgene zang met een melodisch en complex geluid, blijkt het album een muzikale en tijdloze capsule te zijn waarin pracht en praal ontdekt kan worden. En met een oorverdovende intensiteit die soms verpletterend is. Geproduceerd door de zanger en gitarist van de band Kevin Shields. 

(1197) Drive-By Truckers – English Oceans (2014)

English Oceans is het tiende studioalbum van het Amerikaanse uit Athens Georgia afkomstige Drive-By Truckers, uitgebracht in 2014. Met een bezetting op dit album bestaande uit Mike Cooley (leadzang, gitaar, banjo), Patterson Hood (leadzang, gitaar), Brad Morgan (drums), Jay Gonzalez (toetsen, gitaar, accordeon, achtergrondzang) en Matt Patton (basgitaar, achtergrondzang). Terwijl eerdere Drive-By Truckers platen grotendeels werden gedomineerd door nummers van gitarist Patterson Hood, deelde Hood het schrijven voor dit album voor het eerst met mede gitarist Mike Cooley. Het is ook de eerste keer dat Cooley de zang op zich neemt op een nummer geschreven door Hood. De muziek op het album behoort tot het alternatieve countryrock genre met stevige americana invloeden. Met nummers, over personages in de Amerikaanse samenleving die worstelen om te overleven, die rauw en energiek klinken, met krachtige gitaren en een productie die de directe en eerlijke stijl van de band ondersteunt. Wat een primitieve en een directe sfeer opleverd. Wie er bekend mee is doen deze nummers soms aan Son Volt en The Jayhawks denken. Allemaal prachtig, mooi en fraai dus. Geproduceerd door David Barbe en opgenomen gedurende twee weken in het late voorjaar van 2013. Uitgebracht door ATO Records.

(1198) Boards of Canada – Geogaddi (2002)

Nee, dit duo (van 1979 tot 1980 woonachtig in Calgary, Canada) bestaande uit de broers Mike en Marcus Eoin Sandison, komt niet uit Canada maar uit Schotland. Uit Edinburgh. Kregen meteen erkenning na de release van hun debuutalbum, Music Has The Right To Children, uit 1998. Brachten daarna hun geprezen albums Geogaddi (2002), The Campfire Headphase (2005) en Tomorrow’s Harvest (2013) uit. Het werk van het duo, grotendeels beinvloed door media en elektronische muziek uit de jaren zeventig, bevat vintage synthesizertonen, gebruikte analoge apparatuur en hiphop geinspireerde beats. Critici hebben het beschreven als een onderzoek naar thema’s gerelateerd aan nostalgia, kinderherinneringen, wetenschap, milieukwesties, esoterische onderwerpen en als evocatieve, treurige, sample rijke downtempo muziek. Die vaak klinkt alsof deze is geproduceerd op defecte apparatuur die is opgegraven uit de ruines van een computerlokaal uit het begin van de jaren zeventig. Het album bevat esoterische verwijzingen, samples van fragmenten van televisieshows uit de jaren zeventig en subliminale boodschappen, waaronder verwijzingen naar numerologie, wicca en de Branch Davidians. Het album blijkt donkerder van toon te zijn dan hun debuut. Het werd opgenomen tussen 1999 en 2001 in Hexagon Sun, hun studio in Pentland Hills (Schotland), waar ze meer dan negentig nummers opnamen voor het hele project en uiteindelijk tweeentwintig nummers kozen op basis van hoe goed ze pasten bij de beoogde sfeer van het album.

(1199) The Notwist – Neon Golden (2002)

The Notwist is een Duitse indie rock band die door de broers Markus en Micha Acher en Martin Messerschmidt in Weilheim in 1989 in Oberbayern werd opgericht. De band heeft verschillende bezettingen gehad. Messerschmidt zou de band in 2007 verlaten en worden vervangen door Andi Haberl. Drummer Martin Gretschmann verliet de band in 2014. Terwijl hun vroege platen heavy metal en indie rock invloeden hadden, zijn de latere albums meer beïnvloed door de elektronica scene. In 1990 nam de band hun titelloze debuut op, een grunge metal georienteerde LP. In 1992 verscheen Nook, dat een indie rock geluid heeft, terwijl het album 12 uit 1995 de eerste flirt met elektronica bevat. Shrink, uitgebracht in 1998, is een jazz electric rock album. Met het album Neon Golden, uitgebracht in 2002, brak The Notwist door op de Amerikaanse markt, met een meer popgerichte sound. De nummers op Neon Golden combineren indie rock en elektronische elementen in een samensmelting van dromerige pop ballads en sobere elektronische ondertonen. Het nummer Pick Up The Phone werd in 2002 uitgebracht als de derde single van het album. Het was te horen in Betty and Veronica, in een aflevering van de televisieserie Veronica Mars. Trashing Days en Pilot waren al eerder als single verschenen. Een ander nummer, One With The Freaks, maakt deel uit van de soundtrack van de film The Family Friend van Paolo Sorrentino. Uitgebracht door City Slang (AT 1760 – Arcade Fire, Calexico).

(1200) The Charlie Daniels Band – Off The Grid: Doin’ It Dylan (2014)

Charlie Daniels, een van de beste violisten in het americana genre, kennen we (mensen van mijn leeftijd althans) in Nederland natuurlijk van The Devil Went Down To Georgia dat hier vier weken in de Top 40 stond. Dat was in 1979. De man heeft ontelbare albums uitgebracht met in de VS vele hits. In 1980 speelde Daniels zichzelf in de film Urban Cowboy, met John Travolta in de hoofdrol. Daarna speelde hij in nog veel meer films. Dit coveralbum is van korter geleden, uit 2014. Het zou zijn eennalaatste album worden: Daniels overleed in 2020. Off The Grid is zeker geen onverdienstelijk album. Meer eigenlijk een heel bijzondere. Nog voordat hij met zijn eigen band zelf bekend werd, speelde hij mee als gitarist op drie Dylan albums, op Nashville Skyline, Self Portrait en New Morning. Als muzikant onder zijn eigen naam. met zijn band uiteraard, geeft hij daarom met dit album op zijn eigen wijze een eerbetoon aan zijn voormalige werkgever. Er staan een paar mooie versies op van Tangled Up In Blue, Gotta Serve Somebody, Country Pie, Hard Rain’s A-Gonna Fall en Quinn The Eskimo (The Mighty Quin), allen gespeeld met een southern twist. Wat mij betreft een overtuigend album met mooie Dylan liedjes, waarop blijkt dat Daniels door zijn ervaring met Dylan zelf, deze uitvoeringen naar een hoger niveau brengt. En blijkt zelf ook een verhalen verteller te zijn, met goede muzikanten uiteraard om zich heen.

(1201) Tracy Bonham – The Burdens Of Being Upright (1996)

Het debuutalbum van Tracy Bonham, The Burdens Of Being Upright, trok bij het verschijnen ervan veel aandacht. Ze maakte deel uit van een golf van vrouwelijke singer-songschrijvers die begin en halverwege de jaren negentig bekendheid verwierven, zoals onderandere Alanis Morissette, PJ Harvey, Joan Osborne, Tori Amos en Fiona Apple. Het album verkocht commercieel goed en leverde haar twee Grammy nominaties op, naast een gouden certificering door de Recording Industry Association of America (RIAA). De leadsingle van het album, Mother Mother, dat veel gedraaid werd op de radio, stond in juni 1996 bovenaan de Billboard Alternative Airplay hitlijst. Ze was de laatste vrouwelijke soloartiest die deze hitlijst aanvoerde tot Lorde in 2013. Van de tweede single, The One, ook een kleine hit, verschenen twee verschillende muziekvideo’s kort op MTV en VH1. De derde en laatste single, Sharks Can’t Sleep, wist echter niet in de Amerikaanse hitlijsten te komen, hoewel het haar hoogst genoteerde single in het Verenigd Koninkrijk worden zou. Het album, dat ik toen gekocht heb nadat ik haar in 1997 op televisie op Pink Pop had gezien, is een solide pakkend geheel, met liedjes die je mee wil zingen. Radiovriendelijke rock nummers met een lekkere gitaarsound zoals Every Breath, Mother Mother, 30 Seconds (doet aan Nirvana denken), Navy Bean en Kisses. Uitgebracht door Island Records.

(1202) Maldita Vecindad y Los Hijos del Quinto Patio – El Circo (1991)

In Mexico-Stad verwijst vecindad naar woningen die aan het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw zijn gebouwd. Deze woonwijken zijn nog steeds bewoond en delen een of meer grote terrassen en gemeenschappelijke ruimtes zoals toiletten en wasfaciliteiten. Maldita Vecindad y Los Hijos del Quinto Patio (in het Nederlands vertaald als de verdoemde buurt en de zonen van de vijfde wijk), is een band die in 1985 in Mexico-Stad werd opgericht. Ze zijn pioniers van rock en espanol en een van de meest invloedrijke rockbands in Mexico. Hun tweede album El Circo was een commercieel succes. Het album verkocht meer dan achthonderdduizend exemplaren (een record destijds). In 1991, tijdens hun eerste Amerikaanse tournee, speelden ze met bands en artiesten als INXS, Bob DylanLeonard CohenSonic YouthMadnessFaith No More en Jane’s Addiction. In 1992 werden ze vaak vergeleken met andere grote bands zoals Mano Negra en Los Fabulosos Cadillacs. Het laatste studioalbum dat ze opnamen was in 2009, genaamd Circulaire Colectivo. Sindsdien heeft de band samengewerkt met andere groepen en heeft men deelgenomen aan tribuutalbums voor Jose Jose en Tigres del Norte. Het geluid van de band omvat vele stijlen, waaronder ska, rock en traditionele Cubaanse stijlen zoals de bolero en cuban son. Roco, de zanger van de band, kleedt zich op een manier die doet denken aan de pachuco’s. Op het album staan Kumbala, Tono en Pachuco die als singles zijn verschenen.

