James Beck Gordon, geboren in 1945, was onderandere de drummer van Derek and the Dominos, op het enige album van de band Layla And Other Assorted Love Songs. Hij was in Los Angeles een van de meest gevraagde sessiemuzikanten van de jaren zeventig. Zijn geschiedenis is tegelijkertijd tragisch als verschrikkelijk. Op 3 juni 1983, in een psychotische toestand vermoordde Gordon zijn eenenzeventigjarige moeder met een hamer en stak haar vervolgens met een slagersmes dodelijk neer, bewerend dat een stem hem vertelde dat hij haar moest vermoorden. Gordon begon stemmen te horen (inclusief die van zijn moeder) die hem dwongen zichzelf uit te hongeren, niet meer te slapen, niet meer te ontspannen en niet meer te drummen. Zijn artsen stelden een verkeerde diagnose (die in zijn latere leven in gevangenschap werd herzien) en behandelden hem in plaats daarvan voor alcoholmisbruik. Hij werd veroordeeld tot zestien jaar tot levenslang. Gordon groeide op in de San Fernando Valley van Los Angeles en ging naar de Grant High School. Hij gaf een muziekbeurs aan de UCLA op en begon zijn professionele carriere in 1963, op zeventienjarige leeftijd, als back-up van de Everly Brothers. Op het hoogtepunt van zijn carriere had Gordon het naar verluidt als studiomuzikant zo druk dat hij elke dag vanuit Las Vegas naar Los Angeles terugvloog om twee of drie opnamesessies te doen om vervolgens weer op tijd terug te keren voor een avondshow in Caesars Palace. In 1969 en 1970 toerde Gordon als onderdeel van de begeleidingsband van Delaney & Bonnie, waar destijds Eric Clapton deel van uitmaakte. Deze band zou later Derek and the Dominos worden. Het eerste studiowerk van de band waren opnames voor George Harrison’s All Things Must Pass. In 1970 maakte Gordon deel uit van de Joe Cocker’s Mad Dogs & Englishmen tour en drumde hij op Dave Mason’s album Alone Together. In 1971 toerde hij met Traffic en is hij te horen op twee van hun albums, waaronder The Low Spark Of High Heeled Boys. Datzelfde jaar speelde hij op Harry Nilsson’s album Nilsson Schmilsson, waar hij de drumsolo deed op het nummer Jump into the Fire. Ook in 1974 speelde Gordon op Steely Dan’s album Pretzel Logic, waaronder op de single Rikki Don’t Lose That Number. In 1967 speelde hij op het Byrds album The Notorious Byrds Brothers, uitgebracht in 1968. Van 1973 tot 1975 werkte hij opnieuw samen met Chris Hillman van The Byrds als drummer in de Souther-Hillman-Furay Band. Hij speelde ook drums op drie nummers op Alice Cooper’s album uit 1976, Alice Cooper Goes To Hell. Andere albums waarop hij is te horen zijn o.a. Diamonds & Rust van Joan Baez, The Pretender van Jackson Browne, Eric Clapton van Eric Clapton, Chi Coltrane van Chi Coltrane, CS&N van CS&N, Endless Boogie van John Lee Hooker, 12 Songs van Randy Newman, The Heart Of Saturday Night van Tom Waits en op Apostrophe, Lather rn Imaginary Diseases van Frank Zappa. Jim Gordon overleed op 13 maart 2023 op zevenenzeventigjarige leeftijd in de California Medical Facility, een medische en psychiatrische gevangenis in Vacaville, Californie.
Albums in mijn AT 1760 waarop Gordon te horen is als percussionist en als drummer:
- (2) The Beach Boys – Pet Sounds
- (58) George Harrison – All Things Must Past
- (117) Derek and the Dominos – Layla And Other Assorted Love Songs
- (127) Jackson Browne – Jackson Browne
- (225) Ike & Tina Turner – River Deep – Mountain High
- (370) Steely Dan – Pretzel Logic
- (553) Van Dyke Parks – Song Cycle
- (559) Lowell George – Thanks I’ll Eat It Here
- (811) Hall & Oates – Bigger Than Both Of Us
- (1114) The Monkees – The Monkees


