Checker Records is een opgeheven platenlabel dat in 1952 door de broers Leonard en Phil Chess werd opgericht als een dochteronderneming van Chess Records in Chicago, Illinois, die het label runden totdat ze het in 1969 verkochten aan General Recorded Tape (GRT), kort voor Leonard Chess dood. Het label bracht opnames uit van voornamelijk Afro-Amerikaanse groepen en artiesten. Checkers uitgaven bestreken een breed scala aan genres, waaronder blues, rhythm and blues, doo-wop, gospel, rock ’n roll en soul. De eerste 45/78 toeren-single die door het label werd uitgebracht was Slow Caboose van Sax Mallard and his Orchestra. De populairste artiest van het label in de beginjaren was echter Little Walter, die tien nummers uitbracht die de Top Tien van Billboard Magazine Top Rhythm & Blues Records hitlijsten haalden. Op 2 maart 1955 namen de Chess broers met Bo Diddley hun eerste rock ’n roll artiest op, die de R&B hitlijsten ook met verschillende nummers aanvoerde. In 1957 brak Checker de rockabilly markt binnen met Dale Hawkins, die een hit had met Susie Q, Ook bracht Checker verschillende singles uit van gevestigde blues artiesten zoals Elmore James, Arthur “Big Boy” Crudup en Memphis Minnie, maar geen van deze verkocht goed. Een gevestigde blues artiest die wel een hit wist te scoren met Checker was Sonny Boy Williamson (II), die in 1955 in de hitlijsten stond met Don’t Start Me Talkin’, Keep It To Yourself in 1956 en Help Me in 1963. Het label werd in 1971 opgeheven. De catalogus is nu eigendom van de Universal Music Group en wordt uitgebracht door Geffen Records en Chess.
Albums van artiesten in mijn 1760 lijst die door Checker zijn uitgebracht:
- (20) Little Walter – The Best Of Little Walter
- (78) Bo Diddley – Bo Diddley
- (181) Sonny Boy Williamson (II) – Down And Out Blues