(1203) The Mars Volta – De-Loused In The Comatorium (2003)

De-Loused In The Comatorium is het debuut studioalbum van de Amerikaanse progressieve rockband The Mars Volta, uitgebracht in 2003. Gebaseerd op een kort verhaal geschreven door leadzanger Cedric Bixler-Zavala en soundtechicus Jeremy Ward, is dit conceptalbum een uur durend verhaal over Cerpin Taxt, een man die in een weeklange coma raakt na een overdosis morfine en rattengif. Het verhaal van Cerpin Taxt verwijst naar de dood van kunstenaar Julio Venegas (1972-1996) uit El Paso, Texas, en vriend van Bixler-Zavala. Mede geproduceerd door Rick Rubin (AT 1760 – Public Enemy) en gitarist Omar Rodriguez-Lopez, is dit het enige studioalbum van de band nog met oprichter Jeremy Ward, die een maand voor de release van het album dood werd aangetroffen door een schijnbare heroïne overdosis. Na het vertrek van bassiste Eva Gardner (die vanaf 2o21 weer terug zou keren), die op de vroege demo’s en EP van de band nog te horen was, speelden Flea en John Frusciante van The Red Hot Chili Peppers, Lenny Castro (bekend van zijn percussiewerk op de nummers Africa en Tears In Heven van Toto en Clapton) en bassist Justin Meldal-Johnsen (AT 1760 – Beck, Charlotte Gainsbourg) mee op een aantal nummers op het album. Alle teksten zijn geschreven door Cedric Bixler-Zavala met hulp van Jeremy Ward en alle muziek is gecomponeerd door Omar Rodriguez-Lopez. Opgenomen in The Mansion in Laurel Canyon, een studio in eigendom van Rubin. De coverillustratie is van Storm Thorgerson.

(1204) Dave Matthews Band – Busted Stuff (2002)

Als jamband staat de Dave Matthews Band hoog aangeschreven door de uitstekende liveoptredens die ze steeds weer verzorgen. Opgericht in 1991 door Dave Matthews (zang en gitaar), Stefan Lessard (bas en toetsen) en Carter Beauford (drums) samen met LeRoi Moore (saxofoon), Peter Griesar (toetsen) en Boyd Tinsley (viool, achtergrondzang), staat de band bekend om het continu weer anders spelen van hun nummers. Deze praktijk heeft hen veel bewondering en respect opgeleverd. In een zeker opzicht is de band daarom best te vergelijken met de Grateful Dead. Er zijn meer dan drieenveertig live releases van deze groep verschenen, zowel op CD en als downloads. Busted Stuff is het vijfde studioalbum, uitgebracht in 2002. In veel recensies werd bij het verschijnen ervan gemeld dat het het beste album van de band tot dan toe was. Veel van het materiaal werd voor het eerst opgenomen in 2000 tijdens sessies met producer Steve Lillywhite (AT 1760 – U2, XTC, Toyah, Big Country) die later werden afgeblazen. Tot ergenis van de band werden deze opnames op het internet gelekt en staan nu bekend als The Steve Lillywhite Sessions (die gewoon op You Tube staan). Deze reguliere versie van Busted Stuff is echter geproduceerd door Stephen Harris (At 1760 – Kaiser Chiefs), en was een commercieel succes. Where Are You Going, uitgebracht als een van de drie singles, werd de tweede top veertig hit van de band in de VS. Het nummer werd ook gebruikt op de soundtrack van de komedie Mr. Deeds uit 2002. Uitgebracht door RCA.

(1205) Joanna Newsom – Ys (2006)

Joanna Newsom is op deze CD een vrouw met een intrigerende stem, die zo vreemd is dat als je er voor het eerst naar luisterd moeite hebt er meteen aan te hechten. Het lijkt onwaarschijnlijk dat ze dat niet expres zo gedaan heeft. Voor haar is dit immers haar manier om de juiste toon te raken. Als luisteraar moet het je ook allemaal niet te gemakkelijk gemaakt worden. Maar dat is positief bedoeld. Want door die stem van haar ga je halverwege het eerste nummer al overstag. Die is namelijk zo ongewoon en ongrijpbaar dat je er op een gegeven moment echt voor zult vallen. Zingend als een bosnimf die je wil verleiden met haar betoverende gezang. Noem het indie folk, noem het freak folk. Of geen van dit alles. Deze zangeres heeft een geheel eigen stijl van zingen dat in geen enkel ander hokje past. Misschien alleen lichtjes te vergelijken met Loreena McKennitt (net als Newsom ook een harpiste), Elyse, Bjork of Laurie Anderson. De vijf nummers op deze CD (Emily, Monkey & Bear, Sawdust & Diamonds, Only Skin, Cosmia), hebben haast geen structuur, en gaan gepaard met evenzeer prachtig harpspel. De orkestrale arrangementen zijn van de hand van Van Dyke Parks. Vandaar dus mede ook door hem dat dit een bijzonder album is geworden, dat meer weg heeft van een luisterboek van een roman waarin ze niet praat maar zingt. Poetisch, literair en misterieus. Geproduceerd door Steve Albini en uitgebracht door Drag City.

(1206) Huub van der Lubbe – Concordia (2004)

Huub van der Lubbe kennen we natuurlijk als de zanger van De Dijk (in 2022 ter ziele gegaan), maar ook als acteur in vele films en televisieseries. Hij is zondermeer een van de belangrijkste rockzangers van Nederland. En het oeuvre van De Dijk is ongeevenaard. Het is eigenlijk jammer dat ze niet meer bestaan. Met Concordia, vernoemd naar een theater in Enschede, maakte hij samen met Jan Robijns en Bart de Ruiter echter een interessant uitstapje. En dat in 2004 toen De Dijk nog behoorlijk actief was. En met een geheel ander geluid dan we van hem gewend waren. Concordia is een country achtig album met spitsvondige en grappige liedteksten, met sfeervolle levensliedjes die doen denken aan de roaring twenties en dertiger jaren theater. De liedjes op dit album zijn ontstaan uit wekelijkse kroegbijeenkomsten met Robijn en de Ruiter. Sinds 1998 ontmoeten zij elkaar in een Amsterdams cafe om in dichtvorm op het leven te reflecteren. Luisterend naar nummers als Geregeld Leven, Mijn Hart Kan Dat Niet Aan (bekend van Frederique Spigt maar geschreven door van der Lubbe zelf), Geef Me Het Zout, Recht Door Zee en Waar Zijn De Sterren Aan De Hemel, kun je alleen maaar concluderen dat van der Lubbe met dit album een van de beste Nederlandstalige albums heeft gemaakt.

(1207) Carlos do Carmo – Nove Fados E Uma Cancoa De Amor (2002)

Als zoon van Lucilia do Carmo, een bekende Portugese fadista, behaalde deze zanger in de jaren zeventig nationaal en internationaal succes, met optredens in het Royal Opera House in Londen en de Olympia in Parijs. In 1976 vertegenwoordigde hij Portugal op het Eurovisiesongfestival met zijn nummer Uma Flor De Verde Pinho, waar hij op de twaalfde plaats eindigde. Carlos Manuel de Ascencao do Carmo de Almeida begon zijn carriere als artiest in 1963. Hoewel fado de kern van zijn muziek bleef, werd hij onder andere beïnvloed door Frank Sinatra, Franse pop, met onder meer het werk van Jacques Brel, en Braziliaanse bossa nova. Hij wordt beschouwd als de belangrijkste mannelijke fadista van zijn generatie, wiens succes na Alfredo Marceneiro en voor Camane op kwam zetten. Hij wordt gezien als de kunstenaar die de overgang maakte tussen de traditionele fado en de nieuwe fado die in de jaren negentig opkwam. Hij introduceerde nieuwe stijlen, waaronder de toevoeging van orkesten en de integratie van ondermeer jazz. In 1977 bracht do Carmo Um Homem Na Cidade uit, een conceptalbum met een reeks gedichten over Lissabon van Ary dos Santos. Het album werd een van de grootste successen van do Carmo’s lange carriere. Het gaf blijk van een nieuwe, innovatieve stijl. Bekende nummers van hem zijn onder meer Bairro Alto, Lisboa Menina E Moça, Canoas Do Tejo, Os Putos en Por Morrer Uma Andorinha. Hij heeft meer dan vierentwintig albums uitgebracht, waarvan deze, Nove Fodos E Uma Consoa De Amor, in 2002 verscheen. In 2019 kondigde hij zijn pensionering van live optredens aan. Carlos Do Carmo stierf op 1 januari 2021 in het Hospital de Santa Maria in Lissabon, 81 jaar oud. Hij was de dag ervoor opgenomen in het ziekenhuis na een aneurysma. 

(1208) Jose Merce – Lio (2002)

Jose Merce, geboren als Jose Soto Soto, is een Spaanse flamencozanger die al als twaalfjarig jochie optrad tijdens flamencofestivals. Hij is de achterkleinzoon van de negentiende eeuwse seguiriya maestro Francisco Valencia, wiens bijnaam Paco la Luz was. Hij is ook de neef van Manuel Soto Sordera, de patriarch van de flamenco van Jerez. Merce’s artiestennaam komt van zijn deelname aan het koor van de Basilica de la Merced toen hij nog een jonge jongen was. Geboren in Jerez de la Frontera in Cadiz, verhuisde hij later naar Madrid, waar hij in 1968 zijn eerste album opnam. De jeugdige Merce werd een van de meest gevraagde zangers voor het begeleiden van dans, en hij heeft gewerkt met het Trio Madrid, gevormd door Mario Maya, El Guito en Carmen Mora. Van 1973 tot 1983 trad hij toe tot het gezelschap van Antonio Gades, waarmee hij de halve wereld rondreisde en deelnam aan de film Bodas de Sangre van Carlos Saura. Hij werkte ook samen met gitaristen als Enrique De Melchor, Tomatito en Vicente Amigo. Zoals bij alle flamenco muziek is het gitaarwerk op deze CD uit 2002, van de drie gitaristen Moraito Chico, Diego Del Morao en Juan Manuel Canizares, uiteraard tiptop verzorgd. Het album bevat met die onheilspellende stem van Merce verschillende stijlen van flamenco: een malaguena, een seguiriya, een tango, enkele soleares, maar bevat ook meer feestelijke en pakkende nummers op het ritme van bulerias. De hoesfoto van de zanger is van Anton Corbijn. Uitgebracht door Virgin.

(1209) Charly Garcia – Influencia (2002)

Charly García is een Argentijnse singer-songschrijver, multi-instrumentalist, componist en producer, die wordt beschouwd als een van de belangrijkste rockmuzikanten in de Argentijnse en Latijns-Amerikaanse muziekwereld. Hij wordt alom geprezen om zijn opnametechniek, zowel bij meerdere groepen als solist, en om de complexiteit van zijn muziekcomposities, die genres als folkrock, progressieve rock, symfonische rock, jazz, new wave, poprock, funkrock en synthpop bestrijken. In zijn tienerjaren richtte Garcia begin jaren zeventig samen met zijn klasgenoot Nito Mestre Sui Generis op. De band ging in 1975 uit elkaar. Hij werd vervolgens onderdeel van de supergroep PorSuiGieco en richtte nog een andere supergroep op, La Maquina de Hacer Pajaros, waarmee hij belangrijke progressieve rock albums uitbracht. Nadat hij beide projecten had verlaten, richtte hij wederom een supergroep op: Seru Giran. Deze groep ging in 1982 uit elkaar. Daarna begon Garcia aan een productieve solocarriere met iets van zestien albums op zijn naam. Zijn teksten staan bekend als grensoverschrijdend en kritisch ten opzichte van de moderne Argentijnse samenleving, vooral tijdens het tijdperk van de militaire dictatuur. Influencia is zijn tiende soloalbum. Het werd uitgebracht in 2002 en markeert wederom een wedergeboorte van zijn carriere. En grote rol op dit album speelt gitarist Tony Sheridan (die ooit met The Beatles samen in een appartement woonde en de Young broers van AC/DC thuis ontmoette nog voor hun bekendheid via zijn vriend en bandlid Alex Young). Het album heeft drie nieuwe versies van nummers die eerder al waren uitgebracht: Encuentro Con El Diablo van Seru Giran, Demasiado Ego (uitgebracht als One To One, van Jan Hammer, op het vorige album El Aguante) en Happy And Real, van het album Tango 4 (1991). Ook is op het album I’m Not In Love te horen dat veel weg heeft van She’s Not There (o.a. bekend van The Zombies en Santana en twee versies, een Spaanse en een Engelse, van Todd Rundgrens Influenza.

(1210) Rodrigo y Gabriela – Re-Foc (2002)

Wie naar deze CD luisterd zou niet denken dat dit duo heavy metal met bands als MegadethSlayerTestament en Overkill als een van hun belangrijkste invloeden beschouwd. Rodrigo Sanchez en Gabriela Quintero, bekend als Rodrigo y Gabriela, een akoestisch gitaar duo uit Mexico en woonachtig in Mexico-Stad, begonnen hun carriere in Dublin, Ierland, waar ze de eerste acht jaar daarvan op straat en in locale pubs speelden. Ze ontmoetten elkaar al op vijftienjarige leeftijd in de La Casa De La Cultura in Mexico-Stad, waar de broer van Sanchez de directeur was. Ze speelden ook samen in de trash metal band Tierra Acida. Hun muziek bestaat grotendeels uit instrumentale duetten op de flamenco gitaar, met een muziekstijl die is beinvloed door een aantal genres, waaronder nuevo flamenco, rock en heavy metal. Hun meest recente album, In Between Thoughts… A New World, werd uitgebracht in april 2023. Re-Foc is het eerste album van dit gitaar duo, uitgebracht in 2002. Sommige nummers zijn opnieuw opgenomen versies van de nummers die eerder verschenen op Foc, een demo met negen nummers die de band in april en mei 2001 opnam. Met bijdragen van de violiste Zoe Conway en bodhran speler en percussionist Robbie Harris. Uitgebracht door Rubyworks.

BACK ON TOP

Albums 1211 – 1220

(1211) Testament – The Legacy (1987)

Testament is een Amerikaanse thrash metal band uit Berkeley, Californie. Oorspronkelijk opgericht in 1983 onder de naam Legacy, bestaat de huidige line-up in 2025 uit ritmegitarist Eric Peterson, leadzanger Chuck Billy, leadgitarist Alex Skolnick, bassist Steve Di Giorgio en drummer Chris Dovas. Door de vele bezettingswisselingen sinds de oprichting is Peterson echter het enige constante lid in het bestaan van de band. De formatie heeft veertien studioalbums uitgebracht. Testament wordt vaak genoemd als een van de meest populaire en invloedrijke bands in de thrash metal scene, en zijn ze een van de zes groepen uit de Bay Area die enige naam hebben gemaakt in het genre, naast Exodus, Death Angel, Laaz Rockit, Forbidden en Vio-lence. Hoewel de productie niet uitzonderlijk goed is, klinkt The Legacy, het debuutalbum van Testament, best wel spectaculair. Het album wordt door velen gezien als een van de beste trash metal debuutalbums die er zijn verschenen. Met beukende drums, splijtende riffs en de nodige gitaar solo’s staat dit album fier overeind. Met nummers over het occulte, demonische, hekserij, nucleaire oorlog en wereldwijde vernietiging als Apocalyptic City, The Haunting, Burnt Offerings, Over The Wall en First Strike Is Deadly, kom je als metal fan best aan je trekken. Binnen drie jaar na de release in 1987 had The Legacy in de VS meer dan 150.000 exemplaren verkocht.. Behoorlijk succesvol dus.

(1212) Belle and Sebastian – Tigermilk (1996)

Belle and Sebastian is een Schotse indie popband die in 1994 in Glasgow werd opgericht. Onder leiding van Stuart Murdoch heeft de band twaalf studioalbums uitgebracht. De band ontleende zijn naam aan een kort verhaal dat Murdoch had geschreven over een jongen en een meisje, geinspireerd op de Franse televisieserie Belle et Sebastien uit 1965. In 1994 schreven Stuart Murdoch en Stuart David zich beiden in voor een muziekprogramma op Stow College voor werkloze muzikanten in Glasgow. Samen met leraar Alan Rankine (voorheen van The Associates) namen ze in dat programma enkele demo’s op. Omdat Murdoch al een aantal nummers had en het label (dat van Stow College) erg onder de indruk was van de demo’s, kreeg hij toestemming om een volledig album op te nemen. Dat album zou vervolgens Tigermilk worden. Murdoch en David rekruteerden voor deze opnames de lokale muzikanten Stevie Jackson (gitaar en zang), Isobel Campbell (cello en zang), Chris Geddes (toetsen) en Richard Colburn (drums), die ze hadden ontmoet in een kroeg en waarvan enkelen ook student waren op hun school. Negen van de tien nummers op het album werden live opgenomen over een periode van drie dagen, gevolgd door twee dagen mixen. Het album is vernoemd naar een instrumentaal nummer dat niet op het album terecht kwam. Alle nummers op het album zijn geschreven door Stuart Murdoch tussen 1993 en 1996. Het vertederende She’s Losing It is een van de hoogtepunten. Uitgebracht door Jeepster Records.

(1213) Amadou & Mariam – Dimanche A Bamako (2004)

Amadou & Mariam was een duo uit Mali, bestaande uit het echtpaar Mariam Doumbia (zang) en Amadou Bagayoko (gitaar en zang). Het duo stond bekend als het blinde paar uit Mali, die elkaar ontmoette in het Malinese Instituut voor Jonge Blinden en ontdekte dat ze een interesse in muziek deelden. Het duo maakte muziek die het traditionele Malinese geluid vermengde met westerse rock, Cubaanse trompetten, Egyptische ney, en Colombiaanse trombones. Al deze elementen samen word Afro blues genoemd. Eerder al speelde Amadou Bagayoko gitaar voor de legendarische Ambassadeurs du Motel de Bamako vanaf het einde van de jaren zestig. Ze begonnen samen hun opnamecarriere in de jaren tachtig. Ze reisden honderden kilometers naar Abidjan in Ivoorkust, dat tot voor kort een van de culturele en economische centra van Franstalig West-Afrika was, om cassettes te maken en op te treden. In 1998 brachten ze hun eerste album uit dat buiten Afrika werd opgenomen genaamd Sou Ni Tile. Het nummer Je Pense A Toi was een hit op de Franse radio en van het album werden honderdduizend exemplaren verkocht, En in 2006 namen Bagayoko en Doumbia, samen met Herbert Gronemeyer, het officiele lied op voor het WK voetbal: Celebrate The Day. Amadou Bagayoko overleed op 4 april 2025 op zeventigjarige leeftijd in Bamako, Mali. Duizenden mensen verzamelden zich bij zijn begrafenis. Hij werd begraven in de tuin van zijn huis. In 2004 brachten ze hun veelgeprezen album Damanche A Bamako uit. En wat gezegd moet worden is dat dit album met wervelende ritme gitaren en inspirerende zang de pan uit swingt. Het is passievolle vrolijkheid en rauwe kinetische energie dat meteen aanslaat. Je krijgt meteen de neiging om mee te bewegen op de muziek. Camions Sauvages en Djanfa zijn twee voorbeelden van deze prachtige klanken. Echt een genot om naar te luisteren en zeer mooi allemaal. Mede geproduceerd door Manu Chao, wiens invloed goed te horen is. Uitgebracht door WEA International.

(1214) Ozzy Osbourne – Blizzard Of Ozz (1980)

De gemiddelde televsiekjker kende Ozzy Osbourne natuurlijk alleen maar als mediapersoonlijkheid in al die real life soap uitzendingen waarin hij zat. Maar de Prince of Darkness is een belangrijk man geweest in de muziekwereld. Niet alleen als persoonlijkheid maar ook als zanger van het baanbrekende werk van Black Sabbath in de metal scene. Hij was de zanger op de eerste acht studioalbums van de band, waaronder Black Sabbath, Paranoid (beide 1970) en Master of Reality (1971), voordat hij in 1979 werd ontslagen vanwege zijn problemen met alcohol en andere drugs. Later keerde hij zoals bekend weer terug naar de band. Osbourne begon een solocarriere in de jaren tachtig en nam zijn eerste soloalbum op met Randy Rhoads en Bob Daisley, met wie hij later ook Diary of a Madman (1981) opnam. Op 5 juli 2025 gaf Osbourne zijn laatste show tijdens het Back to the Beginning concert in Birmingham, nadat hij had aangekondigd dat het zijn laatste zou zijn vanwege gezondheidsproblemen. Hoewel hij van plan was door te gaan met het opnemen van muziek, stierf hij zeventien dagen later. Dit haalde zelfs het NOS Journaal. Blizzard Of Ozz is het enige album dat ik van hem heb. Wat meteen opvalt is zijn unieke en krachtige stem waarvan je wel moet houden. Kenmerkender kan het haast niet, Hij zingt soms best melodieus en ook vaak op het maniakale af, maar dan wel gecontroleerd. En het tweede dat opvalt is het gitaarwerk van Randy Rhoads (in 1982 overleden). De man strooit voortreffelijke solos uit zijn mouw. Op het hele album. Het eerste nummer dat voor het album werd geschreven was Goodbye To Romance dat gaat over zijn afscheid van Sabbath. Maar nu we weten dat hij er niet meer is kun je dit nummer ook best beschouwen als zijn afscheid van zijn hele leven. Koude rillingen krijg je ervan. Het instrumentale Dee dat maar vijftig seconden duurt, laat horen hoe goed Randy Rhoads ook klassiek gitaar kon spelen. En ook een vermelding waard is Revelation (Mother Earth), dat zo maar kan dienen als filmmuziek van zo’n sentimentele jaren zeventig film. Een van de bonus tracks is Looking At Me Looking At You met een echt verbluffende gitaarsolo van Rhoads. Opgenomen in Ridge Farm in Rusper. Uitgebracht door Epic, Legacy en Sony. R.I.P. Ozzy.

(1215) Bryan Ferry – Dylanesque (2007)

Van alle Dylan coveralbums die ik in mijn verzameling heb heeft deze misschien wel de origineelste titel: Dylanesque. Wat wellicht kan betekenen dylanachtige liedjes van Dylan zelf of muziek van artiesten die op Dylan lijken. Hoewel de covers van de man uitgevoerd door anderen zelf natuurlijk altijd dylanachtig zijn (als ze goed gedaan worden natuurlijk) zou je er ook de kwaliteit mee aan kunnen geven. Bryan Ferry die in de jaren zeventig een soort van rockgod was, die op het podium net zo opwindend en inspirerend was als Bowie met songs als Virginia Plain, Do The Strand en Love Is The Drug, al in de tijd dat lieden als Morrissey, en leden van Japan, Duran Duran, ABC, Spandau Ballet en andere bands die hoorden bij de romantic movement nog in hun luiers liepen, kwam vrij onverwacht met dit album op de proppen. Dat uitgerekend van iemand om wie het uiterlijk vertoon in maatpakken net zo belangrijk was als de inhoud. Ook al zijn die al duizenden keren eerder uitevoerd. De enige uitzondering (in mijn verzameling althans) is alleen Gates Of Eden. Maar smaakvol zijn ze wel. Simple Twist Of Fate, Make You Feel My Love, All Allong The Watchtower, Knockin’ On Heaven’s Door en The Times They Are A-Changin’ zijn vertolkingen die slechter zijn gedaan dan door Ferry. Muzikanten die op het album meespelen zijn o.a. Chris Spedding,, Guy Pratt, Paul Carrack, Brian Eno en Robin Trower. De voorkant van de CD is een foto van Anton Corbijn (pas geleden nog gehuldigd in Engeland met een prijs voor zijn hele oeuvre). En alles For Your Pleasure natuurlijk.

(1216) Laura Marling – Once I Was An Eagle (2013)

Zestien nummers staan er op dit album. Met een totale lengte van drieenzestig minuten. Misschien iets te lang om de aandacht mee vast te houden. Maar wat je er voor terug krijgt als je er goed voor gaat zitten is toch wel de moete van het beluisteren waard. Marling begon al halverwege 2011 met het werken aan de nummers van Once I Was An Eagle, nog voor de release van haar derde album, A Creature I Don’t Know. Deze nummers waren onder meer I Was An Eagle, Pray For Me en Master Hunter. Qua inhoud lijkt deze CD een centrale figuur te volgen, die boos naïviteit en liefde schuwt, Dit album is geschreven in twee stemmingen, die de basisveranderingen in emotie markeren. De eerste helft (van Take The Night Off naar Devil’s Resting Place) heeft een donkerdere, meer melancholische toon, terwijl de tweede helft (van Undine naar Saved These Words) een meer vrolijke en open toon heeft, zo niet jubelend. Marling nam het album op in tien dagen in de Three Crows Studio in Bath, Engeland. De gitaar en zang werden in een take live opgenomen. Geproduceerd door Ethan Johns (AT 1760 – Chris Stills) en uitgebracht door Virgin (AT 1760 – o.a. Mike Oldfield, XTC, Phil Collins, Peter Gabriel en Simple Minds).

(1217) Psychic Temple – IV (2017)

Chris Schlarb is een Amerikaans componist, songschrijver, producer en gitarist. Een actieve muzikant die betrokken was bij verschillende projecten. Ook als producer voor andere artiesten. In 1998 was hij medeoprichter van het vrije improvisatie-ensemble Create. En in 2009 werkte hij bijvoorbeeld samen met de Zweedse videogame-ontwikkelaar Nifflas aan een game getiteld Nightsky. Schlarb componeerde hiervoor veertig nummers met originele muziek. Maar hij is vooral bekend als de oprichter en leider van Psychic Temple. Een band die hijzelf als een soort van cultus beschouwd omdat hij overeenkomsten ziet tussen bands en sektes. Psychic Temple heeft zes studioalbums uitgebracht: Psychic Temple (2010), Psychic Temple II (2013), Psychic Temple Plays Music For Airports (2016), Psychic Temple III (2016), Psychic Temple IV (2017) en Doggie Paddlin’ Thru The Cosmic Consciousness (2024). Dit vierde album IV, het enige dat ik van deze band heb, is soms jazz achtige Californische pop waarin af en toe de geest van The Beach Boys is te horen. Een hele rits aan muzikanten zijn er op te bewonderen zoals Avi Buffalo, Tabor Allen (AT 1760 – Cherry Glazerr) en bassist Max Bennett (AT 1760 – Mel Torme) ook bekend van zijn werk met Frank Zappa (Hot Rats, Studio Tan, Chunga’s Revenge) en Joni Mitchell (Hejira en The Hissing Of Summer Lawns). Kortom een mooie zomerse plaat met een heerlijk jaren zeventig gevoel. Uitgebracht door Joyful Noise Records.

(1218) Thin Lizzy – Jailbreak (1976)

Het is alweer een tijdje geleden dat Thin Lizzy de muziekwereld op een prettige manier onveilig maakte. Van ’71 tot ’83 heeft deze band twaalf albums uitgebracht. En dat met een uniek eigen geluid. Mede te danken natuurlijk aan Phil Lynott’s zang en baswerk en aan de vele gitaristen die in de band hebben gespeeld. Op de albums waarop Scott Gorham en Brian Robertson beiden actief waren werd Thin Lizzy een waar begrip. Drummer Brian Downey, samen met Lynott het enige andere constante bandlid (Thin Lizzy heeft meerdere gitaristen in zijn gelederen gehad waaronder Gary Moore, Eric Bell, John Sykes en Snowy White), ook niet te onderschatten uiteraard. Hij schreef meerdere songs voor de band. Op Jailbreak, een interssant album dat folk met verhalende teksten met hardrock vermengd en de bas van Lynott als een gitaar laat klinken, staan allemaal lekkere vette rocknummers, met een hoge magnetische aantrekkingskracht van pure energie, dat aan je gaat kleven en je niet los laat. Je hebt constant de behoefte om mee te zingen. Jailbreak, Angel From The Coast, Running Back, Romeo And The Lonely Girl, Warriors, Fight Or Fall, Cowboy Song en Emerald zijn zowel melodisch als dreigend, geruststellend, rauw en oprecht. Het meest bekende nummer van het album is echter The Boys Are Back In Town, dat er voor zorgde dat het het eerste album was dat commercieel succes zou hebben in de VS. Uitgebracht door Vertigo.

(1219) Joan as Police Woman – Real Life (2006)

Geboren als Joan Wasser in de staat Maine en opgegroeid in Norwalk, Connecticut, brengt deze klassiek geschoolde Amerikaanse (ze speelde eerder onderandere viool bij The Dambuilders) al vanaf 2006 onder de naam Joan as Police Woman albums uit die tot de verbeelding spreken. Samen met haar bandleden Rainy Orteca en Ben Perowsky. Real Life, haar debuutalbum, was meteen al een bijzondere waarmee de lat hoog werd gelegd. Het is een avontuurlijk en hartverscheurend album en staat gedeeltelijk vol met mooie liefdesliedjes. Een paar van die nummers, zoals Feel The Light, The Ride, Flushed Chest, Save Me (Tori Amos achtig), Anyone en I Defy (geschreven en mede gezongen door Antony van Antony and the Johnsons en met een zeer krachtige piano), zijn van een prachtige verstilde schoonheid. Ze lijken je met haar bezweringen spookachtig te achtervolgen. Misschien dat je goed kunt horen dat Wasser de laatste jaren van zijn leven tot zijn dood de partner is geweest van Jeff Buckley. Dit meewegende lijkt dit daarom een perfect verklaarbaar rouwalbum te zijn geworden met waarschijnlijk veel liefdesverdriet. Met haar stem ook nog eens als een machtig wapen. Intiemer kan het haast niet. Uitgebracht door [PIAS].

(1220) The Feelies – Crazy Rhythms (1980)

Glenn Mercer, Bill Million, Dave Weckerman en Richard Reilly begonnen met elkaar samen te spelen in 1976 in Haledon, New Jersey, in een band genaamd The Outkids. Later zou deze band bekend worden als de New Yorkse underground groep The Feelies. Commercieel dan wel niet zo succesvol, had de band veel invloed op de ontwikkeling van de Amerikaanse indie rock. Na vier albums ging de band in 1992 uit elkaar, maar bracht, na in 2008 weer bij elkaar gekomen te zijn, in 2011 en 2017 alsnog twee albums uit. Als mosterd na de maaltijd. Het geluid op Crazy Rhythms, dat in 2025 nog steeds vooruitstrevend aan doet, schijnt toen een reactie geweest te zijn op de punkscene van toen. Het klinkt onmiskenbaar fris en sprankelend met een kristalhelder gitaargeluid. dat pure energie naar boven lijkt te drijven. Het album klink bovendien zeer spontaan en levert inderdaad springerige en gekke ritmes. Opvallend zijn de onherkenbare Beatles cover Everybody’s Got Something To Hide (Exept For Me And My Monkey), Fa Ce La en Loveless Love. Deze jongens waren te vergelijken met Talking Heads, klonken met hun gitaren als Robert Fripp, en waren net zo goed als The Stooges. Uitgebracht door Domino.

BACK ON TOP

Albums 1221 – 1230

(1221) Sharon Van Etten – Are We There (2014)

Are We There is het vierde studio album van de Amerikaanse uit New Jersey afkomstige Sharon Van Etten, die ikzelf altijd een beetje vergelijk met Fiona Apple, Joan as Police Woman en Cat Power. Het werd uitgebracht in 2014. Het album stond in verschillende eindejaarslijsten best hoog genoteerd. En met recht. Want het is een ontroerend en melodisch erg mooi album waarop ze met haar eerlijkheid, haar kwetsbaarheid en haar elegante benadering van de emotioneel openhartige lyriek, een aantal van haar demonen weet over te brengen. En daarmee overtuigd ze. Het indringend schrijven over de vluchtigheid van de liefde geeft je het gevoel dat je iets diepgaands met haar deelt. En mede ook muzikaal gezien door het constante mooie samenspel tussen de piano, de gitaar en de strijkers, krijg je als luisteraar een band met haar intieme vrijgevigheid. Afraid Of Nothng is ze, Break Me, Nothing Will Change, I Love You But I’m Lost en Everytime The Sun Comes Up, en daarin heeft ze gelijk. Are We There is een zelfgeproduceerd album van uitzonderlijke intimiteit, sublieme vrijgevigheid en immense diepgang. Met medewerking van Adam Granduciel (AT 1760 – The War On Drugs) en Jonathan Meiburg (AT 1760 – Shearwater). Uitgebracht door Jagjaguwar, mede geproduceerd door Stuwart Lerman en gedeeltelijk opgenomen in Electric Lady Studios in New York City.

(1222) Birth of Joy – Prisoner (2014)

Birth of Joy, een trio bestaande uit Kevin Stunnenberg, Bob Hogenelst en Gertjan Gutman, opgericht in 2005 aan de Utrechtse Herman Brood Academie, is helaas live niet meer actief. Of ze ook officieel nog bij elkaar zijn zou ik niet weten. De band speelde hun (voorlopige) laatste concert op 3 januari 2019 in Paradiso, Amsterdam, na meer dan dertienhonderd live optredens in Nederland, Europa en de VS. Het album Prisoner, de vierde studio release verscheen in 2014. Beïnvloed door psychedelica, blues en dampende rock neemt dit trio je op dit album mee terug naar de hoogtijdagen van MC5, The Doors en zelfs Pink Floyd, en dat gecombineerd met invloeden van wat korter geleden, van bands als Queens of the Stone Age en Pearl Jam. Maar ze laten weldegelijk een eigen geluid horen. En dat met een tomeloze energie die je niet kunt weerstaan. Gedreven, vet, puur en ruig. Beste nummers zijn The Sound, How It Goes, Keep Your Eyes Shut, Three Day Road en Longtime Boogie. Het album werd in november 2013 geproduceerd door Joris Wolff (o.a. De Staat, Within Temptation en Mister and Mississippi) en gemasterd door Brian Lucey (o.a. The Black Keys, Arctic Monkeys, David Lynch en Dr. John). Opgenomen in Studio The Church in Wijdenes (AT 1760 – Mister and Mississippi) en uitgebracht door Suburban Records.

(1223) Bonnie Raitt – Nick Of Time (1989)

Na bijna twintig jaar in het vak, behaalde Bonnie Raitt op haar veertigste eindelijk commercieel succes met Nick of Time, haar tiende album in haar carriere. Uitgebracht in het voorjaar van 1989, Na veel vallen en opstaan (gedropt door haar label, geen geld om muzikanten te betalen) kreeg ze eindelijk de erkenning die ze verdiende. De zangeres in het bezit van een geweldige stem en bedreven in het spelen van blues-, folk-, country-, rock- en popmuziek, kreeg op dit album de hulp van een hele serie topmuzikanten zoals Scott Thurston, Don Was, Herbie Hancock, Michael Landau, John Jorgenson, Paulinho da Costa, David Crosby en Graham Nash. Het is moeilijk om de muziek op deze CD in een bepaald hokje te plaatsen. Het is een beetje van alles wat: americana, country, pop, rock en bluesrock. Wat de reden is waarom de CD zo aantrekkelijk is. Op een bepaalde manier kun je horen dat alle nummers uiteindelijk allemaal live in de studio zijn opgenomen. Hoewel er maar twee nummers van haar eigen hand zijn, Nick Of Time en The Road’s My Middle Name, zijn alle andere nummers erg smaakvol bij elkaar gezocht. Zoals bijvoorbeeld Thing Called Love van John Hiatt, Real Man en I Will Not Be Denied van Jerry Lynn Williams en Have A Heart en Love Letter van Bonnie Hayes. Geproduceerd door Don Was. Uitgebracht dor Capitol en opgenomen in Ocean Way, Capitol Studios, Sound Recorders en in The Record Plant.

(1224) Boudewijn de Groot – Hoe Sterk is De Eenzame Fietser (1973)

Uiteraard behoort Boudewijn de Groot tot ons nationaal cultureel erfgoed. De man is behoorlijk belangrijk geweest voor de Nederlandstalige popmuziek. Samen met Lennaert Nijgh en arrangeur Bert Paige (ook verantwoordelijk voor Malle Babbe, Dag Zuster Ursula en Jan Klaassen De Trompetter voor Rob de Nijs). Laten we die niet vergeten. Lennaert Nijgh was ook een grootheid op zichzelf. De Nederlandse Bob Dylan is zeker niet de enige titel die de Groot verdiend. Elke Nederlandse soloartiest is schatplichtig aan hem. Hij is de oervader. Al die bekende nummers van de Groot (Welterusten Mijnheer De President, Tip Van De Sluier, Meisje Van 16, Het Land Van Maas En Waal, Testament, Prikkebeen, Als De Rook Om Je Hoofd Is Verdwenen, Jimmy, Tante Julia, Een Wonderkind Van 50, Avond) zijn in alle opzichten voorbeelden van muzikale poetische hoogstandjes die vergezeld gaan met die zoetgevooiste en rustgevende stem van hem. Op deze CD, Hoe Sterk Is De Eenzame Fietser uit 1973, zijn ook die minder bekende nummers prachtige muzikale miniatuurtjes. Wat Geweest Is Is Geweest, Onderweg, Het Spaarne, Kindermeidslied, Ik Zal je iets vertellen en De Kleine Schoorsteenveger, met ook nog eens hele mooie strijkersarrangementen, blijven oorstrelend mooi. Pure schoonheid waar je altijd naar kan blijven luisteren.

(1225) KC and The Sunshine Band – Part 3 (1976)

KC and The Sunshine Band maakte vroeger geweldige muziek. Het is moeilijk stil te blijven zitten op deze disco uit de jaren zeventig. De band die zijn naam dankte aan de achternaam van leadzanger Harry Wayne Casey en aan de thuisstaat Florida, de Sunshine State, was toen vrij succesvol. Casey die (zag hij er vroeger nog uit als Ashton Kutcher van That ’70s Show, tegenwoordig lijkt hij meer op Jason Momoa) samen met bassist Richard Finch voor dit top amusement verantwoordelijk was, had de gave om opzwepende funk met disco te combineren. De groep had vijf nummer een singles in de Billboard Hot 100: vier in de jaren zeventig en een in de jaren tachtig. Tracks als Get Down Tonight, That’s The Way (I Like It), (Shake, Shake, Shake) Shake Your Booty (waaraan Frank Zappa later in 1979 de naam van zijn album Sheik Yerbouti zou ontlenen), I’m Your Boogie Man, Keep It Comin’ Love, Boogie Shoes, Please Don’t Go en Give It Up, waren in die tijd in de discotheken erg populair. Het album Part 3 uit 1976 leverde twee nummer een singles op. Een andere hit, Keep It Comin’ Love (1977), piekte op nummer twee in de VS. Het onbetwiste hoogtepunt van dit album is wat mij betreft I’m Your Boogie Man, een van de allerbeste disco en funk nummers die ik ken. Die blazers swingen de pan uit. De vrolijkheid, de lol die de bandleden uitstralen, maakt van dit nummer geweldige feestmuziek (ja uiteraard door de kracht van het herhalen). Kijk naar die video van dit nummer en je bent meteen verkocht.

(1226) John Denver – Poems, Prayers & Promises (1971)

Diep van binnen heb ik altijd een zwak gehad voor John Denver, die in 1997 overleed door een vliegtuigongeluk. Als er iemand was die altijd zo mooi kon zingen over zijn liefde voor de Americaanse natuur, dan was hij het wel. Al die hits van hem, Annie’s Song, Calypso, Rocky Mountain High, Thank God I’m A Country Boy en Take Me Home Country Roads zijn bekend bij heel veel mensen. Hij was een zeer geliefd artiest. En vooral ook van die uptempo songs wordt je nog altijd vrolijk. Het album Poems, Prayers & Promises was zijn commerciele doorbraak. Er staan een paar prachtige nummers op, waaronder een paar covers zoals Let It Be, Junk (Paul McCartney) dat net zo liefelijk klinkt als van de oorspronkelijke schrijver zelf, en Fire And Rain van James Taylor. Denver maakt van dit nummer haast een perfecte kopie. Natuurlijk klinken al deze tracks erg zoetzappig, maar als je daar vattelijk voor bent kun je daar veel troost uithalen. En dat is belangrijk. De muziek komt recht uit zijn hart en is zeer oprecht. Het afsluitende The Box is een voorgedragen gedicht, en dat doet hij best innemend. Een paar andere hoogtepunten van het album zijn Poems Prayers & Promises, My Sweet Lady, Sunshine On My Shoulders, Gospel Changes en natuurlijk Take Me Home Country Roads. Hoewel Denver zelf ook een verdienstelijke gitaarspeler was, wordt hij begeleid door twee andere gitaristen waaronder Eric Weissberg, bekend van zijn banjosolo in Dueling Banjos, het themanummer van de film Deliverance.

(1227) Lewsberg – Lewsberg (2018)

Het Rotterdamse Lewsberg, vernoemd naar de Nederlandse schrijver en dichter Robert Antonius Loesberg (bekend van zijn proza debuut Enige Defecten uit 1974), bracht in 2018 dit debuut uit. Een album met een sterk literair karakter. De band rondom Arie van Vliet, Shalita Dietrich, Michiel Klein en Joris Frowein, laat daarmee horen dat hun liefde voor muziek met taal gepaard gaat: met schrijvers, literatuur en met kunstenaars in het algemeen. Op het eerste nummer Vaan bijvoorbeeld is de stem van C.B. Vaandrager te horen en op The Smile de stem van Frans Vogel: twee Rotterdamse schrijvers en dichters waarbij klaarblijkelijk verbondenheid mee gevoeld wordt. De muziek op sommige nummers doet soms denken aan The Presidents Of The United States Of America, maar ook aan The Velvet Underground en Talking Heads. Het nummer Non-Fiction Writer lijkt overeenkomsten te hebben met The Book I Read van The Heads. Op het laatste nummer, Vicar’s Cross pt. 2, gezongen door Shalita Dietrich, klinkt de zangeres als Nico, en van Vliet in meerdere nummers vaak half pratend en half zingend als Lou Reed. De muziek klinkt vrij eenvoudig en is repetitief, en lijkt achteloos gemaakt te zijn zonder veel franje. De focus ligt op het ritme maar ook op de melodie. met scherpzinnige melancholische humor. En dat maakt deze muziek verslavend. Lewsberg is een geweldige gitaarplaat die niet snel verveelt.

(1228) Cafe Tacvba – Cuatro Caminos (2003)

Ontleende de naam aan een koffieshop (El Cafe de Tacuba dat werd geopend in 1912) gelegen in het centrum van Mexico-Stad, maar veranderde dat in Cafe Tacvba (met een v dus inplaats van een u) om juridische problemen te voorkomen. De twee oprichters van de band, zanger Ruben Albarran en gitarist Jose Alfredo Rangel ontmoetten elkaar tijdens hun studie grafische vormgeving aan de Metropolitan Autonomous Universiteit in Mexico-Stad. Rangel’s broer, Enrique, voltooide de line-up van de band in 1989. Cafe Tacvba werd voornamelijk beïnvloed door alternatieve rockbands uit de jaren tachtig, zoals The CureThe ClashThe Smiths en Violent Femmes. De groep experimenteerde met veel verschillende muziekstijlen, van punk en ska tot elektronica en hip hop, tot regionale Mexicaanse invloeden zoals de norteno, de bolero en de ranchera. Cuatro Caminos, uitgebracht in juni 2003, en met een heel andere bezetting dan in het begin (met Elfego Buendia, Emmanuel del Real, Joselo Rangel en Quique Rangel), kende een behoorlijk commercieel succes. Het album won ermee een aantal Grammy’s. Samen met de band geproduceerd door Dave Fridman (AT 1760 – MGMT), Andrew Weiss en de Argentijn Gustavo Santaolalla (AT 1760 – Maldita Vecindad, Bersuit Vergabarat, Molotov).

(1229) Visage – Visage (1980)

Kwam in hetzelfde jaar uit als Vienna van Ultravox, maar deze vind ik net iets beter. Visage, een Britse new wave band uit Londen, is vooral bekend van de single Fade To Grey (vind ik ook net iets leuker dan de single Vienna), Ondersteund door de Luxemburgse zangeres Brigitte Arendt, destijds een vriendin van een van de bandleden, die met haar hijgerige stem een flink aandeel heeft in de aantrekkelijkheid van het nummer. Door het pulserende geluid van de synthesizers is dit een van de mooiste synth pop songs van de jaren tachtig. Het zou het volkslied van deze bizar uitgedoste Blitz Kids worden. Visage ook opgericht door Midge Ure, had verschillende hitsingles, waarvan deze de grootste was. Door de jaren heen was Steve Strange tijdens de vele bezettingswisselingen echter de belangrijkste man van de band. Hij is als lead zanger op al de vijf de albums terug te vinden, tot en met de laatste release Demons To Diamond uit 2015, verschenen negen maanden na zijn dood. Op deze CD is naast Ure ook Billy Curry nog te horen die op drie Visage albums actief was. Als de nieuwe romantici van de jaren tachtig hebben ze met hun muziek een erfenis achtergelaten die hun kostuums en make-up zeker overstijgt. Mede geproduceerd door Martin Rushent (AT 1760 – The Stranglers, The Human League, Buzzcocks). Uitgebracht door Polydor.

(1230) Ultravox – Vienna (1980)

Ultravox was een Britse synth pop, New Romantic en new wave band, uit de jaren tachtig, opgericht in 1974 als Tiger Lily. Van 1974 tot 1979 was zanger John Foxx de frontman en de belangrijkste drijvende kracht er achter. Foxx verliet de band echter in 1979 om een solocarriere te beginnen. Midge Ure nam het toen als gitarist en leadzanger van hem over nadat hij samen met toetsenist Billy Currie eerder nog aan het studioproject Visage had gewerkt. Ure blies de band nieuw leven in en maakte er een commercieel succes van dat duurde tot 1987. Muzikaal gezien werd Ultravox sterk beinvloed door Roxy Music, The New York DollsDavid Bowie en Kraftwerk. Dit album uit 1980 zou de meest succesvolle release van de band worden. Met de nadruk op de bas en synthesizers en met een extra kwaliteit dat je het gevoel krijgt in een soort van nachtmerrie beland te zijn waarin een claustrofobische sfeer wordt gecreerd: confronterend en benauwend. Van het album werden vijf singles uitgebracht. Sleepwalk, Passing Strangers, New Europeans en All Stood Still. De meest succesvolle was echter Vienna. De onderscheidende video (geinspireerd door Carol Reed’s film The Third Man uit 1949), is een van de meest iconische van de jaren tachtig. Geproduceerd door de band zelf samen met Conny Plank (AT 1760 – Neu!, Ash Ra Tempel).

BACK ON TOP

Albums 1231 – 1240

(1231) Godley & Creme – Freeze Frame (1979)

Freeze Frame, niet te verwarren met dat album van The J. Geils Band met dezelfde albumtitel uit 1981 in mijn 1760 lijst, is een album uit 1979. Het bekendste nummer hierop is An Englishman In New York (ook weer niet te verwarren met dat nummer van Sting van zijn album Nothing Like The Sun). Afkomstig uit 10cc, waarmee ze met Eric Stewart en Graham Gouldman vier albums opnamen en groot succes in de hitlijsten hadden, met name met hun single I’m Not In Love, begonnen Kevin Godley en Lol Creme alleen als duo muziek te gaan maken. Samen brachten ze tot en met 1988 zeven albums uit. Freeze Frame was het derde. Het is een mooi voorbeeld van art rock. Veel emotie hoef je er echter niet op te zoeken. Het album doet zeer klinisch aan. Maar met het gemis van kwaliteit heeft dat niets te naken, want dit is zeer goed geproduceerde en intelligente muziek. De heren waren echte songsmeden, en misschien nog wel creatiever dan in hun tijd met 10cc. Op gitaar is Phil Manzanera van Roxy Music op een paar nummers te horen. En Paul McCartney droeg achtergrondzang bij aan het nummer Get Well Soon, een nummer dat een ode is aan Radio Luxemburg (wat Van Morrison met zijn nummer In The Days Before Rock ‘n’ Roll ook al deed). Het duo ging eind jaren tachtig uit elkaar, maar hebben verder grote invloed gehad op popmuziek in het algemeen. Beiden zijn betrokken geweest bij talloze muziekvideo’s, zoals die van The Police (Every Breath You Take), Duran Duran (Girls On Film), Herbie Hancock (Rockit), Go West (We Close Our Eyes), Peter Gabriel en Kate Bush (Don’t Give Up), Sting (If You Love Somebody Set Them Free), George Harrison (When We Was Fab), Lou Reed (No Money Down), Yes (Leave It) en ook die van The Beatles (Real Love).

(1232) Jess Williamson – Cosmic Wink (2018)

Cosmic Wink van Jess Williamson verscheen in 2018. Het was haar derde studioalbum. Wie van indie folk houdt komt hiermee zeker aan zijn trekken. Het album lijkt een mystieke echo uit het verleden te zijn. Vakkundig, intens en oprecht gemaakt. De drie singles die ervan zijn verschenen,. I See The White, White Bird en Thunder Song, staan model voor het hele album dat geen zwakke momenten kent. Williamson, geboren in Texas maar woonachtig in Los Angeles waar ze ten tijde van dit album verbleef, doet door haar stem denken aan Patti Smith en PJ Harvey. De verhuizing naar Los Angeles had blijkbaar grote invloed op haar muziek. Geinspireerd door een nieuwe omgeving schreef ze al deze liedjes, die het jaar daarop werden opgenomen in Dripping Springs, Texas. Haar indringende manier van zingen over verandering en onzekerheid, als een soort van boodschap over het nemen van risico’s, is bezwerend. Haar psychedelische benadering en haar intimiteit zonder emotionele beperkingen, is zowel krachtig als kwetsbaar. En dat maakt het opwindend. Het geeft je een jaren zestig en zeventig gevoel. Het doet je verlangen naar een wereld die eigenlijk alleen van haar is. Uitgebracht door Mexican Summer.

(1233) The Kentucky Colonels – 1966 (1979)

Muzikaal gezien was The Kentucky Colonels (The Honorable Order of Kentucky Colonels is een liefdadigheidsorganisatie die zich bezighoudt met collectieve filantropie voor Kentuckianen) een bluegrass band die populair was tijdens de heropleving van de Amerikaanse folkscene in de vroege jaren zestig. Opgericht in Burbank, Californie in 1954, bracht de groep twee albums uit, The New Sound of Bluegrass America (1963) en Appalachian Swing! (1964). De band bestond o.a. uit de invloedrijke bluegrass gitarist Clarence White, die later lid zou worden van The Byrds. The Kentucky Colonels ging eind 1965 uit elkaar, met twee kortstondige reunies in 1966 en 1973. De line-up uit 1966 van de band gaf sporadisch concertoptredens en nam ook een reeks demo’s op die uiteindelijk in 1979 werden uitgebracht op het archiefalbum Kentucky Colonels 1966. Dit album, met maar eenentwintig minuten aan speeltijd, bevat sublieme bluegrass. Met Bob Worford op banjo, Clarence White en Dennis Morris op gitaar, Eric White op bas, Bobby Crane op viool en Roland White op mandoline, welke laatste samen met twee van de White broers de zangpartijen voor hun rekening nemen: I Am A Pilgrim en Lonely Heart Blues. Er staan in feite maar twee KC nummers op die voor dit album verscheen tot hun reguliere repertoir behoorden. De andere nummers zijn traditionals en covers, zoals Earls Breakdown van Earl Scruggs, One Tear van Judy Osborn en The Fugitive van L&C Anderson. Het album is o.a geengineerd door drummer Russ Kunkel (AT 1760 – Joni Mitchell, Jackson Browne, Neil Young & Crazy Horse, Warren Zevon, Gene Clark, Carole King, James Taylor, Crosby & Nash).

(1234) Moses Wiggins – Toubadour (2004)

De oorsprong van dit album is terug te herleiden naar het debuut van Moses Wiggins, Box Of Tricks, de enige andere CD van de band, dat een versie bevat van When Did You Leave Heaven dat Dylan zelf had gecoverd op zijn album Down In The Groove uit 1988. Met dit album, Troubadour uit 2004, vonden de bandleden zich genoodzaakt om dan maar een hele CD te wijden aan Dylan. Moses Wiggins dat op dit album bestaat uit een grote groep muzikanten (Nick John, Keith Thomas, David Pickering Pick, Sam Pickering Pick, Alleyn Menzies, Lee Burrows, en nog een aantal meer) laten deze Dylan covers op een best wel gevarieerde manier aan ons horen. Van folk-blues als Pretty Peggy-O tot de rechttoe rechtaan rock van Groom’s Still Waiting At The Altar en Tweeter And The Monkey Man (Traveling Wilburys). Zijn er meeslepende ballads als If You See Her, Say Hello en Time Passes Slowly op te beluisteren. En zijn er speelse bewerkingen van Baby Let Me Follow You Down, Knockin’ On Heaven’s Door, Sweetheart Like You en Like A Rolling Stone op te horen. De band wordt ook nog eens vergezeld door een aantal gastartiesten. Door Phil Beer (Show Of Hands) op maar liefst vijf nummers op gitaar, viool en mandoline, door zangeres Gwyneth Keen van de folkband Celtish op You’re A Big Girl Now en Time Passes Slowly, en door gitarist Paul Downes van o.a. Arizona Smoke Revue die een bekwame en individuele kijk op Girl From The North Country geeft. De Engelse keltische harpspeelster Claire Hamilton die met een tweede versie van You’re A Big Girl Now deze CD afsluit maakt deze CD nog eens meer de moeite waard. Uitgebracht door Brambus Records.

(1235) George Michael – Faith (1987)

Michael werd natuurlijk beroemd als de wederhelft van Wham! Samen met Andrew Ridgeley. Hij heeft in zijn leven vijf studioalbums uitgebracht. Inmiddels wordt hij beschouwd als een pop-icoon en is een van de best verkopende artiesten aller tijden. In 2023 werd hij postuum (hij overleed in 2026) opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame. Zijn carriere ging pas goed van start als soloartiest. Met zijn debuutalbum Faith won hij een Grammy Award voor Album van het Jaar en is een van de best verkochte albums allertijden. Het wordt tevens gezien als een van de beste popalbums van de jaren tachtig. De vier singles, Faith, Father Figure, One More Try en Monkey, bereikten allemaal de nummer een positie in de VS. De eerste single, I Want Your Sex, werd door veel radiostations in het VK en de VS echter aanvankelijk verboden vanwege de seksueel suggestieve tekst. De tweede single, Faith, een nummer over hoop en optimisme, welke video me altijd aan Crazy Little Thing Called Love van Queen doet denken, werd een van zijn meest populaire nummers. Van dit album vind ik niet alles even geweldig. Een paar uitzonderingen zijn echter Hard Day, met een lekker basloopje, One More Try, Hand To Mouth, Kissing A Fool en Father Figure, een gospel soul nummer. Maar een remix van Hard Day (een bonus track op de CD die ik heb) is ronduit verschrikkelijk. Gedeeltelijk opgenomen in Sarm West (At 1760 – Nick Cave & The Bad Seeds). En door Michael zelf geproduceerd. Uitgebracht door Epic.

(1236) Terence Trent D’Arby – Introducing The Hardline According To Terence Trent D’Arby (1987)

Er zijn in het rijke verleden van de popmuziek altijd artiesten geweest die geboren zijn als eendagsvliegen. Terence Trent D’Arby hoorde daar misschien niet bij (hij heeft meerdere albums uitgebracht, ook onder een andere naam) maar het scheelt niet veel. Vanuit het niets was hij daar opeens. Zijn debuut heeft hij in ieder geval nooit kunnen overtreffen. Dit album uit 1987 was erg populair. Meerdere singles (Wishing Well, Sign Your Name, If You Let me Stay en Dance Little Sister) hebben toen ook dankzij die videoclips de hitparades gehaald. Zijn verschijning ging gepaard met heel veel flair. Hij was the talk of the town, de nieuwe Prince en de nieuwe Michael Jackson. Letterlijk. iedereen had het over hem. En ik was zelf toen ook een fan. Maar roem is nooit voor iedereen eeuwigdurend. Zijn tweede album Neither Fish Nor flesh, was het tegenovergestelde. Het was een commerciele flop dat niemand begreep. Te experimenteel waarmee hij zijn publiek verloor. Vanaf toen had niemand het meer over hem (als je er tegenwoordig naar luisterd blijkt het gewoon goeie muziek te zijn). En hij is nog steeds actief. In 2024 verscheen zijn negende album onder zijn nieuwe en ook alweer oude naam Sananda Maitreya: The Pegasus Project: Pegasus & The Swan. Misschien is hij nu na al die jaren inderdaad de nieuwe Prince geworden. Net zo eigenzinnig maar helaas niet zo populair. Uitgebracht door Columbia Records

(1237) Eddie Vedder – Into The Wild (2007)

Into The Wild is een soundtrack album van Eddie Vedder, de zanger van Pearl Jam (ja die zijn nog steeds bij elkaar). Het album is zijn officiele solo debuut, nadat hij eerder met een paar nummers ook al bijgedragen had aan twee andere soundtracks voor de films Dead Man Walking en I Am Sam. Into the Wild, een Amerikaanse biografische film uit 2007 onder regie van Sean Penn, is een bewerking van het gelijknamige non-fictieboek uit 1996, geschreven door Jon Krakauer en vertelt het waargebeurde verhaal van Christopher McCandless, een man die in het begin van de jaren negentig door Noord-Amerika de wildernis van Alaska in trok. Zondermeer heeft Vedder met zijn muziek een toegevoegde waarde aan deze film gegeven. Hoewel het album ook zonder die film goed beluisterd kan worden, moet je wel de film gezien hebben om er achter te komen dat de muziek goed aansluit bij het verhaal. De sfeer en de emoties die de film oproept weet Vedder goed te vangen. En dat maakt het wat mij betreft tot een interessant album. Vedder die alle instrumenten zelf bespeeld, wordt alleen op twee nummers begeleid door Jerry Hannan op zijn eigen nummer Society en door Corin Tucjer (Sleater-Kinney) op het nummer Hard Sun (een cover van Gordon Peterson). Vedder werkte aan dit album samen met producer Adam Kasper, die eerder al had gewerkt aan de Pearl Jam albums Riot Act uit 2002 en Pearl Jam uit 2006.

(1238) Sagittarius – Present Tense (1968)

Sagittarius was een Amerikaanse sunshine pop studiogroep opgericht in 1967, bedacht door producer en songschrijver Gary Usher. Dit album, Present Tense, kwam net als Begin van The Millennium uit in 1968. Opgenomen in feite als een soloalbum in zijn eigen vrije tijd in de avonduren, maar uitgebracht als een fictieve band met allemaal sessiemuzikanten (Lee Mallory, Joey Stec, Michael Fennelly, Doug Rhodes, Sandy Salisbury, Ron Edgar). Usher was al sinds het begin van de jaren zestig actief als songschrijver (inclusief met het schrijven van teksten voor enkele van de vroegste nummers van The Beach Boys), en ging al snel met productiewerk aan de slag. Het grootste deel van het werk aan Present Tense werd gedaan in samenwerking met Curt Boettcher (The Millennium). Hij was zo onder de indruk van Boettcher’s talenten dat hij hem gedurende het hele album gebruikte als songschrijver. Zeven van de elf nummers van dit album zijn dan ook geschreven door hem. Het is een van de mooist geproduceerde albums die er bestaan. Echt top notch. Nummers die er uitspringen zijn My World Fell Down, Musty Dusty, Hotel Indiscreet, I’m Not Living Here en The Keeper Of The Games. My World Fell Down met die prachtige zangpartijen zou zomaar door The Beach Boys opgenomen kunnen zijn. Op dit nummer zijn een aantal leden van The Wrecking Crew te horen zoals Hal Blaine, Terry Melcher, Glen Campbell en ook Bruce Johnston van The Beach Boys zelf. Het heeft haast dezelfde kwaliteit. In 1997 werd dit album op CD opnieuw uitgebracht met negen bonustracks. Twee hiervan zijn de originele singleversies van My World Fell Down en Hotel Indiscreet, evenals een nummer van The Ballroom, een nummer van Sandy Salisbury en een instrumentaal nummer dat ook werd opgenomen door Chad & Jeremy.

(1239) The Millennium – Begin (1968)

Grote man achter deze pop band was zanger, songschrijver, arrangeur, muzikant en producer Curt Buttcher. Hij was een spilfiguur in wat nu sunshine pop wordt genoemd, een stijl die bekend staat om zijn invloed van psychedelica met rijke harmonieuze zang en weelderige orkestraties. Buttcher werkte onderandere samen met andere bands in dit genre als The Ballroom, The AssociationSagittarius en Paul Revere and the Raiders, en deed verschillende pogingen om soloalbums op te nemen, waarvan er maar een tijdens zijn leven werd uitgebracht. In het midden van de jaren zeventig verzorgde Boettcher ook nog de achtergrondzang op een aantal opnames van Elton John, waaronder Don’t Go Breaking My Heart, een duet dat John opnam met Kiki Dee. In 1987 overleed hij. Begin is het enige studioalbum van deze groep The Millennium, uitgebracht in juli 1968. Het was het tweede album van dat jaar dat gebruik maakte van zestien-track opnametechnologie, na Simon & Garfunkel’s album Bookends. Vanwege de complexe opnames en de lange studiotijd werd het in 1968 het duurste studioalbum dat werd opgenomen. Voorafgaand aan de release van Begin werd It’s You, ondersteund door I Just Want To Be Your Friend, uitgebracht als de eerste single. Het album werd beschreven als een commerciele ramp en slaagde er niet in om in de hitlijsten te komen in het Verenigd Koninkrijk of de Verenigde Staten. Dit leidde ertoe dat de groep geen vervolgplaten opnam. Voordat ze uit elkaar gingen, bracht de groep nog een tweede single uit Just About The Same, en verschillende nummers werden later uitgebracht op compilatiealbums. Na de release creeerde Boettcher Together Records om meer artistieke vrijheid te krijgen.

(1240) Eddy Arnold – Wandrin’ (1955)

In de jaren vijftig van de vorige eeuw werd prachtige muziek gemaakt. Dat bewijst deze CD van Eddy Arnold wel uit 1955, Richard Edward Arnold was een Amerikaans country zanger. Hij was een Nashville sound vernieuwer van de late jaren vijftig. Hij verkocht meer dan 85 miljoen platen. Als lid van de Grand Ole Opry (begin 1943) en de Country Music Hall of Fame (begin 1966), stond Arnold in 2003 op de tweeentwintigste plaats op de lijst van Country Music Television’s The 40 Greatest Men of Country Music. In 1944 tekende Arnold een contract met RCA Victor en met kolonel Tom Parker, die later Elvis Presley zou managen. Wanderin’ uit 1955 (oorspronkelijk in dat jaar uitgebracht als Wandrin’ With Eddy Arnold) gestoken in een traditioneel country jasje, bevat fraai verzorgde nummers uit een kluis uit een ver en rijk verleden. Arnold die zes decenia heeft opgetreden, deed met deze CD een poging om pop, folk en country met zijn tedere en zachtaardige en ontroerende bariton stem in elkaar te vermengen. Begeleid met ingetogen akoestische-, steelgitaren en strijkers, doet dit denken aan die cowboy films van vroeger met Gary Cooper, Rock Hudson, Dean Martin en John Wayne. Denkbeeldig zingt Arnold bij een kampvuur op een eenzame prairie linkse folksongs. Sometimes I Feel Like A Motherless Child met zijn prachtige snikkende croonende stem is ontroerend in al zijn eenvoud. Wanderin’, The Rovin’ Gambler, The Lonesome Road, Barbara Allen, On Top Of Old Smokey en The Wayfaring Stranger zijn allemaal mooie staaltjes van folk en country muziek. Oorspronkelijk uitgebracht door RCA Victor, maar deze die ik heb uit 2006 door IMG Music.

BACK ON TOP

Albums 1241 – 1250

(1241) Billy Joe Shaver – Salt Of The Earth (1987)

Billy Joe Shaver, overleden in 2020, was een prominent figuur in het outlaw country genre. Hij werd geboren in Corsicana, Texas, en opgevoed door zijn moeder. Zijn leven was op z’m minst gezegd interessant. Nadat hij was gestopt met school, om zijn ooms te helpen katoen te plukken, trad hij op zijn zeventiende verjaardag toe tot de Amerikaanse marine. [Na zijn ontslag had hij een reeks uitzichtloze baantjes, waaronder als rodeo-clown. Om de eindjes aan elkaar te knopen nam hij een baan aan bij een houtzagerij waar hij het grootste deel van twee vingers verloor en een ernstige infectie opliep. In Nashville, waar hij liftend terecht kwam, vond hij een baan als songschrijver voor vijftig dollar per week. Zijn werk kwam onder de aandacht van Waylon Jennings, die zijn album Honky Tonk Heroes bijna volledig vulde met Shaver’s liedjes. Andere artiesten, waaronder Elvis Presley en Kris Kristofferson, begonnen de muziek van Shaver ook op te nemen. Dit leidde ertoe dat hij zijn eigen platencontract kreeg. Hij heeft nooit brede erkenning kunnen krijgen als zanger. Maar op zijn platen werd hij regelmatig vergezeld door andere grote rock- en countrymuzikanten zoals Willie NelsonNanci Griffith, Chuck Leavell, Dickey Betts, Charlie Daniels, Flaco Jimenez en Al Kooper. Later in zijn leven diende hij nog als spiritueel adviseur van de onafhankelijke gouverneurskandidaat van Texas, Kinky FriedmanBob Dylan, die hem ook bewonderde,  noemde Shaver in zijn nummer I Feel a Change Comin’ On op het album Together Through Life (2009). In 2006 werd Shaver opgenomen in de Texas Country Music Hall of Fame.

(1242) Simphiwe Dana – The One Love Movement On Bantu Biko Sreet (2007)

Net als Sibongile Khumalo (AT – 1760) een mooi voorbeeld van jazz uit Zuid-Afrika. Maar deze van Simphiwe Dana vind ik net iets smaakvoller. Met wat meer diepte in de arrangementen en in haar stem dan die van Khumalo. Dana, geboren in Butterworth en opgegroeid in Lusikisiki in Transkei, wiens carriere op tweeentwintigjarige leeftijd begon in 2002, die wordt vergeleken met zangeressen als Miriam Makeba en Dorothy Masuka, zingt een kunstzinnige muziekvorm die traditionele Afrikaanse muziek vermengt met hedendaagse gospel, blues, jazz en soul. Haar debuutalbum, Zandisile (2004), was een commercieel succes. In 2005 won ze met dit album de prijs voor Beste Nieuwkomer en het beste Jazz Vocal album bij de elfde South African Music Awards. In 2007 werd ze uitgeroepen tot beste Female Artist met het nummer On Bantu Biko Street tijdens de dertiende South African Music Awards. Op The One Movement On Banto Biko Street, haar album uit 2007, doen iets van achttien muzikanten mee met verschillende instrumenten (bas, bassoon, cello, klarinet, fluit, gitaar, harp, oboe, piano, saxofoon, viool, trompet, trombone) inclusief met mooie achtergrondkoortjes en dit geeft een zeer rijk geluid. In het boekje van de CD staan de teksten ook afgedrukt in het Engels. Het album doet sterk denken aan Graceland van Paul Simon, maar dan jazzier en natuurlijk met de mooie stem van deze zangeres.

(1243) Real Estate – Atlas (2014)

Atlas is het derde studioalbum van de Amerikaanse indie rock band Real Estate, uitgebracht in 2014. Het was hun eerste album opgenomen met drummer Jackson Pollis en toetsenist Matt Kallman, en het laatste met de leadgitarist en stichtend lid Matt Mondanile. De band heeft zes studioalbums uitgebracht: Real Estate (2009), Days (2011), Atlas (2014), In Mind (2017), The Main Thing (2020) en Daniel (2024). Atlas, waarop een van de singles Talking Backwards is te horen, heeft een grote aantrekkingskracht. De zwoele gitaarklanken bieden een heerlijk troosteloos decor van onverbiddelijkheid en bitterzoete lichtvoetigheid. Ze zijn heerlijk om bij weg te zwijmelen. De muziek komt van een stelletje muzikanten die op een feest onverstoorbaar blijven doorspelen. Het is een mooi voorbeeld van zomerze gitaarpop geschikt voor een feest in een zwembad of op het strand. Toch klinkt het heus niet allemaal vrolijk en is het ook niet meteen echte feestmuziek. Maar het geeft wel een gevoel van melancholie met die jangly ingetogen ritmegitaren en die zachte, gemoedelijke zang, dat je over de streep trekt om dit een geweldige plaat te vinden. Vergelijkingen met andere jangle pop bands The Feelies, The Smiths, The Wedding Present en Aztec Camera gaan zeker op. Het album werd opgenomen in The Loft in Chicago en in de Magic Shop in New York City (AT 1760 – Cibo Matto, Arcade Fire, The Gaslight Anthem). Geproduceerd door Tom Schick (AT 1760 – Wilco), de huistechnicus van The Loft. Uitgebracht door Domino Records.

(1244) Local Natives – Hummingbird (2013)

Local Natives is een Amerikaanse indie rock band opgericht in Orange County, Californië met als thuisbasis Los Angeles. De band is nog steeds actief. In 2024 verscheen hun zesde album But I’ll Wait Or You. In 2001 vormden Taylor Rice en Ryan Hahn, die elkaar van de middelbare school kenden, de groep Cavil at Rest, waarvan de naam in de zomer van 2008 werd veranderd in Local Natives, en begon het te werken aan hun debuutalbum. De band begon de aandacht van de muziekpers te trekken na het spelen van negen shows op het SXSW-festival 2009 in Austin, Texas, waardoor ze een aantal gunstige recensies kregen. Hun tweede studioalbum, Hummingbird (2013), werd geproduceerd door Aaron Dessner (The National) bij hem thuis in zijn woning, waarvan de teksten werden beinvloed door het vertrek van de andere oprichter van de band Andy Hamm en de recente dood van de moeder van Kelcey Ayer, de zanger en toetsenist, Bryce Dessner, zijn broer, en ook van The National, schreef de arrangementen voor een aantal nummers van de CD. Heavy Feet, Breakers en Wooly Mammoth, waarvan de eerste twee zijn uitgebracht als single, zijn mede door Aaron Dessner geschreven.

(1245) Charlotte Gainsbourg – IRM (2009)

Charlotte Gainsbourg is een Britse en Franse zangeres en actrice. Ze is de dochter van Jane Birkin en  Serge Gainsbourg. Gainsbourg werd in Londen geboren op het hoogtepunt van de roem van haar ouders, die drie jaar voor haar ter wereld koming de krantenkoppen hadden gehaald met het seksueel expliciete nummer Je T’aime… Moi Non Plus. Nadat ze op twaalfjarige leeftijd haar muzikale debuut met haar vader gemaakt had met het nummer Lemon Incest, gingen meer dan twintig jaar voorbij voordat ze zelf als volwassene albums met commercieel succes uit ging brengen. Als actrice verscheen ze o.a. als Claire in de door Todd Haynes geregisseerde biografische film over Bob Dylan: I’m Not There. IRM is het derde studioalbum van haar. Alle nummers zijn geschreven en geproduceerd door Beck, behalve Le Chat Du Cafe Des Artistes , dat geschreven is door Jean-Pierre Ferland. De titel van het album verwijst naar de Franse afkorting van l’imagerie par resonance magnetique nadat ze daar een keer in had gelegen na een waterski ongeluk. Het titelnummer gebruikt ook een sample van een MRI machine als een instrument, vergelijkbaar met een gitaarsolo. IRM is een aanvaardbaar pop album met leuke deuntjes soms gezongen in het Engels en soms in het Frans. De stem van Gainsbourg houd het tussen het zingen, hijgen en fluisteren in en dat klinkt zwoel aantrekkelijk. Het nummer Heaven Can Wait is een duet samen met Beck, waarvan de videoclip werd geregisseerd door Keith Schofield. Het album werd grotendeels opgenomen in de thuisstudio van de Amerikaan in Los Angeles.  Uitgebracht door Because Music.